Home » Opinie » Was Augustinus een wiskundehater?

Was Augustinus een wiskundehater?

By | Categorieën: Geschiedenis, Opinie | Gepubliceerd Op: 10 mei 2012 | 2.7 min read |
Vaak beginnen wetenschappelijke leerboeken of artikelen met een verwijzing naar een episode uit de wetenschapsgeschiedenis die in verband staat met het te behandelen onderwerp. Daar is uiteraard geen enkel bezwaar tegen, zolang tenminste de feiten niet onjuist worden weergegeven of verkeerd worden geïnterpreteerd.

 

Een voorbeeld waar het misgaat, kwam ik tegen in het artikel ‘Rekenen en industrie’ in het tijdschrift Nieuw Archief voor Wiskunde. Dit artikel begint met enkele opmerkingen over het gebrek aan waardering voor de wiskunde in het verleden. De auteur wijst eerst op het belang dat de Griekse filosofoof Plato aan de wiskunde hechtte voor contemplatie en training van de geest, maar ook op diens onderwaardering voor wat je ‘toegepaste wiskunde’ zou kunnen noemen. Dan vervolgt de auteur:

‘De heilige Augustinus maakte het zelfs nog wat bonter met zijn vermaning dat goede christenen moeten oppassen voor wiskundigen, omdat het gevaar bestaat dat die een pact met de duivel gesloten hebben.’

Wiskundigen of astrologen

Er staat geen bronvermelding bij, maar waarschijnlijk doelt de auteur op een passage uit Augustinus De Genesi ad litteram, II,17,37 (de laatste zin):

‘Quapropter bono christiano sive mathematici sive quilibet inpie divinantium, maxime dicentes vera, cavendi sunt, ne consortio daemoniorum animam deceptam pacto quodam societatis inretiant.’

Enigszins vrij vertaald staat hier:

‘Daarom moet een goede christen oppassen voor astrologen, of welke goddeloze waarzeggers dan ook, vooral als ze de waarheid spreken, om te voorkomen dat hij in contact met demonen komt en door een pact in hun strikken gevangen raakt.’

Uit de vertaling blijkt meteen het misverstand. De kerkvader Augustinus waarschuwt zijn christelijke lezers hier beslist niet voor de wiskundigen – Euclides’ geometria en arithmetica acht hij nuttige wetenschappen – maar voor het raadplegen van astrologen. Het Griekse ‘mathèmatikos’ betekent allereerst (iemand die) gek of dol (is) op leren, vandaar ook wetenschappelijk (wetenschapper) en meer pregnant wiskundig(e) of astronomisch (astronoom) en vooral sinds de vierde eeuw ook astrologisch (astroloog).

Juist de betekenis ‘astroloog’ is in de tijd van Augustinus de gangbare onder het gewone volk en bij dat spraakgebruik past hij zich meestal aan. En Augustinus wees de astrologie af als grote zonde. (zie De Vreese, Augustinus en de astrologie).

Geen wetenschap-om-de-wetenschap

Dat betekent overigens niet dat ik beweer dat Augustinus een enthousiast pleitbezorger van de wis- en natuurkundige wetenschappen was. Dat ligt ook niet direct voor de hand bij iemand die zich allereerst zieleherder wist. Toch acht hij de studie van deze vakken beslist wel nuttig en zinvol, voor zover ze bevorderend zijn voor de eer van God en religieuze kennis verhelderen. De wetenschap-om-de-wetenschap wordt door hem afgewezen. (zie hiervoor Haitjema, Augustinus’ wetenschapsidee)

Ook dat was overigens geen uitzonderlijke opvatting. Wetenschapshistorici hebben laten zien dat  het christendom wat de houding tegenover de wis- en natuurkundige wetenschappen betreft, niet afweek van het standpunt van de toenmalige laat-antieke cultuur. Die vertoonde een duidelijke reserve ten opzichte van deze wetenschappen en vond alleen datgene waardevol wat kon bijdragen aan ‘waarachtig geluk’. Zie hiervoor bijvoorbeeld het artikel van David C. Lindberg, Science and the early christian church in het tijdschrift Isis) De studie van de wis- en natuurkundige vakken werd alleen zinvol geacht voor zover ze aan dit geluk bijdroegen.

Ook gepubliceerd op Digitaal Wetenschapshistorisch Centrum

Over de Auteurs: Kees de Pater

Home » Opinie » Was Augustinus een wiskundehater?

