Wetenschappers zitten niet te wachten op gedachtepolitie

Tjerk Oosterkamp

Mag van een christelijke wetenschapper worden verwacht dat hij in het publieke domein zwijgt over zijn geloof? Die geluiden klonken wel de laatste tijd. Directe aanleiding was een filmpje waarin hoogleraar preventieve geneeskunde Onno van Schayck vertelde over zijn geloof en over een wonder dat hij 25 jaar geleden heeft meegemaakt. Maarten Keulemans, chef van de wetenschapsredactie van de Volkskrant, schreef op 16 maart onder meer: ‘Christenen als Van Schayck hebben lak aan de wetenschap. Leuk, die wetenschap, maar als puntje bij paaltje komt kun je je te korte been lekker tóch een stukje langer bidden.’

Heb ik lak aan wetenschap? Ik ben gelovig christen en werk ik harder dan goed voor me is om de grenzen van de wetenschap te verleggen. Ik ben van mening dat ik de wetenschap geen geweld aandoe door te zeggen dat ik niet genoeg heb aan de wetenschap alleen. De wetenschap heeft me veel te weinig te zeggen op die momenten van het leven waarop ik zoek naar troost of wanneer ik vragen heb over mijn eigen verantwoordelijkheid. Op die momenten blijkt mijn levensbeschouwing een veel beter bruikbare inspiratiebron dan de wetenschap.

Vrijheid

Ik vind troost in mijn geloof in een scheppende God, die ingrijpt in mijn leven en die mij in de vrijheid stelt om verantwoordelijkheid te nemen. Ik vind dat een principiële kwestie. Kort door de bocht gezegd ‘kies ik ervoor’ te geloven omdat het mijn leven verrijkt. Maar mag die levensbeschouwing ook mee wanneer ik mij in het publieke domein begeef? Ik dacht het wel. In het geloof gaat het om de interpretatie van de feitelijkheden. Het staat eenieder vrij om de naakte feiten op zijn eigen manier aan te kleden.

Studenten in Leiden leven in de gelukkige omstandigheid dat ze in het bolwerk van de vrijheid (de wapenspreuk van de universiteit Leiden) onderwezen worden door mensen met allerlei verschillende levensovertuigingen. De universiteit Leiden heeft hierin een rijke traditie hoog te houden.

In mijn onderwijs beperk ik me niet tot de kwantummechanica en de naakte wetenschappelijke feiten. Mijn studenten moeten hun plek in de samenleving kunnen gaan innemen, en op die plek gaan ze echt wel wat meer doen dan alleen maar sommen maken. Een universiteit waar verschillende levensbeschouwingen onderwerp van gesprek zijn, kan hen daartoe een betere voorbereiding bieden dan een omgeving waar een levensbeschouwelijke monocultuur heerst. Daarom zie ik geen reden om mijn levensbeschouwelijke verhalen te beperken tot de gesprekken in de privésfeer. Daarbij moet wat mij betreft voorop staan dat de gesprekken respectvol verlopen en dat de vrijheid van levensovertuiging gewaarborgd is voor alle leden van de universitaire gemeenschap, te beginnen bij de studenten.

Vrije wil

De discussie ligt in het verlengde van gesprekken over de vrije wil. Een hoogleraar als Herman Philipse deelt met zijn studenten dat hij nog in de vrije wil gelooft, ook al wordt dat in toenemende mate door hersenwetenschappers als ‘onzin’ bestempeld.

Er is geen wetenschappelijk bewijs voor het geloof in een vrije wil maar dat is ook niet nodig. Het gebruik van het concept ‘vrije wil’ is een manier om de naakte wetenschappelijke feiten over het gedrag van mensen aan te kleden. Het is zeer verdedigbaar en voor vele mensen heel nuttig om te geloven dat de mens vrij is keuzes te maken. Het stelt ons bijvoorbeeld in staat verantwoordelijkheid te nemen.

Het geloof in de vrije wil is wat mij betreft niet fundamenteel anders dan het geloof in een God die ingrijpt in de wereld. Maar de wetenschapper die gelooft dat hij of zij niet meer dan een machine is, moet daartoe evenzeer de vrijheid hebben.

Werkelijk

Ik wil graag nog een stap verder gaan om te onderstrepen dat het geloof in zaken waar geen wetenschappelijke basis voor bestaat, heel nuttig kan zijn. De werkelijkheid van het bestaan van elektronen wordt weliswaar niet algemeen betwist, maar heeft geen onomstotelijke wetenschappelijke basis. Elektronen zijn geen kleine zilverkleurige balletjes, die je vast kunt pakken. Ik citeer met instemming één van de stellingen van Ciprian Padudariu, een natuurkundig ingenieur die onlangs in Delft promoveerde: ‘Natuurkunde is niet werkelijker dan je geloof erin.’

