Geschreven door Redactie /
17 februari 2025 /
Wetenschap als brug naar God

Is de wetenschap een kloof die ons scheidt van God? In een lezing ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het tijdschrift Radix beantwoordde VU-hoogleraar filosofie René van Woudenberg deze vraag niet alleen ontkennend, hij betoogde zelfs dat wetenschap een brug naar God kan zijn.
Het idee dat wetenschap en geloof in God als conflicterende machten tegenover elkaar staan bestempelt Van Woudenberg in zijn lezing al direct als een hardnekkige mythe. Hij noemt vier typen onderzoek die hebben aangetoond dat dit conflict-narratief onjuist is.
1) Allereerst is daar historisch onderzoek: het staat buiten kijf dat veel grote wetenschappers uit het verleden oprecht gelovig waren. Geloof in God werd juist gezien als stimulans voor natuuronderzoek, omdat de natuur een schepping van God is. Zo ontstond er juist een vruchtbare wisselwerking van geloof en wetenschap, en zelfs een samenwerking, bijvoorbeeld door de stichting van universiteiten door kerkelijke instanties, zoals in Nederland de Vrije Universiteit (1880) en de Katholieke Universiteit Nijmegen (1923).
Galileo en de Paus
Natuurlijk waren er wel conflicten, stelt Van Woudenberg, zoals het conflict van Galileo met de Paus over de vraag of de zon om de aarde draaide, of de aarde om de zon. Maar dit was een conflict over een specifiek wetenschappelijk concept, en geen fundamenteel conflict tussen geloof en wetenschap, waarbij Galileo gelovig bleef en de Paus wetenschap verder niet afwees.
2) Vervolgens laat ook sociologisch onderzoek zien dat het conflict-narratief niet universeel is. De bekende Amerikaanse socioloog Elaine Ecklund onderzocht bijvoorbeeld hoe religieus wetenschappers zijn. Zij vond dat wereldwijd meer dan 50% van alle wetenschappers een of andere vorm van religieus geloof aanhangt.
3) Ook veel filosofisch onderzoek wijst in deze richting, bijvoorbeeld een analyse van de begrippen die gebruikt werden en worden in de formulering en onderbouwing van de conflictthese. Van Woudenberg doelt op begrippenparen als evolutie/schepping, toeval/plan, natuurwet/wonder, materie/betekenis. De filosofische analyse van deze begrippen wijst echter uit dat het een het ander niet uitsluit. De stelling ‘X is de uitkomst van een evolutionair proces’ is verenigbaar met de stelling ‘X is een goddelijke schepping’; beide stellingen kunnen tegelijk waar zijn.
4) Als laatste is er de kennistheorie. Het is duidelijk dat wetenschappelijk onderzoek een bron van kennis is. Maar het is niet de enige bron van kennis: er zijn ook specifieke bronnen voor religieuze kennis. En als dat zo is, dan verliest de conflictthese aan plausibiliteit.
Ten slotte hebben ook theologen wetenschappelijk onderzoek gedaan naar onder meer de genrekenmerken, de betekenis en de interpretatie van de Bijbelse geschriften, dus onderzoek naar wat de Bijbel of andere gezaghebbende geschriften zeggen en impliceren. In het verlengde hiervan is ook gekeken naar het complexe onderwerp van interpretatie van natuurwetenschappelijke ontdekkingen en theorieën. Daarvoor zijn meerdere interpretatiekaders beschikbaar. Materialisme is zo’n kader, net als atheïsme, metafysisch idealisme of christelijk theïsme. Over deze kaders valt in alle redelijkheid te discussiëren maar die discussies kunnen niet beslist worden op basis van verder wetenschappelijk onderzoek.
Een brug naar God
Deze vier typen onderzoek wijzen erop dat wetenschap dus geen kloof is die ons scheidt van God en geloof in Hem. Ze kan zelfs, zoals Van den Woudenberg in het tweede deel van zijn betoog stelt, een brug zijn naar God. Hij heeft daarvan drie voorbeelden.
1) De eerste is de verklaring van natuurlijke fenomenen via natuurwetten. Veelal zijn er ‘lagere’ wetten die zelf weer verklaard kunnen worden door ‘hogere’ wetten. Maar op een bepaald moment lijkt er niet een nog hogere wet te zijn. Op dat punt moet de verklaring een ander karakter hebben. Men kan hier bijvoorbeeld zeggen dat deze hoogste en meest algemene wetten komen uit de wil van God. En zo kan de wetenschap, vanuit het zoeken naar verklaringen, een brug zijn naar God.
2) Ook de wetenschappelijke zoektocht naar waarheid kan zo’n brug zijn. Want al zoekend stuit je uiteindelijk op de begrensdheid van de menselijke kenvermogens: onze zintuigen zijn bijvoorbeeld gevoelig voor slechts een beperkt deel van alle mogelijke signalen. In de nevel van die begrensdheid, aldus Van Woudenberg, kunnen wij de contouren ontwaren van een brug naar de overzijde van de rivier.
3) Verder vervullen de objecten en verschijnselen die mensen onderzoeken hen soms met een gevoel van ontzag, eerbied, kleinheid. De oorsprong van ons overweldigende universum, het waarom van de concepten en van het allesomvattende evolutieproces, en dus de zin van dit alles inclusief die van ons eigen tijdelijk bestaan, zijn vragen die de grenzen van de mogelijkheden van onze natuurwetenschappelijke analyse principieel overschrijden. Ook dit kan wijzen naar iets hogers.
Geloofservaring
Van Woudenberg besluit met de uitnodiging tot een geestelijke benadering van de natuurlijke wereld: die opent de ogen voor de mysterieuze diepten van de natuur. Hij verwijst daarbij naar een rede van Abraham Kuyper, die begint met de uitspraak: ‘In en achter de Natuur is God zelf.’ Want hoewel de wetenschap en filosofie zeker bruggen naar God leveren, verwijzen ook de primaire ervaring van de natuurlijke wereld en de geloofservaring hiervan naar God.
De volledige tekst van de lezing is hier te lezen.
Foto Radix
