Home » Opinie » Zonder waarheid kunnen we niet leven

Zonder waarheid kunnen we niet leven

By | Categorieën: Opinie | Gepubliceerd Op: 17 januari 2012 | 3.7 min read |
Opinie

Ongeveer sinds de jaren zestig van de twintigste eeuw ligt het idee ‘waarheid’, in wetenschap en geloof, onder vuur. Waarheid heeft altijd te maken met macht, zo luidde de kritiek. De wetenschap kan wel zeggen dat iets ‘veilig’ is of ‘goed voor de gezondheid’, maar diezelfde wetenschap wordt betaald door partijen die bepaalde belangen hebben (de overheid, het bedrijfsleven). Kritiek op de maatschappij, ging daarom gepaard met kritiek op het idee van ‘waarheids-vinding’. De waarheid bestaat niet, is relatief. Deze maakbaarheidsgedachte zette de gehele wereld (vaak letterlijk) in vuur en vlam, en grote namen verbonden zich daaraan: Sartre, Chomsky, Shaw.

Ondanks het feit dat de geest van het relativisme uit de fles is, hebben burgers en politici in toenemende mate behoefte aan zekerheid. Zekerheid die de wetenschap, paradoxaal genoeg, moet aanleveren. Geloof in God heeft min of meer afgedaan. Die wetenschap wordt geacht uitsluitsel te geven over wat wel of niet waar is ten aanzien van een ‘duurzame toekomst’, ‘veilig voedsel’, een ‘gezond en lang leven’, een ‘stabiel klimaat’, enzovoort. Dit is de contradictie waar onderzoekers mee te maken hebben: in een samenleving waarin de instituties onder steeds meer kritiek komen te staan vraagt diezelfde samenleving de wetenschap steeds meer zekerheid omtrent haar eigen veiligheid en toekomst. Wetenschappelijk onderzoek behoort dus uitsluitsel te geven over tal van zaken. De planbureaus en adviesorganen tieren dan ook welig in de Westerse samenleving. Oftewel: het reductionisme uitvergroot tot absurde proporties.

Fraude

Het is daarom niet verwonderlijk dat wetenschappelijke fraude zoveel weerzin oproept. Het is meer dan oneerlijkheid; het gaat over betrouwbaarheid, transparantie en de waarheid geweld aan doen. Naarstig wordt gezocht naar oorzaken, gevolgen, en oplossingen. Maar in al deze pogingen om onderzoekers, in geestelijke vrijheid, te laten onderzoeken zonder druk van buitenaf –macht, geld, aanzien, publiciteit- is er van binnenuit een proces gaande dat fraude in de kaart speelt.

De allesoverheersende druk om op hoog niveau te publiceren, en dat liefst jaar in jaar uit, heeft een academisch klimaat gecreëerd dat de kern van wetenschappelijk onderzoek heeft aangetast. Want wat is wetenschappelijk onderzoek eigenlijk? In feite komt het erop neer dat onderzoekers, in welk vakgebied dan ook, de verborgen structuur van de werkelijkheid willen doorgronden. Dat vraagt om nieuwsgierigheid, doorzettingsvermogen, intelligentie, transparantie, en soms de moed om tegen de heersende academische stroom in te gaan. Dat laatste nu leidt niet zelden tot een beperkte publicatiestroom, en dat is nu juist niet goed voor een carrière in de academia.

Moeizame tocht

Hoe het anders kan laat de recente Nobelprijs voor de scheikunde, die op 5 oktober 2011 is uitgereikt aan Daniel Schechtman voor zijn experimentele ontdekking van ‘onmogelijke’ quasikristallen, zien. Deze prijs is geen betere illustratie van aan de ene kant de verrassingen die de werkelijkheid in zich kan dragen en aan de andere kant de soms moeizame tocht die sommige academici moeten afleggen om hun collega’s te overtuigen van een wijzigend inzicht. Schechtman heeft laten zien, in weerwil van de oppositie van vrijwel al zijn vakgenoten (Linus Pauling, chemicus en tweevoudig Nobelprijswinnaar, meende zelfs te moeten opmerken dat er ‘geen quasikristallen bestaan, alleen quasi-wetenschappers’), dat kennis radicaal incompleet kan zijn en altijd voor verbetering vatbaar is.