Als wij in ogenschouw nemen wat we weten over natuurkunde, dan is er heel veel ruimte voor God om zich in mijn leven te mengen zonder dat daar een aanpassing van de natuurwetten voor nodig is. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het voor wiskundigen en natuurkundigen veel gemakkelijker is om dit gegeven in te passen in hun levensovertuiging, dan voor veel biologen.

Moet ik een berisping vrezen voor mijn geloof? Ik geloof werkelijk dat Jezus uit de doden is opgestaan. Ongeveer net zo werkelijk als dat een elektron bestaat. En, tot overmaat van ramp, ben ik ongeveer vijfentwintig jaar geleden, na vele gebeden en hoge doses medicijnen, genezen van een vervelende nierziekte.

Of daar wel of niet een wetenschappelijke verklaring voor bestaat, maakt voor mijn levensovertuiging niet uit. God is er niet alleen voor de onverklaarde dingen. Ik kies ervoor om te geloven dat God direct ingrijpt in mijn leven. Daar hoeft geen natuurwet voor ondersteboven. De vraag of er, in beginsel, een enkele keer iets zou mogen gebeuren dat in strijd is met de natuurwetten lijkt me zeer moeilijk te beantwoorden. Maar ook op dit punt mag ieder er zijn eigen opvattingen op na houden. De wetenschappelijke methode is meer dan robuust genoeg om bestand te zijn tegen onorthodoxe opvattingen.

De commotie rond Van Schayck is voor mij reden om nog explicieter het recht te verdedigen van eenieder om te mogen geloven wat hij of zij verkiest. Ik verwacht dan ook niet dat ik navraag hoef te gaan doen of mijn medische dossier na al die jaren nog compleet is. Ik mag geloven in een God die zich met mijn leven bemoeit, zelfs op bovennatuurlijke wijze. Iedereen, en zeker de wetenschapper, moet een vrijdenker mogen zijn.

Prof. dr. ir. Tjerk Oosterkamp (1972) is hoogleraar experimentele natuurkunde in Leiden, lid van de Jonge Akademie en heeft recentelijk een VICI subsidie (één van de grootste persoonlijke subsidies voor wetenschappelijk onderzoek in Nederland) toegekend gekregen.

Nu jij!

Wat denk jij? Ben jij het hiermee eens? Of juist totaal niet? Reageer hieronder!

  1. Jan Auke Riemersma 21 maart 2013 at 19:42

    Beste Tjerk Oosterkamp, wat een behartigenswaardig en aansprekend opstel! Het is mij uit het hart gegrepen.

  2. Rob van der Vlugt 21 maart 2013 at 22:31

    Geachte Tjerk Oosterkamp,

    Als u schrijft: “Ik geloof werkelijk dat Jezus uit de doden is opgestaan.” en even verderop: “Ik kies ervoor om te geloven dat God direct ingrijpt in mijn leven. Daar hoeft geen natuurwet voor ondersteboven.” dan hoeft u in dit tolerante land niet te vrezen voor een berisping ten aanzien van uw geloofsovertuiging. U heeft echter wel iets uit te leggen, vindt u zelf ook niet ?

  3. Jan Auke Riemersma 22 maart 2013 at 04:36

    Rob van der Vlugt, ik vermoed dat jij vindt dat prof. Oosterkamp moet uitleggen hoe je enerzijds kunt geloven dat de werkelijkheid ontvankelijk is voor stelselmatig onderzoek (dus: de werkelijkheid is *altijd* regelmatig en geordend) terwijl deze tevens ruimte biedt aan gebeurtenissen die zich met geen mogelijkheid stelselmatig laten onderzoeken (dus: de werkelijkheid is *soms* regelmatig en geordend).

  4. Rolf van de Garde 22 maart 2013 at 09:44

    Beste Rob vd Vlugt en Jan Auke Riemersma
    Ik begrijp als eenvoudig gelovige, dat de heer Oosterkamp net als ik het geloof in God ervaart als verrijking van zijn leven. Een ervaring als deze kent geen verklaring en behoeft geen verklaring. Het is een innerlijk gevoel gebaseerd op liefde. Als het geloof de heer Oosterkamp en velen met hem aanspoort om het goede te doen, wat moet er dan nog worden verklaart ? De heer Oosterkamp is een man naar mijn hart.

