Home » Opinie » Wetenschap is niet waardevrij

Wetenschap is niet waardevrij

By | Categorieën: Opinie | Gepubliceerd Op: 26 september 2012 | 3.5 min read |
Veel wetenschappers en studenten, zo merk ik bijvoorbeeld in gesprekken met christelijke studenten, gaan er van uit dat zij in hun vakgebied zelden of nooit te maken hebben met vragen rond geloof en wetenschap. Dat is op zich niet zo verwonderlijk wanneer het thema geloof en wetenschap wordt opgevat als het al dan niet bestaan van conflicten tussen Bijbelse ‘feiten’ en de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek. In de Bijbel komen inderdaad niet zoveel gegevens voor die een direct raakvlak hebben met wetenschappelijk onderzoek. Debatten over geloof en wetenschap zouden dan beperkt blijven tot een overzichtelijk aantal thema’s uit vakgebieden als bijbelwetenschap, geologie en biologie. In dit artikel geef ik een aantal redenen waarom dit een veel te beperkte opvatting van het onderwerp ‘geloof en wetenschap’ is.

Bijbel

Allereerst wordt een Bijbelinterpretatie gehanteerd die vrijwel geen onderscheid maakt naar stijlen, genres en tijdgebonden elementen in de Bijbel. De Bijbel wordt op dezelfde manier gelezen als het gemiddelde natuurkundeboek. Een tamelijk platte, ‘letterlijke’ en tijdloze manier van Bijbellezen, die al door Augustinus aan de kaak is gesteld. Door de Bijbel op een andere, bijvoorbeeld meer symbolische manier te lezen verdwijnt, interessant genoeg, een belangrijk deel van de conflicten tussen geloof en wetenschap, althans wanneer wordt uitgegaan van de al te eenvoudige opvatting van wetenschap als ‘factchecker’.

Wetenschap

Het is echter, in de tweede plaats, kortzichtig om wetenschap op te vatten als een verzameling wetenschappelijke ‘feiten’ die kunnen botsten met Bijbelse ‘feiten’. De verhouding tussen geloof en wetenschap gaat zelden over concrete wetenschappelijke en godsdienstige inhouden (een stukje bijbelverhaal of een kerkelijk dogma en een stukje natuurkunde of psychologie.) Het gaat vrijwel altijd over interpretaties van deze inhouden, interpretaties die onlosmakelijk verbonden zijn met een bepaald voorwetenschappelijk wereldbeeld. Het is in de sprong van de onderzoeksgegevens naar hun duiding, hun plaatsing in een breder kader, dat de wetenschapper iets toevoegt dat niet uit het onderzoek zelf voortkomt. Er wordt altijd een fenomeen onderzocht, nooit een zuiver ‘feit’. Op dit fenomeen wordt een analyse toegepast, waarbij altijd selectie plaatsvindt volgens ter discussie te stellen criteria.

In de derde plaats is het kortzichtig om zoveel gewicht te hechten aan de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek. Door deze focus op uitkomsten verdwijnt de aandacht voor wat er bijvoorbeeld niet wordt onderzocht, maar ook voor normen en doelen van wetenschap en voor methoden om die te bereiken.

Positivisme

Dat hangt samen met een vierde punt, namelijk dat de natuurwetenschappen worden gezien als model voor wat wetenschappelijk zou zijn. Deze positivistische wetenschapsbenadering is bijvoorbeeld zeer dominant in de sociale wetenschappen. In deze benadering heeft alleen datgene wat meetbaar en tastbaar is een wetenschappelijke status, of in ieder geval de hoogste wetenschappelijke status.

Geesteswetenschappen of sociale wetenschappen proberen krampachtig zichzelf in een natuurwetenschappelijk model te gieten. De filosofische basis onder dit gedachtegoed is de zogenaamde fact-value distinction, de scheiding van feiten en waarden, vooral vormgegeven door Max Weber. Ook kan het positivisme van August Comte genoemd worden. Weber ontkende het bestaan van absolute waarden. De waarden die bestaan, zijn van gelijke rang en conflicteren met elkaar. De uiteindelijke keuze voor een waarde is irrationeel. Waar het in de wetenschap om gaat, zijn feiten. Er is geen sociale of culturele orde die de juiste of rationele orde is. De evolutie van de mensheid naar de rationaliteit van de positieve wetenschap bestond voor Weber uit Entzauberung en Entgöttlichung van de wereld.

Deze gedachten van Weber, die ik hier slechts heel beknopt heb weergegeven, hebben richting gegeven aan wat in het bijzonder in de sociale wetenschap is uitgegroeid tot een ‘waardevrije’ wetenschap, ten dienste van ‘waardevrij’ beleid. Deze ‘objectieve’ wetenschap houdt zich slechts bezig met het ontdekken van oorzaken en gevolgen en statistiek. Deze wetenschap is louter instrumenteel en feitelijk staat ze ter beschikking van ieder, ongeacht zijn doelen. De fictie is daarbij dat de sociale werkelijkheid zich systematisch laat sturen, zoals de natuurlijke werkelijkheid.

Conclusie

Het geschetste gedachtegoed is wijdverbreid. Hier ligt mijns inziens een uitdaging voor christenwetenschappers en -studenten: het blootleggen van de (dikwijls verborgen) waardegeladenheid van hun wetenschapsgebied. Vanuit deze invalshoek wordt het debat over geloof en wetenschap ook verrassend relevant voor ieder wetenschapsgebied en dus voor voor iedere christenstudent.