Deze observatie brengt ons weer bij het begin. Wat de samenleving vraagt van de academia overstijgt haar kunnen en zou categorisch geweigerd moeten worden. Uitsluitsel geven in zijn definitieve vorm is er niet bij in de wetenschap, allerlei adviesorganen en planbureaus ten spijt. Hoe zit het met kooldioxide en klimaatverandering, veilig voedsel, chemicaliën en gezondheid? De toekomst zal het ongetwijfeld ten dele leren, met alle verrassende nieuwe inzichten van dien.

Kernwaarden

Maar dat is niet alles. Ook voor onderzoekers geldt dat het streven naar waarheidsvinding omgekeerd evenredig is verbonden met datgene wat hen na aan het hart ligt. Oftewel: onderzoeksresultaten zijn in toenemende mate (on)gewenst als die onze kernwaarden respectievelijk dreigen aan te tasten dan wel te onderbouwen.

Uiteindelijk is het zo dat onderzoekers altijd bezig zijn met iets groters dan henzelf, datgene waaraan onderzoekers zich gewonnen dienen te geven, namelijk de werkelijkheid zelf die zij willen doorgronden. De waarheid (van de werkelijkheid) is niet naar particulier behoeven maakbaar; integendeel. Zonder waarheid over de werkelijkheid kunnen we uiteindelijk niet leven. Het andere dan onszelf heeft een eigen bestaansrecht, niet door ons toegekend. Het succesvolle reductionisme ten spijt, de werkelijkheid overstijgt haar te allen tijde.

Over de Auteurs: Jaap C. Hanekamp

Home » Opinie » Zonder waarheid kunnen we niet leven

Zonder waarheid kunnen we niet leven

By | Categorieën: Opinie | Gepubliceerd Op: 17 januari 2012 | 3.7 min read |
Opinie

Ongeveer sinds de jaren zestig van de twintigste eeuw ligt het idee ‘waarheid’, in wetenschap en geloof, onder vuur. Waarheid heeft altijd te maken met macht, zo luidde de kritiek. De wetenschap kan wel zeggen dat iets ‘veilig’ is of ‘goed voor de gezondheid’, maar diezelfde wetenschap wordt betaald door partijen die bepaalde belangen hebben (de overheid, het bedrijfsleven). Kritiek op de maatschappij, ging daarom gepaard met kritiek op het idee van ‘waarheids-vinding’. De waarheid bestaat niet, is relatief. Deze maakbaarheidsgedachte zette de gehele wereld (vaak letterlijk) in vuur en vlam, en grote namen verbonden zich daaraan: Sartre, Chomsky, Shaw.

Ondanks het feit dat de geest van het relativisme uit de fles is, hebben burgers en politici in toenemende mate behoefte aan zekerheid. Zekerheid die de wetenschap, paradoxaal genoeg, moet aanleveren. Geloof in God heeft min of meer afgedaan. Die wetenschap wordt geacht uitsluitsel te geven over wat wel of niet waar is ten aanzien van een ‘duurzame toekomst’, ‘veilig voedsel’, een ‘gezond en lang leven’, een ‘stabiel klimaat’, enzovoort. Dit is de contradictie waar onderzoekers mee te maken hebben: in een samenleving waarin de instituties onder steeds meer kritiek komen te staan vraagt diezelfde samenleving de wetenschap steeds meer zekerheid omtrent haar eigen veiligheid en toekomst. Wetenschappelijk onderzoek behoort dus uitsluitsel te geven over tal van zaken. De planbureaus en adviesorganen tieren dan ook welig in de Westerse samenleving. Oftewel: het reductionisme uitvergroot tot absurde proporties.