    Rolf van de Garde

  5. Martin 22 maart 2013 at 17:14

    http://www.dejongeakademie.nl/smartsite.dws?ch=DJA&id=23183&lang=NL

    “Hij heeft tijdens zijn promotieonderzoek als eerste de geheimen ontrafeld van minuscule pilaartjes waarin elektronen opgesloten zitten”.

    Ik begrijp dat we dat nu met een korreltje zout moeten nemen?

  6. Ab 22 maart 2013 at 20:01

    Cryptische opmerking, Martin. Wie zijn ‘we’, wat is ‘dat’ waarom ‘nu’, vanwaar dat ‘moeten’?

  7. Johannes 25 maart 2013 at 12:40

    Al met al komen de gedachten van Tjerk Oosterkamp, die kiest voor het geloof in een God, omdat het je leven verrijkt en/of omdat het nuttig is, vrij aardig overeen met de mijne. Ik kies er alleen voor om dat proces te beschrijven als het scheppen van een God. Waarbij de meeste mensen overigens gebruik maken van een al door anderen (hun ouders bv.) ontwikkeld model, waar zij dan achteraan zwemmen als de kleine eendjes achter het witte hoofd van Konrad Lorenz.
    Omdat de mensen zich in de diverse culturen en tijdvakken in nogal verschillende richtingen ontwikkeld hebben, vind je in de geloofswereld inmiddels een bonte verzameling van goden en omstandigheden; voor elk wat wils. Tjerk Oosterkamp kiest ervoor te geloven in een aantal christelijke waarheden. Ik betwijfel of al zijn geloofsgenoten dat helemaal kunnen rijmen met ideeën waarvolgens het geloof een genadegave is, teweeg gebracht door uitverkiezing, maar dat is niet erg: iedereen heeft zijn eigen God, zijn eigen hemel, zijn eigen wonderen. In het christendom zowel als daarbuiten.

    So far so good – wat mij betreft althans. Voor mij geldt: God bestaat, Hij kan alles wat je maar wilt, en Hij doet dat soms ook: een wonderbaarlijke gebedsgenezing bijvoorbeeld. Alles is mogelijk in de wereld van het geloof.

    In zijn dagelijks leven verkeert Tjerk Oosterkamp in de naturalistische wereld: die van de wetenschap. Maar dat is hem niet genoeg. Wat niet hoort (hij wijst er wel drie keer in dezelfde bewoordingen op) is dat wetenschap slechts “naakte feiten” oplevert. Zulke feiten moeten worden aangekleed. Als hij daarmee zou bedoelen: na het werk wil een mens ook wel eens een spannende thriller lezen, of meedoen met Nederland Zingt, dan zijn wij het daarin ook al eens.
    Maar dat doet hij niet. Hij gaat die twee werelden aan elkaar koppelen: “Ik geloof werkelijk dat Jezus uit de doden is opgestaan. Ongeveer net zo werkelijk als dat een elektron bestaat.”

    In een reactie op Jart Voortman heb ik er al op gewezen dat in de wereld van het geloof dus alles mag en alles kan, maar in de naturalistische wereld niet: daar word je, door bv. logische regels, of empirische onderzoeksuitkomsten, tot discipline gedwongen. Tjerk Oosterkamp weet daar natuurlijk alles van: hij zal heus niet proberen een artikel over Jezus’ wederopstanding in Nature gepubliceerd te krijgen.

    Hoewel gelovigen dus veel meer vrijdenker mogen zijn dan naturalisten, krijgen zij daar gek genoeg de neiging van zich slachtoffer (vroeger: martelaar) te voelen. Zij denken dat zij niet van hun geloof “mogen” getuigen, dat Professor Van Schayck zijn directeursbaan “moest” opgeven, dat ze als gelovigen achterna worden gezeten door “gedachtepolitie”.
    Stelt u zich toch niet aan, beminde gelovigen!
    Uw levensbeschouwing, beste Tjerk Oosterkamp, mag best mee het publieke domein in – althans in onze geseculariseerde wereld; in een maatschappij waar gelovigen het echt voor het zeggen hebben, is dat wel anders. Maar: in dat publieke(!) domein komt u ook anderen tegen, en die hebben natuurlijk het recht u op inconsequenties, onwaarschijnlijkheden en andere mogelijke feilen van uw overtuiging te wijzen – ik zou haast zeggen: dat is hun intellectuele plicht. En dan past het verdedigers van het geloof, zich geruggesteund achtend door een almachtige God nota bene, niet om klagerig te gaan doen als ze worden aangevallen of niet serieus genomen. Flink zijn jongens, als je in de wind gaat staan, komt je haar in de war. En: toon ook het lef te reageren op een toch heel redelijke vraag als die van Rob van der Vlugt hierboven, nog eens toegelicht door Jan Auke Riemersma (of zou die zijn reactie als een soort antwoord bedoeld hebben?)

