13 oktober 2014 / 

Religie: deel van een kosmisch avontuur

Tom Uytterhoeven

Wanneer ik mensen vertel dat ik een doctoraat voorbereid over hoe wetenschappelijk onderzoek het ontstaan van religie verklaart, en hoe theologie met dat onderzoek kan omgaan, zijn er drie mogelijke reacties.

Sommigen kijken me met een glazige blik aan en sturen het gesprek zo snel mogelijk richting politiek, sport of het weer. Anderen beginnen me enthousiast hun eigen theorie over het ontstaan van religie uit te leggen. Daarmee lijken ze impliciet te willen aantonen dat iemand echt wel gek moet zijn geworden om me voor dit soort onderzoek te betalen. Er valt immers niets meer te onderzoeken, verzekeren mijn gesprekspartners me. Religie is volgens hen het resultaat van de menselijke, aangeboren naïviteit, de patriarchale structuur van onze samenleving, of een gevolg van het bezoek van aliens, om maar enkele “diner-hypotheses” op te sommen.

Apologetische intentie?

De derde soort reactie is degene waar ik in dit stuk op wil ingaan. Zowel gelovige als atheïstische gesprekspartners gaan er nogal snel van uit dat een theoloog die zich bezighoudt met de relatie tussen religie en (natuur)wetenschap vooral door een apologetische intentie gedreven wordt. De verborgen agenda achter dergelijk theologisch onderzoek, zo wordt verondersteld, is vast en zeker het verdedigen van religie, ofwel tegen de fundamentele kritiek die er vanuit de wetenschap tegen wordt geformuleerd (stellen atheïstische gesprekspartners), ofwel tegen de verkeerde voorstelling van religie door de wetenschap (stellen gelovige gesprekspartners).

Natuurlijk is het waar, zoals Palmyre Oomen stelt, “dat het geloof zich moet kunnen verantwoorden ten opzichte van wat verder in andere domeinen voor ‘waar’ geldt.” [1] Maar ik geloof niet dat dit – en ik denk ook niet dat Oomen iets dergelijks suggereert – hoeft in te houden dat apologetiek in de zin van “verdedigen tegen kritiek”, dus vanuit een defensieve houding, de voornaamste bekommernis hoeft te zijn van theologen die in hun werk de dialoog met de wetenschappen aangaan. De maatschappelijke relevantie van deze dialoog ligt volgens mij elders.

Vinden van betekenis

De Lutheraanse theoloog Philip Hefner ziet de dialoog tussen theologie en wetenschap als een noodzakelijk aspect van hedendaagse theologie. [2] Hij ziet het belang van deze dialoog niet op de eerste plaats in het verdedigen van de waarheid van geloofsovertuigingen, maar in het vinden van betekenis in onze leefwereld. De wetenschap kan de theologie helpen om de wereld te begrijpen, theologische reflectie op wetenschappelijke kennis kan mensen helpen om betekenis te vinden in de wereld. Of, enigszins scherper geformuleerd, theologie kan wetenschap gebruiken om nieuwe betekenis te construeren in de door de wetenschap beschreven wereld. Daarmee staat de dialoog tussen theologie en wetenschap ten dienste van ‘het goede leven’ van de mens. Vanuit dit perspectief is het misschien niet zo verwonderlijk dat Hefner gelovigen verzekert dat de ontmoeting met de wetenschap voor hen een gebeurtenis van religieus en theologisch belang is. [3]

Evolutionair perspectief

De ontmoeting tussen theologie en de wetenschappelijke studie (evolutionaire psychologie, cognitieve wetenschappen, culturele evolutie,…) van religie is volgens mij inderdaad van theologisch belang. Doet ze ons ook nieuwe betekenis vinden in religieuze tradities als cultureel gegeven? Ik spreek als theoloog natuurlijk op de eerste plaats vanuit mijn eigen, particuliere, christelijke traditie, maar ik denk dat het volgende voor elke religie geldt. We kunnen datgene wat doorheen een religieuze traditie als openbaring wordt bewaard en doorgegeven in het perspectief plaatsen van de evolutionaire geschiedenis van de menselijke soort.

