Home » Opinie » Richard Feynman en de droom van Anaximenes

Richard Feynman en de droom van Anaximenes

By | Categorieën: Opinie | Gepubliceerd Op: 2 februari 2015 | 5 min read |

Volgens de fysicus Richard Feynman kan je geen enkele verzameling van metafysische ideeën opstellen waarvan je kan garanderen dat ze niet in conflict kan komen met een wetenschap die steeds verder evolueert naar het onbekende. Een interessant denkspoor voor de verhouding tussen geloof en wetenschap?

 

Alle dingen zijn gemaakt van atomen

Een van de wetenschappelijke boegbeelden van de twintigste eeuw, de fysicus Richard Feynman, boog zich ooit over de volgende vraag. Stel dat in een of andere ramp alle wetenschappelijke kennis zou worden vernietigd, en we zouden maar één enkele zin kunnen doorgeven aan de volgende generaties, welke zin zou hij dan kiezen? Zijn antwoord was: “Alle dingen zijn gemaakt van atomen – kleine deeltjes die voortdurend in beweging zijn, die elkaar aantrekken wanneer ze zich op een korte afstand van elkaar bevinden, maar elkaar afstoten wanneer ze tegen elkaar geduwd worden.”[1]

Met de keuze voor die ene zin schakelt Feynman zich in in een lange traditie die teruggaat tot de Griekse natuurfilosofen: het reductionisme[2]. Zonder twijfel een traditie die dominant is in het huidige natuurwetenschappelijke denken. Reductionisme gaat om een programma waarin men de veelheid van de complexe verschijnselen in de natuur wil begrijpen in een proces van reductie tot een aantal basiselementen en fundamentele wetten.

De droom van Anaximenes

Dit reductionisme is, laat daar geen misverstand over zijn, niet alleen methodologisch, maar ook ontologisch. Dat wil zeggen dat het niet alleen een onderzoeksprogramma is dat een stel regels omvat over hoe je te werk dient te gaan, het stelt tevens dat die basiselementen en fundamentele wetten wel degelijk iets zeggen over de aard van de werkelijkheid. De Leuvense fysicus Christian Maes vat dit programma prachtig samen als ‘de droom van Anaximenes’, naar de jongste van de Miletische natuurfilosofen: “Het is een droom van alle tijden die alle mensen verbindt en de uitwerking ervan is tot nu toe één van de meest briljante voorbeelden van het menselijk denken.”[3]

Naturalisme

Dit programma past mooi in de traditie van het naturalisme, waarbij de werkelijkheid als een volledig natuurlijk gebeuren wordt beschouwd en waarbij men geen plaats inruimt voor het “bovennatuurlijke”. Laat daar nu net voor heel wat mensen het schoentje wringen. Want men kan tegen deze uitspraak van Feynman inbrengen dat het strik genomen geen wetenschappelijke uitspraak is, maar een metafysische, namelijk het onderschrijven van een naturalistisch programma.

Sciëntisme

Enigszins vreemd, zou je kunnen zeggen, want van Richard Feynman is alom bekend dat hij sterk neigde naar een zekere vorm van sciëntisme, het filosofische standpunt dat alleen wetenschap geldige uitspraken over de werkelijkheid kan doen. Tegen sciëntisme brengt men vaak het bezwaar in dat dit standpunt zelf niet kan worden afgeleid uit wetenschappelijk onderzoek, en dus vanuit een sciëntistisch standpunt meteen zou moeten worden verworpen.

Geloof en wetenschap

Maar hoe dacht Feynman daar zelf over? Hij was alleszins geen kruisvaarder of beeldenstormer die om ideologische redenen ten strijde trok tegen alles wat in zijn ogen niet strikt wetenschappelijk was. Integendeel zelfs. Feynman was door en door gedreven door nieuwsgierigheid, door de niet aflatende drang om te weten, om te ontdekken, en alles wat niet toegankelijk was volgens de wetenschappelijke methode kon maar weinig op zijn belangstelling rekenen, met inbegrip van filosofie en religie.

Precies daarom is het boeiend om te ontdekken dat Richard Feynman zich ook heeft ingelaten met de vraag naar de verhouding tussen geloof en wetenschap. In een lezing die hij gaf in 1956 is er één opmerking in het bijzonder die daarbij opvalt. Hij vertrekt van de stelling dat wetenschap onmogelijk kan bewijzen dat God niet bestaat, waaruit hij dan afleidt dat wetenschap en geloof in God perfect consistent kunnen samengaan.[4]

Een metafysica-neutrale wetenschap?

Maar er zijn wel degelijk conflicten mogelijk tussen wetenschap en wat Feynman noemt het metafysische aspect van religie. Hij komt tot de conclusie dat er geen enkele verzameling van metafysische ideeën kan worden gevonden waarvan je kan garanderen dat ze niet in conflict kan komen met een wetenschap die steeds maar verandert en evolueert naar het onbekende.[5] En die moeilijkheid komt volgens hem voort uit het feit dat wetenschap en religie beide proberen vragen te beantwoorden in hetzelfde domein. Anders geformuleerd, in zijn visie is er tussen wetenschap en religie wel degelijk een overlapping in metafysische veronderstellingen over de werkelijkheid. Er is geen “metafysica-neutrale” religie, maar ook geen “metafysica-neutrale” wetenschap.

