Home » Nieuws » Religiekritiek atheïsten soms ‘narcistisch’

Religiekritiek atheïsten soms ‘narcistisch’

By |Categorieën: Nieuws|Gepubliceerd Op: 18 december 2013|2.4 min read|
Nieuws

De Belgische filosoof Ignaas Devisch haalt in De Standaard uit naar de in zijn ogen te gemakkelijke religiekritiek van zijn collega Maarten Boudry. Beide ‘kemphanen’ zijn verbonden aan de Universiteit Gent.

 

 

Devisch reageert op een artikel dat Boudry publiceerde in de krant De Standaard (hier te lezen). Onder de kop ‘Sinterklaas maakt ook gelukkig’ bekritiseert Boudry de rationele onderbouwing van het godsgeloof zoals bijvoorbeeld Rik Peels en Stefan Paas die naar voren brengen. Godsgeloof is voor Boudry een illusie, vermoedelijk zelfs een gevaarlijke illusie en dat het gezond en gelukkig maakt is geen reden om gelovigen maar in hun waan te laten.

 

Devisch vindt de onderbouwing van het stuk van Boudry zeer matig. Waar die laatste bijvoorbeeld stelt dat er in de bijbel ‘met geen woord gerept over democratie, dat slavernij er expliciet wordt goedgekeurd’ reageert hij  sarcastisch:
Hear hear, dat wisten we heus nog niet: in de bijbel wordt niet gesproken over democratie ! Quite shocking indeed, maar moeten we het dan niet ook hebben over de verlichtingsdenker Voltaire en zijn niet-afkeuring van slavernij of dat hij mensen hoger inschatte dan ‘negers’; of over Aristoteles die in zijn Ethica Nicomachea spreekt over een slaaf als een ‘bezielde os’?


Illusie

Dat geloof een illusie is bestrijdt Devisch, zelf net als Boudry atheïst, niet, maar met verbeelding is niets mis, stelt hij:
Religie is gedreven door verbeelding, zeer zeker, maar dat geldt voor de hele postkantiaanse wetenschap: juist omdat ze vanuit de vrijheid van het denken moet vertrekken, heeft de verbeeldingskracht nodig.

 

Vervolgens stelt hij dat Boudry zijn eigen uitgangspunten wat kritischer zou moeten onderzoeken. De houding van Boudry vergelijkt hij met ‘moreel narcisme’ en hij besluit met een oproep: Hoog tijd voor een religiekritiek die evenveel van zichzelf als van religie probeert te begrijpen, zo niet dreigt ze zelf een merkwaardig religieus tintje te krijgen.

 

Nieuwe kennis

De Nederlandse godsdienstfilosoof Taede Smedes reageert op zijn weblog op het stuk van Devisch. Hij stelt dat de kritiek van Devisch voor meer atheïsten geldt: (het) moraliseren, het retorische wegzetten van hele groepen gelovigen als “simpelweg dom en bij uitbreiding ook gevaarlijk”, en het feit dat goddeloosheid geen vlekkeloze levenswandel impliceert, zou je ook kunnen maken in de richting van de grote voorbeelden van Boudry, namelijk Dawkins, Hitchens en Harris.

 

Smedes werkt de beschuldiging van Devisch uit, dat religiekritiek die zichzelf niet onderzoekt geen echt nieuwe kennis kan opleveren. Maar om religie werkelijk te begrijpen, zullen ze het fenomeen serieus moeten nemen en dat gaat niet alleen Boudry, maar ook Dawkins c.s. te ver. Terwijl, aldus Smedes, theologen al eeuwen kritisch op hun eigen religie reflecteren. ‘Religiekritiek is niet eigen aan atheïsme, maar is ook iets van religie zelf.’ en ‘Religiekritiek hoort bij de dynamiek die religie ook is; het is geen statisch gegeven, maar religie is een voortdurende beweging die met zichzelf in gesprek is.’

Home » Nieuws » Religiekritiek atheïsten soms ‘narcistisch’

Religiekritiek atheïsten soms ‘narcistisch’

By Gepubliceerd Op: 18 december 20132.4 min read
Nieuws

De Belgische filosoof Ignaas Devisch haalt in De Standaard uit naar de in zijn ogen te gemakkelijke religiekritiek van zijn collega Maarten Boudry. Beide ‘kemphanen’ zijn verbonden aan de Universiteit Gent.

 

 

Devisch reageert op een artikel dat Boudry publiceerde in de krant De Standaard (hier te lezen). Onder de kop ‘Sinterklaas maakt ook gelukkig’ bekritiseert Boudry de rationele onderbouwing van het godsgeloof zoals bijvoorbeeld Rik Peels en Stefan Paas die naar voren brengen. Godsgeloof is voor Boudry een illusie, vermoedelijk zelfs een gevaarlijke illusie en dat het gezond en gelukkig maakt is geen reden om gelovigen maar in hun waan te laten.

 

Devisch vindt de onderbouwing van het stuk van Boudry zeer matig. Waar die laatste bijvoorbeeld stelt dat er in de bijbel ‘met geen woord gerept over democratie, dat slavernij er expliciet wordt goedgekeurd’ reageert hij  sarcastisch:
Hear hear, dat wisten we heus nog niet: in de bijbel wordt niet gesproken over democratie ! Quite shocking indeed, maar moeten we het dan niet ook hebben over de verlichtingsdenker Voltaire en zijn niet-afkeuring van slavernij of dat hij mensen hoger inschatte dan ‘negers’; of over Aristoteles die in zijn Ethica Nicomachea spreekt over een slaaf als een ‘bezielde os’?


Illusie

Dat geloof een illusie is bestrijdt Devisch, zelf net als Boudry atheïst, niet, maar met verbeelding is niets mis, stelt hij:
Religie is gedreven door verbeelding, zeer zeker, maar dat geldt voor de hele postkantiaanse wetenschap: juist omdat ze vanuit de vrijheid van het denken moet vertrekken, heeft de verbeeldingskracht nodig.

 

Vervolgens stelt hij dat Boudry zijn eigen uitgangspunten wat kritischer zou moeten onderzoeken. De houding van Boudry vergelijkt hij met ‘moreel narcisme’ en hij besluit met een oproep: Hoog tijd voor een religiekritiek die evenveel van zichzelf als van religie probeert te begrijpen, zo niet dreigt ze zelf een merkwaardig religieus tintje te krijgen.

 

Nieuwe kennis

De Nederlandse godsdienstfilosoof Taede Smedes reageert op zijn weblog op het stuk van Devisch. Hij stelt dat de kritiek van Devisch voor meer atheïsten geldt: (het) moraliseren, het retorische wegzetten van hele groepen gelovigen als “simpelweg dom en bij uitbreiding ook gevaarlijk”, en het feit dat goddeloosheid geen vlekkeloze levenswandel impliceert, zou je ook kunnen maken in de richting van de grote voorbeelden van Boudry, namelijk Dawkins, Hitchens en Harris.

 

Smedes werkt de beschuldiging van Devisch uit, dat religiekritiek die zichzelf niet onderzoekt geen echt nieuwe kennis kan opleveren. Maar om religie werkelijk te begrijpen, zullen ze het fenomeen serieus moeten nemen en dat gaat niet alleen Boudry, maar ook Dawkins c.s. te ver. Terwijl, aldus Smedes, theologen al eeuwen kritisch op hun eigen religie reflecteren. ‘Religiekritiek is niet eigen aan atheïsme, maar is ook iets van religie zelf.’ en ‘Religiekritiek hoort bij de dynamiek die religie ook is; het is geen statisch gegeven, maar religie is een voortdurende beweging die met zichzelf in gesprek is.’