Dat ontluistert religie niet als een mentale illusie, een evolutionair bijproduct of een cultureel virus. Integendeel, een evolutionair perspectief op religie heeft, zoals Darwin in de “Origin” zei over biologische evolutie, een zekere ‘grandeur’ in zich. Het doet ons de geschiedenis van de mensheid als een deel van het immense avontuur van het leven in onze kosmos beschouwen. Maar ook een religieus perspectief op de culturele evolutie van religie is van belang. Het laat ons zien hoe mythen en rituelen steunen op de ultieme werkelijkheid van de natuurlijke wereld en er een uitdrukking van zijn.

Nieuwe ideeën

Vanuit de ontmoeting tussen beide perspectieven kunnen nieuwe ideeën groeien over wat het betekent ‘Imago Dei’ te zijn, over de rol die de mensheid kan spelen in de kosmos die ons gegeven is: minder op zichzelf als soort gericht en dus bescheidener, meer op het leven in al haar vormen gericht en dus verantwoordelijker. Geef toe, dat is een veel interessanter gespreksonderwerp dan politiek, sport of het weer…

Noten
[1] Palmyre Oomen, Doet God ertoe? Een interpretatie van Whitehead als bijdrage aan een theologie van Gods handelen (tweede druk), uitgeverij Klement, Kampen, 2004, p. 17.
[2] Philip Hefner, ‘Theology and Science: Engaging the Richness of Experience’ (2003), Theology and Science, 1:1, 95-111.
[3] Philip Hefner, The Human Factor: Evolution, Culture, and Religion, Fortress Press, Mineapolis, 1993, p. 9: “For the person of religious faith, the encounter with science is itself a religious and a theological event.”

 

Nu jij!

Wat denk jij? Ben jij het hiermee eens? Of juist totaal niet? Reageer hieronder!

  1. Johannes 17 oktober 2014 at 13:22

    @ Tom Uytterhoeven,

    Je wilt de relatie tussen wetenschappelijk onderzoek (naar religies) en theologie onderzoeken. Niet gedreven door apologetische motieven, maar door het verlangen “betekenis in onze leefwereld” te vinden: “theologie kan wetenschap gebruiken om nieuwe betekenis te construeren in de door de wetenschap beschreven wereld” en zo “ten dienste staan van ‘het goede leven’ van de mens”.

    Daarmee lijk je twee dingen te impliceren.

    1 Dat er van de kant van de wetenschap (ik neem aan: inclusief de seculiere filosofie) ook belangstelling is voor zo’n ‘ontmoeting’.
    Het kan zijn dat die er is, maar ik merk er weinig van. Ik heb de indruk dat de wetenschappen, inclusief degene die jij noemt (“evolutionaire psychologie, cognitieve wetenschappen, culturele evolutie,…”) hun eigen weg gaan en zich weinig aantrekken van een theologische inbreng – die inbreng zelfs zo goed mogelijk buiten hun wetenschappelijke werk proberen te houden. Wordt zo de ‘ontmoeting’ niet een eenzijdige poging tot aanhaken van de theologie aan de wetenschap?

    2 Dat het nodig of wenselijk is een ‘betekenis’ te ‘construeren’.
    Dat lijkt toch sterk op de commerciële mores waarin eerst met veel vernuft en inspanning een behoefte wordt gecreëerd, die dan vervolgens maar zeer ten dele wordt bevredigd (wat men niet erg vindt, want de behoeftes moeten natuurlijk niet ‘op’ raken). Je wilt dan geen apologeet zijn, maar is een marskramer zo veel eerzamer?

    Over de ontmoeting van de twee perspectieven zeg je: “Dat [het evolutionair perspectief] ontluistert religie niet als een mentale illusie, een evolutionair bijproduct of een cultureel virus.”
    … maar …
    “Het [religieus perspectief] laat ons zien hoe mythen en rituelen steunen op de ultieme werkelijkheid van de natuurlijke wereld en er een uitdrukking van zijn.”

    Naar mijn gevoel zeg je onder en boven ‘ … maar …’ twee keer ongeveer hetzelfde, alleen de ene keer in meer pejoratieve termen (‘ontluistert’, ‘illusie’, ‘bijproduct’, ‘virus’), de andere keer in neutrale termen. Het lijkt erop dat je je hebt neergelegd bij wat de wetenschap aan het licht heeft gebracht over wat religie eigenlijk is: een manier om met mythen en rituelen de “ultieme werkelijkheid van de natuurlijke wereld” uit te drukken. Een menselijke onderneming dus, die als zodanig altijd voor verbetering vatbaar is, maar waarbij vergeefs een beroep wordt gedaan op bovennatuurlijke krachten. Het lijkt erop dat je jezelf met die constatering probeert te verzoenen (of je lezers zover probeert te krijgen dat zij zich daarmee verzoenen).

