Home » Nieuws » Onderzoek naar aanpassing evolutietheorie

Onderzoek naar aanpassing evolutietheorie

By |Categorieën: Nieuws|Gepubliceerd Op: 29 april 2016|1.5 min read|

De John Templeton Foundation heeft een subsidie van omgerekend 7,6 miljoen euro toegekend voor onderzoek dat een uitgebreide versie van de evolutietheorie wil testen.

De bedoeling is om de ‘extended evolutionary synthesis’ te onderzoeken, een uitbreiding van de ‘moderne synthese’, zoals de huidige algemeen aanvaarde versie van de evolutietheorie wordt genoemd. De ‘extended synthesis’ voegt nieuwe mechanismen toe die evolutie kunnen aandrijven.

Het onderzoek staat onder leiding van Keven Laland, hoogleraar evolutiebiologie aan de universiteit van St. Andrews in Schotland en dr. Tobias Uller van de universiteit van Lund (Zweden). Zij leiden een internationaal consortium dat moet gaan uitzoeken in hoeverre bijvoorbeeld plasticiteit (het vermogen van organismen om zich zonder genetische veranderingen aan te passen aan de omgeving) en epigenetica (veranderingen in de activiteit van genen) een rol spelen.

Daarnaast stelt de ‘uitgebreide synthese’ dat de omgeving niet alleen organismen vormt, via natuurlijke selectie, maar dat organismen ook een effect op hun leefomgeving kunnen hebben zodat ze de natuurlijke selectie zelf beïnvloeden.

Niet relevant

Het wetenschappelijke tijdschrift Science maakte op 22 april (€) melding van het nieuwe onderzoek, en stelt dat niet alle evolutiebiologen blij zijn met het onderzoek. Jerry Coyne, een bekend criticaster van religie en van de Templeton Foundation, vindt de subsidie weggegooid geld. De factoren die onderzocht worden zijn of al bekend, of niet relevant voor evolutie, stelt hij. Ook Hopi Hoekstra, evolutiebioloog van de universiteit van Harvard (VS) zegt tegen Science dat de factoren die de uitgebreide synthese vormen nauwelijks door empirische gegevens worden ondersteund.

De deelnemers aan het onderzoek zijn optimistischer. Zij hopen een nieuwe kijk op evolutie te kunnen bieden. Dat zal niet lukken binnen de drie jaar die het onderzoek gaat duren, maar in die tijd willen ze wel op systematische wijze de kennis over niet-genetische vormen van erfelijkheid op een rijtje zetten en onderzoeken.

Home » Nieuws » Onderzoek naar aanpassing evolutietheorie

Onderzoek naar aanpassing evolutietheorie

By Gepubliceerd Op: 29 april 20161.5 min read

De John Templeton Foundation heeft een subsidie van omgerekend 7,6 miljoen euro toegekend voor onderzoek dat een uitgebreide versie van de evolutietheorie wil testen.

De bedoeling is om de ‘extended evolutionary synthesis’ te onderzoeken, een uitbreiding van de ‘moderne synthese’, zoals de huidige algemeen aanvaarde versie van de evolutietheorie wordt genoemd. De ‘extended synthesis’ voegt nieuwe mechanismen toe die evolutie kunnen aandrijven.

Het onderzoek staat onder leiding van Keven Laland, hoogleraar evolutiebiologie aan de universiteit van St. Andrews in Schotland en dr. Tobias Uller van de universiteit van Lund (Zweden). Zij leiden een internationaal consortium dat moet gaan uitzoeken in hoeverre bijvoorbeeld plasticiteit (het vermogen van organismen om zich zonder genetische veranderingen aan te passen aan de omgeving) en epigenetica (veranderingen in de activiteit van genen) een rol spelen.

Daarnaast stelt de ‘uitgebreide synthese’ dat de omgeving niet alleen organismen vormt, via natuurlijke selectie, maar dat organismen ook een effect op hun leefomgeving kunnen hebben zodat ze de natuurlijke selectie zelf beïnvloeden.

Niet relevant

Het wetenschappelijke tijdschrift Science maakte op 22 april (€) melding van het nieuwe onderzoek, en stelt dat niet alle evolutiebiologen blij zijn met het onderzoek. Jerry Coyne, een bekend criticaster van religie en van de Templeton Foundation, vindt de subsidie weggegooid geld. De factoren die onderzocht worden zijn of al bekend, of niet relevant voor evolutie, stelt hij. Ook Hopi Hoekstra, evolutiebioloog van de universiteit van Harvard (VS) zegt tegen Science dat de factoren die de uitgebreide synthese vormen nauwelijks door empirische gegevens worden ondersteund.

De deelnemers aan het onderzoek zijn optimistischer. Zij hopen een nieuwe kijk op evolutie te kunnen bieden. Dat zal niet lukken binnen de drie jaar die het onderzoek gaat duren, maar in die tijd willen ze wel op systematische wijze de kennis over niet-genetische vormen van erfelijkheid op een rijtje zetten en onderzoeken.