Home » Opinie » Zijn gelovigen dommer?

Zijn gelovigen dommer?

By | Categorieën: Opinie | Gepubliceerd Op: 26 augustus 2013 | 3.8 min read |

Half augustus publiceerde een aantal wetenschappers een artikel waaruit zou blijken dat er een negatief verband is tussen geloof en intelligentie. Dit roept meteen enkele vragen op. Klopt deze conclusie wel en zo ja, wat zegt dat over de relatie geloof – intelligentie?

Om maar met de deur in huis te vallen: ja, de conclusies die de onderzoekers trekken, kloppen. Het blijkt inderdaad zo te zijn dat mensen met een grotere intelligentie minder geloven dan mensen die minder intelligent zijn. Die relatie is sterker bij ‘intrinsiek geloof’, geloof afgemeten aan de persoonlijke geloofsovertuigingen, dan bij een ‘extrinsiek geloof’, geloof afgemeten aan de hand van het doen van bepaalde activiteiten (naar een kerk gaan bijvoorbeeld) of deelname aan een aantal riten.

Om tot die conclusies te komen, gingen de onderzoekers niet over één nacht ijs. Het gaat hier om een degelijk onderzoek, waarbij 63 studies zijn geanalyseerd. 35 studies wezen op een significante negatieve correlatie tussen religie en intelligentie, twee daarvan op een positieve. Ook weerstaan de onderzoekers de verleiding om te verregaande conclusies te trekken. Ze stellen expliciet dat een correlatie geen causaal verband is. In de meer populaire media zijn deze nuanceringen vaak nauwelijks te vinden en komen koppenmakers met mooie titels als ‘’High IQ turns academics into atheists’ of ‘Atheists have a higher IQ’, in Nederland, ‘BEWIJS: gelovigen zijn dommer’.

Maar wat zegt dit onderzoek nu eigenlijk?
Dit onderzoekt zegt niet dat gelovigen dommer zijn. Wel dat onder mensen met een hoge intelligentie er inderdaad gemiddeld genomen minder gelovigen zijn. Maar, dat betekent dus niet dat intelligentie en geloof niet samengaan. Integendeel, bij intelligente mensen is er ‘slechts’ procentueel een kleiner deel dat als gelovig te beschouwen is. Ook uit eigen onderzoek van ForumC blijkt dat er onder hoogleraren veel gelovigen rondlopen.
Een interessante vraag is wat het verband is tussen intelligentie en geloof. Deze vraag is, ook op basis van dit onderzoek, niet eenvoudig te beantwoorden. Er zijn aanwijzingen dat intelligentie zelf een rol speelt; zo blijkt dat jonge intelligente kinderen vaker het geloof van hun ouders vaarwel zeggen dan minder intelligente kinderen. In het tweede deel van het artikel worden de onderzoekers een stuk speculatiever over mogelijke verklaringen. Zo zouden intelligente mensen allerlei zaken beter kunnen verklaren aan de hand van wetenschappelijke inzichten en minder geloof nodig hebben. Hiermee deels samenhangend, intelligente mensen zouden meer controle op hun eigen leven en omgeving hebben en daardoor minder behoefte hebben aan geloof. Echt sterke aanwijzingen zijn voor deze verklaringen (nog) niet gevonden.

Wat moeten gelovigen nu van zo’n onderzoek vinden?
Gelovigen hoeven van zo’n onderzoek niet te schrikken. Ook lijkt het me onverstandig om achter zo’n onderzoek een soort atheïstische agenda te zoeken, zoals de atheïstische sociaal wetenschapper Furedi wel doet. Persoonlijk heb ik geen moeite met de uitkomsten van het onderzoek en  het verrast met ook niet. Het is niet alleen tamelijk logisch vanuit sociologisch perspectief dat intellectuelen minder vaak geloven, maar misschien ook wel vanuit Bijbels perspectief. Jezus stelde al dat het voor rijken lastiger is het Koninkrijk van God binnen te gaan dan voor armen. Ik denk dat eenzelfde uitspraak geldt voor ‘intelligenten’. Mensen die met hun hoofd of hun geld (en vaak een combinatie van beide) hun eigen boontjes kunnen doppen, zullen eerder geneigd zijn oogkleppen voor het bovennatuurlijke te ontwikkelen. Intelligentie kan geloof in de weg staan. Niet voor niets roept Jezus op om te  ‘worden als een kind’. Tegelijkertijd laat het zien dat het belangrijk is om studenten en wetenschappers te blijven stimuleren oog te hebben voor geloof en de relatie tussen geloof en hun eigen vakgebied. En om te strijden tegen de ‘dommen’ die resultaten van dergelijke onderzoeken meteen duiden in termen van onverenigbaarheid tussen geloof en verstand.

Lees het artikel hier: Miron Zuckerman, Jordan Silberman en Judith A. Hall, ‘The Relation Between Intelligence and Religiosity. A Meta-Analysis and Some Proposed Explanations’, Pers Soc Psychol Rev (6 Augustus 2013)

Twee kleinere kritiekpunten voor de onderzoeksliefhebber
–    Met name ‘geloof’ is een lastig begrip om te operationaliseren in onderzoek. Maar het is zeker wel mogelijk en wordt al decennia gedaan in sociaal wetenschappelijk onderzoek.
–    Verreweg het grootste deel van de respondenten uit de studies kwamen uit de VS en Canada, een kleiner deel uit West-Europa en Australië en slechts een zeer klein deel uit de rest van de wereld. Een interessante vraag is of de negatieve relatie tussen geloof en intelligentie in niet-Westerse culturen er ook is.