    Je verwacht van de ontmoeting tussen beide perspectieven een nieuwe kijk op de rol die de mensheid speelt in de kosmos. Dat zou je onderzoek best kunnen uitwijzen: het zou er dan toe leiden dat de religie opnieuw een stapje terug moet doen, haar monopolie op kennis over ‘de kosmos’ en ‘het goede leven’ verder zal moeten opgeven, omdat er langzamerhand betrouwbaarder (wetenschappelijke) kennis voorhanden is.
    Voorlopig heeft immers vooral het wetenschappelijke perspectief het besef opgeleverd dat de mens maar een van de vele levensvormen is, dat zijn heersen over het leven bepaald niet alleen maar zegenrijk (laat staan ‘goddelijk’) is. Vanuit het perspectief van de (christelijke) religie is tot nu toe de claim gelegd dat mensen naar Gods beeld geschapen zijn, dat zij door God zijn aangesteld als de ‘natuurlijke heerser’ over al wat leeft, zich dus helemaal niet bescheiden hoeven op te stellen.
    Ook voor dit aspect zou de ontmoeting tussen theologie en wetenschap uitdraaien op een verder ‘inschikken’ van de theologie.

    Je onderscheidt drie soorten commentaar op je voorgenomen onderzoek. De eerste soort lijkt mij ook niet zo interessant. De tweede en de derde lijken me echter nauw aan elkaar verbonden. Wat jij “diner-hypotheses” noemt (in dit rauwe, ongeciviliseerde, noordelijke deel van ons taalgebied zouden we dat “borreltafel-hypotheses” noemen) staat toch niet zo heel ver af van wat de wetenschappen over religies zeggen. Je presenteert het echter een beetje overdreven en lacherig, suggererend dat we die uitkomsten niet serieus hoeven te nemen (‘aliens!’).

  2. jan 17 oktober 2014 at 15:42

    Zie reactie van deze wetenschapper;

    http://www.katholieknieuwsblad.nl/nieuws/item/6391-amerikaanse-topwetenschapper-komt-uit-de-kast-ik-snap-niks-van-evolutie

    Moeten we onze ziel misschien niet zo snel verkopen aan evolutie als Christenen. Evolutie is gewoon het enige alternatief voor God, terwijl iedereen net als deze wetenschapper diep van binnen begrijpt dat iets niet uit niets ontstaat en dat complexe dingen vanzelf door toeval kunnen ontstaan.

  3. Johannes 18 oktober 2014 at 08:58

    @ Jan,

    Er is geen enkele serieuze wetenschapper die denkt dat met de evolutietheorie het ontstaan van het leven kan worden verklaard en dat is in normale media dan ook geen nieuws. De evolutietheorie gaat over de ontwikkeling van het leven.
    In het algemeen is er inderdaad nog veel onbegrepen in de biologie van het leven, zoals er op allerlei wetenschappelijke terreinen nog veel te onderzoeken is. Tijdschriften als datgene waar jij naar linkt (Katholiek Nieuwsblad) of de site waarop het oorspronkelijke artikel stond (christiannews.net) mogen dit soort berichten graag als Groot Nieuws brengen (“Amerikaanse topwetenschapper komt uit de kast”) maar eerlijke nieuwsgaring is duidelijk niet hun doel, het gaat erom hier en daar wat uitspraken bij elkaar te sprokkelen die hun uitgangspunten lijken te ondersteunen. Als je de verklaring van die 900 wetenschappers leest, (“Wij staan sceptsich tegenover … “, “Zorgvuldig onderzoek zou moeten worden aangemoedigd”) dan zie je dat zij niet meer doen dan blijk geven van de gewone scepsis die eigen is aan de wetenschap. Zij zullen er heus niet voor pleiten het wetenschappelijk onderzoek verder maar te laten rusten en over te stappen op bidden en psalmzingen.
    Tour overspeelt zijn hand als hij als wetenschapper zou zeggen: “Ik geloof fundamenteel dat God ons allen geschapen heeft.” Ik ben ook erg benieuwd wat hij geantwoord zou hebben op de vraag van een èchte journalist: “Wat bedoelt u precies met het “redelijkste antwoord”? En met “Ik geloof fundamenteel .. “?