Natuurlijk geldt dit ook voor zijn eigen metafysische veronderstellingen over de aard van de werkelijkheid en zijn eigen reductionistisch, naturalistisch programma. Maar, zo zegt Feynman, er is een cruciaal verschil in houding tussen wetenschap en geloof. “De geest van onzekerheid in de wetenschap is een houding tegenover de metafysische vragen die erg verschilt van de zekerheid en het geloof die religie vraagt.”[6]

Kan naturalisme samengaan met geloof?

Deze visie van Feynman leidt tot een heel interessant denkspoor over geloof en wetenschap (waarbij ik me eenvoudigheidshalve even beperk tot het christelijk geloof). Zou je je kunnen bekennen tot een reductionistisch, naturalistisch programma in de natuurwetenschap en tegelijkertijd vasthouden aan de christelijke geloofsoptie? Is een naturalistische metafysica verenigbaar met het christelijk geloof? Kan je materialist zijn en christen? Kan een mechanistische visie die teleologische argumenten strikt afwijst samengaan met het christendom? Is christelijk geloof compatibel met ‘de droom van Anaximenes’? Mijn antwoord op deze vragen is alvast een volmondig ja. Wordt vervolgd.

Noten:
[1] R. Feynman, The Feynman Lectures on Physics, online edition, http://www.feynmanlectures.caltech.edu/I_01.html#Ch1-S2 (1963-1965), vol. I, section 1-2, mijn vertaling (toegang 31/01/2015).
[2] Zie daarover R. Feynman, QED. The Strange Theory of Light and Matter, Princeton, Princeton University Press, 1985 (repr. 2006), p. 4.
[3] C. Maes, De droom van Anaximenes, https://itf.fys.kuleuven.be/~christ/jour/anaxFIN.pdf (s.d.), (toegang 31/05/2015). Vandaar de verwijzing ernaar in de titel van dit opiniestuk.
[4] R. Feynman, The Relation of Science and Religion, http://calteches.library.caltech.edu/49/2/Religion.htm (1956), (toegang 31/05/2015).
[5] ibid.
[6] ibid., mijn vertaling.

Beeld: Wikipedia

 

Over de Auteurs: Alexander van Biezen

Home » Opinie » Richard Feynman en de droom van Anaximenes

Richard Feynman en de droom van Anaximenes

By | Categorieën: Opinie | Gepubliceerd Op: 2 februari 2015 | 5 min read |

Volgens de fysicus Richard Feynman kan je geen enkele verzameling van metafysische ideeën opstellen waarvan je kan garanderen dat ze niet in conflict kan komen met een wetenschap die steeds verder evolueert naar het onbekende. Een interessant denkspoor voor de verhouding tussen geloof en wetenschap?

 

Alle dingen zijn gemaakt van atomen

Een van de wetenschappelijke boegbeelden van de twintigste eeuw, de fysicus Richard Feynman, boog zich ooit over de volgende vraag. Stel dat in een of andere ramp alle wetenschappelijke kennis zou worden vernietigd, en we zouden maar één enkele zin kunnen doorgeven aan de volgende generaties, welke zin zou hij dan kiezen? Zijn antwoord was: “Alle dingen zijn gemaakt van atomen – kleine deeltjes die voortdurend in beweging zijn, die elkaar aantrekken wanneer ze zich op een korte afstand van elkaar bevinden, maar elkaar afstoten wanneer ze tegen elkaar geduwd worden.”[1]

Met de keuze voor die ene zin schakelt Feynman zich in in een lange traditie die teruggaat tot de Griekse natuurfilosofen: het reductionisme[2]. Zonder twijfel een traditie die dominant is in het huidige natuurwetenschappelijke denken. Reductionisme gaat om een programma waarin men de veelheid van de complexe verschijnselen in de natuur wil begrijpen in een proces van reductie tot een aantal basiselementen en fundamentele wetten.

De droom van Anaximenes

Dit reductionisme is, laat daar geen misverstand over zijn, niet alleen methodologisch, maar ook ontologisch. Dat wil zeggen dat het niet alleen een onderzoeksprogramma is dat een stel regels omvat over hoe je te werk dient te gaan, het stelt tevens dat die basiselementen en fundamentele wetten wel degelijk iets zeggen over de aard van de werkelijkheid. De Leuvense fysicus Christian Maes vat dit programma prachtig samen als ‘de droom van Anaximenes’, naar de jongste van de Miletische natuurfilosofen: “Het is een droom van alle tijden die alle mensen verbindt en de uitwerking ervan is tot nu toe één van de meest briljante voorbeelden van het menselijk denken.”[3]

Naturalisme

Dit programma past mooi in de traditie van het naturalisme, waarbij de werkelijkheid als een volledig natuurlijk gebeuren wordt beschouwd en waarbij men geen plaats inruimt voor het “bovennatuurlijke”. Laat daar nu net voor heel wat mensen het schoentje wringen. Want men kan tegen deze uitspraak van Feynman inbrengen dat het strik genomen geen wetenschappelijke uitspraak is, maar een metafysische, namelijk het onderschrijven van een naturalistisch programma.