Over de Auteurs: Cors Visser

Home » Opinie » Zijn gelovigen dommer?

Zijn gelovigen dommer?

By | Categorieën: Opinie | Gepubliceerd Op: 26 augustus 2013 | 3.8 min read |

Half augustus publiceerde een aantal wetenschappers een artikel waaruit zou blijken dat er een negatief verband is tussen geloof en intelligentie. Dit roept meteen enkele vragen op. Klopt deze conclusie wel en zo ja, wat zegt dat over de relatie geloof – intelligentie?

Om maar met de deur in huis te vallen: ja, de conclusies die de onderzoekers trekken, kloppen. Het blijkt inderdaad zo te zijn dat mensen met een grotere intelligentie minder geloven dan mensen die minder intelligent zijn. Die relatie is sterker bij ‘intrinsiek geloof’, geloof afgemeten aan de persoonlijke geloofsovertuigingen, dan bij een ‘extrinsiek geloof’, geloof afgemeten aan de hand van het doen van bepaalde activiteiten (naar een kerk gaan bijvoorbeeld) of deelname aan een aantal riten.

Om tot die conclusies te komen, gingen de onderzoekers niet over één nacht ijs. Het gaat hier om een degelijk onderzoek, waarbij 63 studies zijn geanalyseerd. 35 studies wezen op een significante negatieve correlatie tussen religie en intelligentie, twee daarvan op een positieve. Ook weerstaan de onderzoekers de verleiding om te verregaande conclusies te trekken. Ze stellen expliciet dat een correlatie geen causaal verband is. In de meer populaire media zijn deze nuanceringen vaak nauwelijks te vinden en komen koppenmakers met mooie titels als ‘’High IQ turns academics into atheists’ of ‘Atheists have a higher IQ’, in Nederland, ‘BEWIJS: gelovigen zijn dommer’.

Maar wat zegt dit onderzoek nu eigenlijk?
Dit onderzoekt zegt niet dat gelovigen dommer zijn. Wel dat onder mensen met een hoge intelligentie er inderdaad gemiddeld genomen minder gelovigen zijn. Maar, dat betekent dus niet dat intelligentie en geloof niet samengaan. Integendeel, bij intelligente mensen is er ‘slechts’ procentueel een kleiner deel dat als gelovig te beschouwen is. Ook uit eigen onderzoek van ForumC blijkt dat er onder hoogleraren veel gelovigen rondlopen.
Een interessante vraag is wat het verband is tussen intelligentie en geloof. Deze vraag is, ook op basis van dit onderzoek, niet eenvoudig te beantwoorden. Er zijn aanwijzingen dat intelligentie zelf een rol speelt; zo blijkt dat jonge intelligente kinderen vaker het geloof van hun ouders vaarwel zeggen dan minder intelligente kinderen. In het tweede deel van het artikel worden de onderzoekers een stuk speculatiever over mogelijke verklaringen. Zo zouden intelligente mensen allerlei zaken beter kunnen verklaren aan de hand van wetenschappelijke inzichten en minder geloof nodig hebben. Hiermee deels samenhangend, intelligente mensen zouden meer controle op hun eigen leven en omgeving hebben en daardoor minder behoefte hebben aan geloof. Echt sterke aanwijzingen zijn voor deze verklaringen (nog) niet gevonden.

Wat moeten gelovigen nu van zo’n onderzoek vinden?
Gelovigen hoeven van zo’n onderzoek niet te schrikken. Ook lijkt het me onverstandig om achter zo’n onderzoek een soort atheïstische agenda te zoeken, zoals de atheïstische sociaal wetenschapper Furedi wel doet. Persoonlijk heb ik geen moeite met de uitkomsten van het onderzoek en  het verrast met ook niet. Het is niet alleen tamelijk logisch vanuit sociologisch perspectief dat intellectuelen minder vaak geloven, maar misschien ook wel vanuit Bijbels perspectief. Jezus stelde al dat het voor rijken lastiger is het Koninkrijk van God binnen te gaan dan voor armen. Ik denk dat eenzelfde uitspraak geldt voor ‘intelligenten’. Mensen die met hun hoofd of hun geld (en vaak een combinatie van beide) hun eigen boontjes kunnen doppen, zullen eerder geneigd zijn oogkleppen voor het bovennatuurlijke te ontwikkelen. Intelligentie kan geloof in de weg staan. Niet voor niets roept Jezus op om te  ‘worden als een kind’. Tegelijkertijd laat het zien dat het belangrijk is om studenten en wetenschappers te blijven stimuleren oog te hebben voor geloof en de relatie tussen geloof en hun eigen vakgebied. En om te strijden tegen de ‘dommen’ die resultaten van dergelijke onderzoeken meteen duiden in termen van onverenigbaarheid tussen geloof en verstand.

Lees het artikel hier: Miron Zuckerman, Jordan Silberman en Judith A. Hall, ‘The Relation Between Intelligence and Religiosity. A Meta-Analysis and Some Proposed Explanations’, Pers Soc Psychol Rev (6 Augustus 2013)

Twee kleinere kritiekpunten voor de onderzoeksliefhebber
–    Met name ‘geloof’ is een lastig begrip om te operationaliseren in onderzoek. Maar het is zeker wel mogelijk en wordt al decennia gedaan in sociaal wetenschappelijk onderzoek.
–    Verreweg het grootste deel van de respondenten uit de studies kwamen uit de VS en Canada, een kleiner deel uit West-Europa en Australië en slechts een zeer klein deel uit de rest van de wereld. Een interessante vraag is of de negatieve relatie tussen geloof en intelligentie in niet-Westerse culturen er ook is.

Over de Auteurs: Cors Visser