    Ik zou wetenschappelijk onderzoek niet beschouwen als “het verkopen van je ziel”. Dan heb je een vreemde kijk op wetenschap – en misschien ook wel op je ziel.

  4. Jan 19 oktober 2014 at 09:34

    @ Johannes, ik weet dat evolutie niet gaat om het ontstaan van leven. Het gaat dan ook om de volgende quote:

    ‘Macro-evolutie bestaat dus slechts in de vorm van aannames van evolutiebiologen. Daarom is “de kern van het debat voor mij de extrapolatie van micro- naar macro-evolutie”. (De conventionele theorie neemt aan dat macro-evolutie eenvoudig de optelsom van micro-evolutionaire veranderingen is).’

    Wat hij verder fundamenteel vindt of wat precies bedoelt met het redelijkste antwoord is helemaal niet relevant. Ook de intenties van het KN zijn niet relevant. Wat zijn de bewijzen van macro evolutie daar gaat het om.

  5. Gerdien 20 oktober 2014 at 12:08

    Moeten we onze ziel misschien niet zo snel verkopen aan evolutie als Christenen. Evolutie is gewoon het enige alternatief voor God, …
    Er is geen sprake van ‘onze ziel verkopen’: in dit artikel worden problemen theologisch serieus genomen, niet ervoor weggevlucht. Evolutie als een alternatief voor God is ronduit geen begrip van evolutie en erger, geen begrip van God. Laatst ook op CIP, hier aangehaald:
    https://www.geloofenwetenschap.nl/index.php/nieuws/item/541-handleiding-over-evolutie-in-tien-lessen.html .

    terwijl iedereen net als deze wetenschapper diep van binnen begrijpt dat iets niet uit niets ontstaat en dat complexe dingen vanzelf door toeval kunnen ontstaan. (Ik denk dat er een ‘niet’ ontbreekt voor ‘complex’)
    Wetenschap is datgene verklaren dat niet intuïtief onmiddellijk duidelijk is. Hier is er sprake van een diep onbegrip voor wat wetenschap doet.

    Die Amerikaanse professor heeft geen enkel benul van evolutie en er ook duidelijk nooit naar gekeken. Zie http://sandwalk.blogspot.nl/2014/03/a-chemist-who-doesnt-understand.html
    Als hij iets over de oorsprong van het leven wilde weten, had hij kunnen volgen hoe ver de wetenschappelijke literatuur is. Dat is gemakkelijk genoeg na te zoeken, maar heeft hij duidelijkniet gedaan. Niemand beweert dat het bekend is hoe leven chemisch ontstond. Er zijn goede chemische studies over wat de mogelijkheden zijn. Intro: http://korthof.blogspot.nl/2014/10/what-is-life-addy-pross-boek-bespreking.html
    Ik zal je de twee artikelen die daar genoemd worden sturen, en nog twee van Lane & Martin. Lane & Martin zijn de namen om op te letten op dit gebied, chemische evolutie

  6. Johannes 20 oktober 2014 at 12:40

    @ Jan,

    Ik weet niet veel van (evolutionaire) biologie. Daar is wel al heel veel over geschreven, ook op dit forum. Discussies over micro- en macro-evolutie ga ik niet overdoen.
    Wat ik van zulke discussies heb overgehouden is ongeveer dit: er zijn nog talloze dingen waarover we geen sluitende theorie hebben; onderzoek en discussies zijn op eigenlijk geen enkel terrein “af”. Een bestaande theorie wordt soms bevestigd, soms afgezwakt of vervangen door iets anders – dat is het ‘wetenschappelijke bedrijf’. Creationisten nemen aan de echte wetenschappelijke discussies nauwelijks deel, maar hebben een soort parallelwereld gecreëerd, met hun ‘zondvloedgeologie’, ‘baramins’, onderscheid tussen ‘micro’- en ‘macro-evolutie’, enz., alles overhuifd door het idee dat het ingepast moet kunnen worden in wat ze in de bijbel (menen te) lezen.
    Als ik zo’n verhaal als waar jij naar linkt lees, dan denk ik: heeft die man (Tour) dat allemaal zo gezegd, is wat daar staat het énige wat hij gezegd heeft of wordt door een zorgvuldige selectie van uitspraken een ander beeld geschapen dan hij bedoeld heeft, waarom levert hij zijn verhaal niet in bij een vaktijdschrift, maar bij de ‘Houston Chronicle’ , enz.
    Als een achtjarige bij het rekenen geholpen wordt door zijn grootvader, gepromoveerd in de getaltheorie, zal opa vast wel eens uitroepen: ik begrijp eigenlijk nog minder van die getallen dan jij. Vielen de uitspraken van Tour ook in die categorie?