Sciëntisme

Enigszins vreemd, zou je kunnen zeggen, want van Richard Feynman is alom bekend dat hij sterk neigde naar een zekere vorm van sciëntisme, het filosofische standpunt dat alleen wetenschap geldige uitspraken over de werkelijkheid kan doen. Tegen sciëntisme brengt men vaak het bezwaar in dat dit standpunt zelf niet kan worden afgeleid uit wetenschappelijk onderzoek, en dus vanuit een sciëntistisch standpunt meteen zou moeten worden verworpen.

Geloof en wetenschap

Maar hoe dacht Feynman daar zelf over? Hij was alleszins geen kruisvaarder of beeldenstormer die om ideologische redenen ten strijde trok tegen alles wat in zijn ogen niet strikt wetenschappelijk was. Integendeel zelfs. Feynman was door en door gedreven door nieuwsgierigheid, door de niet aflatende drang om te weten, om te ontdekken, en alles wat niet toegankelijk was volgens de wetenschappelijke methode kon maar weinig op zijn belangstelling rekenen, met inbegrip van filosofie en religie.

Precies daarom is het boeiend om te ontdekken dat Richard Feynman zich ook heeft ingelaten met de vraag naar de verhouding tussen geloof en wetenschap. In een lezing die hij gaf in 1956 is er één opmerking in het bijzonder die daarbij opvalt. Hij vertrekt van de stelling dat wetenschap onmogelijk kan bewijzen dat God niet bestaat, waaruit hij dan afleidt dat wetenschap en geloof in God perfect consistent kunnen samengaan.[4]

Een metafysica-neutrale wetenschap?

Maar er zijn wel degelijk conflicten mogelijk tussen wetenschap en wat Feynman noemt het metafysische aspect van religie. Hij komt tot de conclusie dat er geen enkele verzameling van metafysische ideeën kan worden gevonden waarvan je kan garanderen dat ze niet in conflict kan komen met een wetenschap die steeds maar verandert en evolueert naar het onbekende.[5] En die moeilijkheid komt volgens hem voort uit het feit dat wetenschap en religie beide proberen vragen te beantwoorden in hetzelfde domein. Anders geformuleerd, in zijn visie is er tussen wetenschap en religie wel degelijk een overlapping in metafysische veronderstellingen over de werkelijkheid. Er is geen “metafysica-neutrale” religie, maar ook geen “metafysica-neutrale” wetenschap.

Natuurlijk geldt dit ook voor zijn eigen metafysische veronderstellingen over de aard van de werkelijkheid en zijn eigen reductionistisch, naturalistisch programma. Maar, zo zegt Feynman, er is een cruciaal verschil in houding tussen wetenschap en geloof. “De geest van onzekerheid in de wetenschap is een houding tegenover de metafysische vragen die erg verschilt van de zekerheid en het geloof die religie vraagt.”[6]

Kan naturalisme samengaan met geloof?

Deze visie van Feynman leidt tot een heel interessant denkspoor over geloof en wetenschap (waarbij ik me eenvoudigheidshalve even beperk tot het christelijk geloof). Zou je je kunnen bekennen tot een reductionistisch, naturalistisch programma in de natuurwetenschap en tegelijkertijd vasthouden aan de christelijke geloofsoptie? Is een naturalistische metafysica verenigbaar met het christelijk geloof? Kan je materialist zijn en christen? Kan een mechanistische visie die teleologische argumenten strikt afwijst samengaan met het christendom? Is christelijk geloof compatibel met ‘de droom van Anaximenes’? Mijn antwoord op deze vragen is alvast een volmondig ja. Wordt vervolgd.

Noten:
[1] R. Feynman, The Feynman Lectures on Physics, online edition, http://www.feynmanlectures.caltech.edu/I_01.html#Ch1-S2 (1963-1965), vol. I, section 1-2, mijn vertaling (toegang 31/01/2015).
[2] Zie daarover R. Feynman, QED. The Strange Theory of Light and Matter, Princeton, Princeton University Press, 1985 (repr. 2006), p. 4.
[3] C. Maes, De droom van Anaximenes, https://itf.fys.kuleuven.be/~christ/jour/anaxFIN.pdf (s.d.), (toegang 31/05/2015). Vandaar de verwijzing ernaar in de titel van dit opiniestuk.
[4] R. Feynman, The Relation of Science and Religion, http://calteches.library.caltech.edu/49/2/Religion.htm (1956), (toegang 31/05/2015).
[5] ibid.
[6] ibid., mijn vertaling.

Beeld: Wikipedia

 

Over de Auteurs: Alexander van Biezen