    Rolf van de Garde zegt: “Een ervaring als deze kent geen verklaring en behoeft geen verklaring.” Precies! Stukjes als dit van Tjerk Oosterkamp, van Jart Voortman en van de godsdienstfilosofen die deze site draaiend houden, zijn zo moeizaam omdat er wèl zo’n verklaring gezocht wordt. Het laatste zinnetje van Tjerk Oosterkamps stukje had moeten luiden: “Iedereen, en zeker de gelovige, moet een vrijdenker zijn.”

  8. Rolf van de Garde 25 maart 2013 at 15:54

    Beste Johannes,

    Dat het geloof in God mijn leven verrijkt behoeft geen verklaring. Het zoeken naar argumenten om het bestaan van God te staven door mensen als Jan Auke Riemersma en Emanuel Rutte kan ook mij – mens vol twijfel- helpen om dit Geloof vast te blijven houden ik Hoop dan ook, dat zij met Liefde deze site draaiende blijven houden.

    groet,

    Rolf

  9. Johannes 26 maart 2013 at 15:42

    Beste Rolf,

    Ja, dat het zoeken naar argumenten voor het bestaan van God door mensen als Jan Auke Riemersma en Emanuel Rutten u kan helpen uw geloof te onderhouden – zo’n uitspraak is haast altijd waar.

    Maar zeg nu eens eerlijk: doet het dat ook? Ik las op http://www.gjerutten.nl/VoordrachtGroningen.pdf de tekst van een voordracht die Rutten in Groningen gehouden heeft voor een studentenvereniging. Wordt u door zo’n betoog nu echt geholpen te (blijven) geloven?

    Vriendelijke groet,

    Johannes

  10. peter 26 maart 2013 at 17:29

    Die voordracht van Rutten …
    Zou Rutten niet eens een neurobioloog kunnen opzoeken om hem van een aantal onhoudbare ideeën af te helpen? de achterhaalde dwaasheden die Rutten verkondigt …

  11. Andries 5 november 2013 at 16:40

    Natuurwetenschap en natuurwetten gaan over gebeurtenissen die zich onder normale omstandigheden volgens vaste patronen gedragen.
    We kunnen die constantie in gedrag waarnemen en zo een natuurwet formuleren. Sommigen denken dat die constantie te verklaren is doordat God (JHWH) die natuurwetten wilde en daarom heeft gecreëerd en in stand houdt. Wie geen ‘wil van God’ erkent heeft voor die constantie waarschijnlijk geen verklaring, geen reden.

    Wie niet gelooft dat wonderen kunnen plaatsvinden zal dat meestal baseren op de overtuiging dat natuurwetten geen uitzonderingen kennen. Zij beweren in feite dat er geen abnormale omstandigheden kunnen zijn.
    Wonderen lenen zich niet voor herhaling en zijn dus per definitie ongeschikt voor het herkennen van een patroon. Ze zijn naar hun aard eenmalige unieke gebeurtenissen waarbij de omstandigheden uniek en abnormaal zijn en zich daarom niet volgens de natuurwetten gedragen. (Zo’n abnormaliteit zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat God iets wil aantonen, terwijl Hij normaliter alles zijn normale gang laat gaan.) Maar als iemand nooit zo’n unieke abnormale situatie heeft meegemaakt is dat geen bewijs voor de stelling dat zoiets ook niet zou kunnen gebeuren.
    Het persoonlijk getuigenis van de oor- en ooggetuigen die wel zulke unieke gebeurtenissen hebben meegemaakt is dan ook een belangrijke reden voor het ontstaan van het Christendom.

    Zulke eenmalige abnormale gebeurtenissen passen mijns inziens prima in een wereld die zich normaal volgens de natuurwetten gedraagt.
    Christenwetenschappers hoeven daarom niet twee werelden met elkaar te verbinden om dit als consistent met elkaar ‘uit te leggen’. Ik zie geen enkele inconsistentie.

    Er zijn beloften gedaan, en volgens de getuigen daarvan heeft degene die het beloofde aangetoond dat hij ook in staat is die beloften na te komen en de wonderen werkelijkheid te laten worden.
    En als we nog eens meemaken dat iemand uit de dood opstaat, zult u hopelijk blij verrast zijn en niet in uw laboratorium duiken om te proberen aan te tonen dat het niet waar geweest kan zijn. Daar is dan geen tijd meer voor.

Comments are closed.