    Ik begrijp niet zo goed waarom jij dat wat Tour fundamenteel gelooft, hoe hij tot zijn ‘redelijkste antwoord’ is gekomen, wat de intenties van het KN zijn “helemaal niet relevant” vindt. Ik zou denken dat dat voor jou de kern is, waar je schrijft: “Moeten we onze ziel misschien niet zo snel verkopen aan evolutie als Christenen. Evolutie is gewoon het enige alternatief voor God, … “. Het lijkt me dat je helemaal niet zo geïnteresseerd bent in evolutie ‘sec’, maar in de mogelijke implicaties ervan op het (jouw) geloof.

  7. gerdien 20 oktober 2014 at 13:13

    Katholiek Nieuwblad heeft het hierover:
    James Tour at Georgia Tech – Veritas Forum:
    https://www.youtube.com/watch?v=PZrxTH-UUdI
    Zijn verhaal is een bekeringsverhaal. De eerste vraag gaat over evolutie: minuut 49. Tour is geen YEC, accepteert uitdijend heelal en tijdschaal mensen. Daarna zegt hij inderdaad dat hij niets van evolutie begrijpt. Er is geen enkele aanwijzing dat hij de literatuur heeft nagekeken. Tour is een goed voorbeeld van iemand die buiten zijn eigen vakgebied terugvalt op eerste indruk.
    Het Katholiek Nieuwsblad gebruikt dit voor anti-evo, zoals we van KN gewend zijn.

    Jan:
    Als je geloofsproblemen hebt met evolutie, kun je in een schepping van 6 dagen geloven, als dat meer past bij je overgeleverde geloof. Maar doe niet alsof verwerpen van evolutie iets met wetenschap te maken heeft.

  8. Johannes 20 oktober 2014 at 18:30

    Ik had bij mijn vorige posting nog niet het bericht van Gerdien van 2010 13.08 gelezen en natuurlijk helemaal niet haar bericht van 2010 14.13. Achteraf blijkt dat ik Tour nog veel te serieus heb genomen. Gerdien, dank voor je links en je commentaar.