Was Augustinus een wiskundehater?

By | Categorieën: Geschiedenis, Opinie | Gepubliceerd Op: 10 mei 2012 | 2.7 min read |
Vaak beginnen wetenschappelijke leerboeken of artikelen met een verwijzing naar een episode uit de wetenschapsgeschiedenis die in verband staat met het te behandelen onderwerp. Daar is uiteraard geen enkel bezwaar tegen, zolang tenminste de feiten niet onjuist worden weergegeven of verkeerd worden geïnterpreteerd.

 

Een voorbeeld waar het misgaat, kwam ik tegen in het artikel ‘Rekenen en industrie’ in het tijdschrift Nieuw Archief voor Wiskunde. Dit artikel begint met enkele opmerkingen over het gebrek aan waardering voor de wiskunde in het verleden. De auteur wijst eerst op het belang dat de Griekse filosofoof Plato aan de wiskunde hechtte voor contemplatie en training van de geest, maar ook op diens onderwaardering voor wat je ‘toegepaste wiskunde’ zou kunnen noemen. Dan vervolgt de auteur:

‘De heilige Augustinus maakte het zelfs nog wat bonter met zijn vermaning dat goede christenen moeten oppassen voor wiskundigen, omdat het gevaar bestaat dat die een pact met de duivel gesloten hebben.’

Wiskundigen of astrologen

Er staat geen bronvermelding bij, maar waarschijnlijk doelt de auteur op een passage uit Augustinus De Genesi ad litteram, II,17,37 (de laatste zin):

‘Quapropter bono christiano sive mathematici sive quilibet inpie divinantium, maxime dicentes vera, cavendi sunt, ne consortio daemoniorum animam deceptam pacto quodam societatis inretiant.’

Enigszins vrij vertaald staat hier:

‘Daarom moet een goede christen oppassen voor astrologen, of welke goddeloze waarzeggers dan ook, vooral als ze de waarheid spreken, om te voorkomen dat hij in contact met demonen komt en door een pact in hun strikken gevangen raakt.’

Uit de vertaling blijkt meteen het misverstand. De kerkvader Augustinus waarschuwt zijn christelijke lezers hier beslist niet voor de wiskundigen – Euclides’ geometria en arithmetica acht hij nuttige wetenschappen – maar voor het raadplegen van astrologen. Het Griekse ‘mathèmatikos’ betekent allereerst (iemand die) gek of dol (is) op leren, vandaar ook wetenschappelijk (wetenschapper) en meer pregnant wiskundig(e) of astronomisch (astronoom) en vooral sinds de vierde eeuw ook astrologisch (astroloog).

Juist de betekenis ‘astroloog’ is in de tijd van Augustinus de gangbare onder het gewone volk en bij dat spraakgebruik past hij zich meestal aan. En Augustinus wees de astrologie af als grote zonde. (zie De Vreese, Augustinus en de astrologie).

Geen wetenschap-om-de-wetenschap

Dat betekent overigens niet dat ik beweer dat Augustinus een enthousiast pleitbezorger van de wis- en natuurkundige wetenschappen was. Dat ligt ook niet direct voor de hand bij iemand die zich allereerst zieleherder wist. Toch acht hij de studie van deze vakken beslist wel nuttig en zinvol, voor zover ze bevorderend zijn voor de eer van God en religieuze kennis verhelderen. De wetenschap-om-de-wetenschap wordt door hem afgewezen. (zie hiervoor Haitjema, Augustinus’ wetenschapsidee)

Ook dat was overigens geen uitzonderlijke opvatting. Wetenschapshistorici hebben laten zien dat  het christendom wat de houding tegenover de wis- en natuurkundige wetenschappen betreft, niet afweek van het standpunt van de toenmalige laat-antieke cultuur. Die vertoonde een duidelijke reserve ten opzichte van deze wetenschappen en vond alleen datgene waardevol wat kon bijdragen aan ‘waarachtig geluk’. Zie hiervoor bijvoorbeeld het artikel van David C. Lindberg, Science and the early christian church in het tijdschrift Isis) De studie van de wis- en natuurkundige vakken werd alleen zinvol geacht voor zover ze aan dit geluk bijdroegen.

Ook gepubliceerd op Digitaal Wetenschapshistorisch Centrum

Over de Auteurs: Kees de Pater