Over de Auteurs: Jeroen de Ridder

Home » Opinie » Wetenschap is niet waardevrij

Wetenschap is niet waardevrij

By | Categorieën: Opinie | Gepubliceerd Op: 26 september 2012 | 3.5 min read |
Veel wetenschappers en studenten, zo merk ik bijvoorbeeld in gesprekken met christelijke studenten, gaan er van uit dat zij in hun vakgebied zelden of nooit te maken hebben met vragen rond geloof en wetenschap. Dat is op zich niet zo verwonderlijk wanneer het thema geloof en wetenschap wordt opgevat als het al dan niet bestaan van conflicten tussen Bijbelse ‘feiten’ en de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek. In de Bijbel komen inderdaad niet zoveel gegevens voor die een direct raakvlak hebben met wetenschappelijk onderzoek. Debatten over geloof en wetenschap zouden dan beperkt blijven tot een overzichtelijk aantal thema’s uit vakgebieden als bijbelwetenschap, geologie en biologie. In dit artikel geef ik een aantal redenen waarom dit een veel te beperkte opvatting van het onderwerp ‘geloof en wetenschap’ is.

Bijbel

Allereerst wordt een Bijbelinterpretatie gehanteerd die vrijwel geen onderscheid maakt naar stijlen, genres en tijdgebonden elementen in de Bijbel. De Bijbel wordt op dezelfde manier gelezen als het gemiddelde natuurkundeboek. Een tamelijk platte, ‘letterlijke’ en tijdloze manier van Bijbellezen, die al door Augustinus aan de kaak is gesteld. Door de Bijbel op een andere, bijvoorbeeld meer symbolische manier te lezen verdwijnt, interessant genoeg, een belangrijk deel van de conflicten tussen geloof en wetenschap, althans wanneer wordt uitgegaan van de al te eenvoudige opvatting van wetenschap als ‘factchecker’.

Wetenschap

Het is echter, in de tweede plaats, kortzichtig om wetenschap op te vatten als een verzameling wetenschappelijke ‘feiten’ die kunnen botsten met Bijbelse ‘feiten’. De verhouding tussen geloof en wetenschap gaat zelden over concrete wetenschappelijke en godsdienstige inhouden (een stukje bijbelverhaal of een kerkelijk dogma en een stukje natuurkunde of psychologie.) Het gaat vrijwel altijd over interpretaties van deze inhouden, interpretaties die onlosmakelijk verbonden zijn met een bepaald voorwetenschappelijk wereldbeeld. Het is in de sprong van de onderzoeksgegevens naar hun duiding, hun plaatsing in een breder kader, dat de wetenschapper iets toevoegt dat niet uit het onderzoek zelf voortkomt. Er wordt altijd een fenomeen onderzocht, nooit een zuiver ‘feit’. Op dit fenomeen wordt een analyse toegepast, waarbij altijd selectie plaatsvindt volgens ter discussie te stellen criteria.

In de derde plaats is het kortzichtig om zoveel gewicht te hechten aan de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek. Door deze focus op uitkomsten verdwijnt de aandacht voor wat er bijvoorbeeld niet wordt onderzocht, maar ook voor normen en doelen van wetenschap en voor methoden om die te bereiken.

Positivisme

Dat hangt samen met een vierde punt, namelijk dat de natuurwetenschappen worden gezien als model voor wat wetenschappelijk zou zijn. Deze positivistische wetenschapsbenadering is bijvoorbeeld zeer dominant in de sociale wetenschappen. In deze benadering heeft alleen datgene wat meetbaar en tastbaar is een wetenschappelijke status, of in ieder geval de hoogste wetenschappelijke status.

Geesteswetenschappen of sociale wetenschappen proberen krampachtig zichzelf in een natuurwetenschappelijk model te gieten. De filosofische basis onder dit gedachtegoed is de zogenaamde fact-value distinction, de scheiding van feiten en waarden, vooral vormgegeven door Max Weber. Ook kan het positivisme van August Comte genoemd worden. Weber ontkende het bestaan van absolute waarden. De waarden die bestaan, zijn van gelijke rang en conflicteren met elkaar. De uiteindelijke keuze voor een waarde is irrationeel. Waar het in de wetenschap om gaat, zijn feiten. Er is geen sociale of culturele orde die de juiste of rationele orde is. De evolutie van de mensheid naar de rationaliteit van de positieve wetenschap bestond voor Weber uit Entzauberung en Entgöttlichung van de wereld.

Deze gedachten van Weber, die ik hier slechts heel beknopt heb weergegeven, hebben richting gegeven aan wat in het bijzonder in de sociale wetenschap is uitgegroeid tot een ‘waardevrije’ wetenschap, ten dienste van ‘waardevrij’ beleid. Deze ‘objectieve’ wetenschap houdt zich slechts bezig met het ontdekken van oorzaken en gevolgen en statistiek. Deze wetenschap is louter instrumenteel en feitelijk staat ze ter beschikking van ieder, ongeacht zijn doelen. De fictie is daarbij dat de sociale werkelijkheid zich systematisch laat sturen, zoals de natuurlijke werkelijkheid.

Conclusie

Het geschetste gedachtegoed is wijdverbreid. Hier ligt mijns inziens een uitdaging voor christenwetenschappers en -studenten: het blootleggen van de (dikwijls verborgen) waardegeladenheid van hun wetenschapsgebied. Vanuit deze invalshoek wordt het debat over geloof en wetenschap ook verrassend relevant voor ieder wetenschapsgebied en dus voor voor iedere christenstudent.

Over de Auteurs: Jeroen de Ridder