  9. Tom 21 oktober 2014 at 16:04

    Beste Johannes,

    Dank voor je uitgebreide reactie. Ik probeer wat verduidelijking te geven.
    1) Ik denk dat mijn stuk in het midden laat of er vanuit de wetenschap interesse is voor een ontmoeting met theologie, eerder dan te suggereren dat die interesse er zou zijn. Gesteld dat het waar is dat die interesse er niét zou zijn, denk ik niet dat dit theologen ervan dient te weerhouden om in hun eigen onderzoek aan de slag te gaan met de kennis die wetenschap ons aanreikt. Als dat op een ernstige, kritische manier gebeurt, hoeft dat ook niet noodzakelijk te betekenen dat theologie simpelweg aanhaakt bij wetenschap.
    2) Met de suggestie dat ik de noodzaak aan betekenis kunstmatig construeer, ben ik het niet eens. Volgens mij horen zinvragen tot de oudste vragen die mensen zich doorheen de geschiedenis stellen. Mars- of marktkramer is volgens mij op zich een eerzaam beroep, maar naar mijn aanvoelen toch geen goede metafoor voor wat ik in mijn onderzoek beoog.
    3) Als ik stel dat het religieus perspectief ons laat zien hoe mythen en rituelen steunen op de ultieme werkelijkheid van de natuurlijke wereld en daar een uitdrukking van zijn, stel ik toch helemaal iets anders dan wat boven de eerste ‘maar’ in mijn tekst staat. Een term als ‘ultieme werkelijkheid’ – denk aan Paul Tillich, maar ook aan Hefner zelf, die spreekt over de dingen zoals ze werkelijk, ten diepste, zijn – is volgens mij niet bruikbaar in een wetenschappelijke theorie, hetzij over religie, hetzij over een ander onderwerp. Ik geef toe dat ik hier niet echt het achterste van mijn theologische tong laat zien, maar mijn stuk is dan ook geschreven vanuit een lopend onderzoek.
    4) Je suggereert verder dat de ontmoeting tussen theologie en wetenschap zal uitdraaien op een ‘inschikken’ van de theologie. Ik zie het meer als een verrijken van de theologie. Overigens lijk je ook te suggereren, in je beschrijving van de kennis die wetenschappelijk onderzoek ons oplevert, dat zinvragen rechtstreeks vanuit wetenschappelijk onderzoek te beantwoorden zijn. Dat durf ik te betwijfelen.
    5) De vermelding van de ‘aliens-theorie’ was geen sneer om degelijk wetenschappelijk onderzoek over religie te discrediteren, maar een verwijzing naar Erich von Däniken. De opmerking dat het noordelijke deel van het Nederlandse taalgebied rauw en ongeciviliseerd is, laat ik voor jouw rekening. Hopelijk stoort het je niet té erg dat hier en daar te merken is dat ik vanuit een Vlaamse context schrijf 😉
    Nogmaals dank voor je bedenkingen!

  10. Johannes 23 oktober 2014 at 09:27

    Beste Tom,

    Dank je wel voor je nadere uitleg.

    Ik ben het met je eens dat de mens al ‘sinds mensenheugenis’ een zinvrager is, een vrager naar ‘betekenis’. Op die menselijke vraag naar de zin zijn ook al net zo lang antwoorden gegeven.
    Schematisch gezegd (in de discussie zoals we hem nu voeren) kun je op twee manieren proberen antwoorden te geven op de zinvraag: langs de theologische (religieuze) weg en langs de wetenschappelijke (seculiere) weg.
    Bij de eerste manier neem je aan dat God (eventueel een aantal goden) bestaat en dat Hij degene is die de zin ‘geeft’ waarnaar je op zoek was. Die aanname toets je niet op de nu in de wetenschap gebruikelijke wijze.
    Bij de tweede manier neem je aan dat de mens zowel de zinvrager als de zingever is en die aanname toets je wetenschappelijk zo verantwoord mogelijk.

    Ik krijg de indruk dat de psychologie, speciaal de evolutionaire psychologe die jij noemt, steeds beter zicht krijgt op het proces van zin vragen en zin geven. We krijgen er langzamerhand een beter, betrouwbaarder, kennelijk meer met ‘de werkelijkheid’ overeenstemmend beeld van – er zit, zou je kunnen zeggen, ‘vooruitgang’ in die benadering. (Meteen zij toegegeven: we bedrijven die wetenschap pas enkele decennia, er wordt relatief nog veel gespeculeerd, maar stel je voor wat we over een paar honderd jaar weten ..) Jij lijkt daar ook van uit te gaan – ik neem tenminste aan dat je studie over de ontmoeting van theologie en wetenschap juist probeert de veranderingen in beeld te brengen die zich door die ‘vooruitgang’ op de ontmoetingsplek voordoen. Maar ik ben psycholoog noch theoloog dus mijn indruk is niet meer dan dàt, en ik zou blij zijn als jij of anderen daar meer deskundig over zouden kunnen en willen spreken. Jouw gelovige gesprekspartners vinden dat er op dit moment een “ … verkeerde voorstelling van religie door de wetenschap … “ wordt gegeven, schrijf je. Hoe is dan die voorstelling volgens hen en wat is er verkeerd aan? Hun idee over die voorstelling komt kennelijk niet overeen met dat van jezelf – kun je aangeven waarin die ideeën verschillen, of moeten we daarvoor je onderzoek afwachten?