Fraude

Het is daarom niet verwonderlijk dat wetenschappelijke fraude zoveel weerzin oproept. Het is meer dan oneerlijkheid; het gaat over betrouwbaarheid, transparantie en de waarheid geweld aan doen. Naarstig wordt gezocht naar oorzaken, gevolgen, en oplossingen. Maar in al deze pogingen om onderzoekers, in geestelijke vrijheid, te laten onderzoeken zonder druk van buitenaf –macht, geld, aanzien, publiciteit- is er van binnenuit een proces gaande dat fraude in de kaart speelt.

De allesoverheersende druk om op hoog niveau te publiceren, en dat liefst jaar in jaar uit, heeft een academisch klimaat gecreëerd dat de kern van wetenschappelijk onderzoek heeft aangetast. Want wat is wetenschappelijk onderzoek eigenlijk? In feite komt het erop neer dat onderzoekers, in welk vakgebied dan ook, de verborgen structuur van de werkelijkheid willen doorgronden. Dat vraagt om nieuwsgierigheid, doorzettingsvermogen, intelligentie, transparantie, en soms de moed om tegen de heersende academische stroom in te gaan. Dat laatste nu leidt niet zelden tot een beperkte publicatiestroom, en dat is nu juist niet goed voor een carrière in de academia.

Moeizame tocht

Hoe het anders kan laat de recente Nobelprijs voor de scheikunde, die op 5 oktober 2011 is uitgereikt aan Daniel Schechtman voor zijn experimentele ontdekking van ‘onmogelijke’ quasikristallen, zien. Deze prijs is geen betere illustratie van aan de ene kant de verrassingen die de werkelijkheid in zich kan dragen en aan de andere kant de soms moeizame tocht die sommige academici moeten afleggen om hun collega’s te overtuigen van een wijzigend inzicht. Schechtman heeft laten zien, in weerwil van de oppositie van vrijwel al zijn vakgenoten (Linus Pauling, chemicus en tweevoudig Nobelprijswinnaar, meende zelfs te moeten opmerken dat er ‘geen quasikristallen bestaan, alleen quasi-wetenschappers’), dat kennis radicaal incompleet kan zijn en altijd voor verbetering vatbaar is.

Deze observatie brengt ons weer bij het begin. Wat de samenleving vraagt van de academia overstijgt haar kunnen en zou categorisch geweigerd moeten worden. Uitsluitsel geven in zijn definitieve vorm is er niet bij in de wetenschap, allerlei adviesorganen en planbureaus ten spijt. Hoe zit het met kooldioxide en klimaatverandering, veilig voedsel, chemicaliën en gezondheid? De toekomst zal het ongetwijfeld ten dele leren, met alle verrassende nieuwe inzichten van dien.

Kernwaarden

Maar dat is niet alles. Ook voor onderzoekers geldt dat het streven naar waarheidsvinding omgekeerd evenredig is verbonden met datgene wat hen na aan het hart ligt. Oftewel: onderzoeksresultaten zijn in toenemende mate (on)gewenst als die onze kernwaarden respectievelijk dreigen aan te tasten dan wel te onderbouwen.

Uiteindelijk is het zo dat onderzoekers altijd bezig zijn met iets groters dan henzelf, datgene waaraan onderzoekers zich gewonnen dienen te geven, namelijk de werkelijkheid zelf die zij willen doorgronden. De waarheid (van de werkelijkheid) is niet naar particulier behoeven maakbaar; integendeel. Zonder waarheid over de werkelijkheid kunnen we uiteindelijk niet leven. Het andere dan onszelf heeft een eigen bestaansrecht, niet door ons toegekend. Het succesvolle reductionisme ten spijt, de werkelijkheid overstijgt haar te allen tijde.

Over de Auteurs: Jaap C. Hanekamp