    In de wetenschap zal men, inderdaad, de term ‘ultieme werkelijkheid’ niet gauw gebuiken, maar je kunt wel zeggen dat de achterliggende, voortdrijvende kracht achter het wetenschappelijk bedrijf toch ook de vraag naar die ultieme werkelijkheid is (wat ‘is’ uiteindelijk materie, energie, geest, wat zijn eigenlijk ‘natuurwetten’, enz.).
    Het wetenschappelijk perspectief laat ons “ … de geschiedenis van de mensheid als een deel van het immense avontuur van het leven in onze kosmos beschouwen”, schrijf je, en het religieus perspectief “ … laat ons zien hoe mythen en rituelen steunen op de ultieme werkelijkheid van de natuurlijke wereld en er een uitdrukking van zijn.” Ik blijf erbij dat het verschil tussen de beide perspectieven, zoals hier weergegeven, niet zo groot is. Het belangrijkste verschil lijkt me dat een wetenschappelijke benadering geen ‘bovennatuurlijke’ aspecten in de onderzoekingen betrekt en de religieuze benadering wel – die benadert de ultieme werkelijkheid immers via mythen en rituelen. Maar zelfs daarin ziet ook de religieuze benadering schijnbaar steeds minder heil (mensen geloofden bijvoorbeeld vroeger onbekommerd in wonderen, nu nog nauwelijks – ook gelovige mensen niet). Het uiteindelijke, ‘ultieme’ verschil tussen beide perspectieven lijkt mij dus niet groot en, belangrijker, het lijkt mij steeds kleiner te worden. In die zin schikt de theologie steeds meer in – en het is mooi dat jij dat als ‘verrijking’ ziet. Misschien verdampt de theologie wel helemaal, en worden zinvragen en (mogelijke) -antwoorden op een ‘moderne’ manier beantwoord, en niet meer op een toch min of meer toevallige manier van enkele duizenden jaren geleden.

    Al met al heb ik de indruk dat met de terreinwinst van de wetenschap de menselijke vraag naar betekenis niet kleiner is geworden – we formuleren die vraag nu alleen anders en we proberen er op een andere manier antwoorden op te vinden. Misschien gaat dat ook wel uit je onderzoek blijken.

    In ieder geval: succes daarmee.

  11. Rolf 23 oktober 2014 at 15:51

    Beste Johannes,

    Toegeven, ik heb soms wel plezier bij het lezen van jouw proza, maar je laatste stukje ?
    Zo schrijf je over zingeving o.a. : We krijgen er langzamerhand een beter, betrouwbaarder, kennelijk meer met de wekelijkheid overeenstemmend beeld van. Er zit, zou je kunnen zeggen vooruitgang in de benadering.

    Aannemende, dat je het over zingeving hebt, zou je voor mij als eenvoudig gelovige e.e.a. kunnen staven met een voorbeeld, wie weet zie ik dan ook het licht.
    Bij voorbaat dank.

    groet,

    Rolf

  12. Johannes 24 oktober 2014 at 08:23

    Beste Rolf,

    Het laatste wat ik zou willen is jou het plezier ontnemen bij het lezen van mijn stukjes, dus ik probeer te redden wat er te redden valt.

    De zinnetjes die jij citeert (“We krijgen er langzamerhand een beter (…) beeld van. Er zit (…) vooruitgang in de benadering.”) slaan op de wetenschap, i.h.b. de psychologie, die in de vorige zin genoemd wordt, niet direct op zingeving.
    Ik denk dus dat in de psychologie vooruitgang geboekt wordt, in die zin dat men allerlei psychische verschijnselen, inclusief “het proces van zin vragen en zin geven”, religieuze behoeften, enz. beter weet te beschrijven – er wordt n.m.m. geen voorutgang geboekt in de zingeving zelf.

    Ik weet niet zeker of jij dat zo gelezen hebt, dus ook niet waar je precies een voorbeeld van wilt. Misschien kun je dat nog even verduidelijken? Dan zal ik daar als eenvoudig ongelovige naar beste weten op reageren – zonder overigens te kunnen garanderen dat je daarmee ‘het licht ziet’. De werkelijkheid kan soms duister zijn.

  13. Rolf 24 oktober 2014 at 18:00

    Beste Johannes,

    Begreep dan je stukje wellicht verkeerd ( uiteraard mijn schuld.
    In trouw heeft een aardig stukje gestaan over psychologie google eens ” zou het eens wat worden met de psychologie”
    Als de werkelijkheid wat duister wordt krijg je toch wat prozac voorgeschreven ?

    groet,

Comments are closed.