Home » Boekrecensies » Molnar, The Star of Bethlehem: The Legacy of the Magi (1999)

Molnar, The Star of Bethlehem: The Legacy of the Magi (1999)

By | Categorieën: Boekrecensies | Gepubliceerd Op: 1 januari 2012 | 3.4 min read |

De geschiedenis van de Ster van Bethlehem wordt alleen door Mattheus verteld, niet door de andere evangelisten. Mattheus was jood en hij schreef bij uitstek voor de joden. Hij brengt zijn volk dus de profetie van Bileam (Numeri 24:17) in herinnering, maar de vraag rijst natuurlijk meteen of er daadwerkelijk kort na de geboorte van Jezus een bijzonder hemelverschijnsel is geweest wat geleid heeft tot onverwacht, hoog bezoek uit het Oosten.

We weten dat de wrede koning Herodes gestorven is in het jaar 4 voor Christus. Er is bij het optellen van de regeringsperioden van de Romeinse keizers een fout gemaakt (in de zesde eeuw). Jezus geboorte heeft dus met grote waarschijnlijkheid plaats gehad in de periode tussen 7 en 5 voor Christus (bedenk dat Herodes alle kinderen tot 2 jaar oud in en rond Bethlehem vermoordde).

Astronomen hebben berekend of er bijzondere hemelverschijnselen in die periode hebben plaatsgehad. Voor de komst van zijn Oosterse gasten wist Herodes overigens van niets: het hemelverschijnsel moet dus niet zeer opvallend zijn geweest. Dat sluit bijvoorbeeld een komeet (“staart-ster”) of een exploderende, ultra-heldere ster (nova of supernova) uit – die hadden ze in Judea ook wel gezien. Omdat er in die tijd nog geen telescopen waren (die zijn pas uitgevonden in 1608) moet het niettemin om een verschijnsel gaan dat met het blote oog gezien kon worden.

Met behulp van computers en de thans met grote nauwkeurigheid bekende banen van aarde, maan en planeten rond de zon, kan men exact de hemel op elke plaats en op elk tijdstip in de genoemde periode simuleren. Samenstanden van twee of drie heldere planeten (in het oosten te zien) komen geregeld voor en die zijn tamelijk opvallend. Zulke samenstanden zijn in het verleden veelvuldig voorgesteld als kandidaten voor de Ster van Bethlehem. Echter, zo’n samenstand duurt een paar dagen, en uit Mattheus’ verhaal moeten we opmaken dat het fenomeen weken gezien moet zijn geweest. De Ster is gezien door de wijzen en na hun aankomst in Judea, ging de Ster voor hen uit en stond deze tenslotte stil boven Bethlehem.

Enige jaren geleden publiceerde de astronoom en historicus Michael Molnar een theorie over de Ster die een zeer plausibele verklaring voor Mattheus’ verhaal biedt. Volgens deze theorie is de Ster synoniem met de planeet Jupiter en heeft de geschiedenis een astrologische achtergrond. Jupiter was de koninklijke “ster” en in het voorjaar van het jaar 6 voor Christus bevond Jupiter zich in het sterrenbeeld Ram (Aries). Op 17 april van dat jaar is Jupiter kort bedekt door de maan, aan de oostelijke hemel. Aries was het sterrenbeeld van Judea. Ook Saturnus en de zon waren in de buurt – voor oosterse astrologen een heel bijzonder moment. Deze gebeurtenis maakte dat enkele van deze wijzen (over hun aantal weten we overigens niets) naar Judea trokken om aldaar hun licht op te steken. Ze confronteerden daar Herodes met hun astrologische duiding: Herodes was uiteraard onaangenaam verrast, en stuurde ze volgens Mattheus’ verhaal door naar Bethlehem.

Nu is Jupiter, net als Mars en Saturnus, een zogenaamde buitenplaneet. Buitenplaneten staan verder van de zon dan de aarde en hun baan maakt dat ze vanaf de aarde gezien af en toe enige weken in omgekeerde richting bewegen. In het jaar 6 voor Christus begon deze retrograde beweging op 23 augustus en stopte op 19 december. Rond die laatste datum stond de planeet ongeveer een week stil tussen de sterren, nog altijd in het sterrenbeeld van Judea, Aries, om vervolgens zijn gewone baan weer op te pakken. Het is dus goed denkbaar dat de retrograde beweging de periode weergeeft dat de Ster voor de wijzen uitging tijdens het laatste deel van hun tocht, en de stationaire periode het stilstaan boven Bethlehem. Dat laatste kunnen we uiteraard niet letterlijk nemen. Dat er in het jaar 6 voor Christus een bijzonder fenomeen van astrologische aard is geweest rond een koning in Judea is echter een feit. Het is deze theorie voor de Ster van Bethlehem die thans de grootste aanhang heeft.

Bespreking van: Michael Molnar, The Star of Bethlehem: The Legacy of the Magi (Rutgers University Press: 1999), 208 blz.

Over het boek: http://www.eclipse.net/~molnar

Over de Auteurs: Peter Barthel

Home » Boekrecensies » Molnar, The Star of Bethlehem: The Legacy of the Magi (1999)

Molnar, The Star of Bethlehem: The Legacy of the Magi (1999)

By | Categorieën: Boekrecensies | Gepubliceerd Op: 1 januari 2012 | 3.4 min read |

De geschiedenis van de Ster van Bethlehem wordt alleen door Mattheus verteld, niet door de andere evangelisten. Mattheus was jood en hij schreef bij uitstek voor de joden. Hij brengt zijn volk dus de profetie van Bileam (Numeri 24:17) in herinnering, maar de vraag rijst natuurlijk meteen of er daadwerkelijk kort na de geboorte van Jezus een bijzonder hemelverschijnsel is geweest wat geleid heeft tot onverwacht, hoog bezoek uit het Oosten.

We weten dat de wrede koning Herodes gestorven is in het jaar 4 voor Christus. Er is bij het optellen van de regeringsperioden van de Romeinse keizers een fout gemaakt (in de zesde eeuw). Jezus geboorte heeft dus met grote waarschijnlijkheid plaats gehad in de periode tussen 7 en 5 voor Christus (bedenk dat Herodes alle kinderen tot 2 jaar oud in en rond Bethlehem vermoordde).

Astronomen hebben berekend of er bijzondere hemelverschijnselen in die periode hebben plaatsgehad. Voor de komst van zijn Oosterse gasten wist Herodes overigens van niets: het hemelverschijnsel moet dus niet zeer opvallend zijn geweest. Dat sluit bijvoorbeeld een komeet (“staart-ster”) of een exploderende, ultra-heldere ster (nova of supernova) uit – die hadden ze in Judea ook wel gezien. Omdat er in die tijd nog geen telescopen waren (die zijn pas uitgevonden in 1608) moet het niettemin om een verschijnsel gaan dat met het blote oog gezien kon worden.

Met behulp van computers en de thans met grote nauwkeurigheid bekende banen van aarde, maan en planeten rond de zon, kan men exact de hemel op elke plaats en op elk tijdstip in de genoemde periode simuleren. Samenstanden van twee of drie heldere planeten (in het oosten te zien) komen geregeld voor en die zijn tamelijk opvallend. Zulke samenstanden zijn in het verleden veelvuldig voorgesteld als kandidaten voor de Ster van Bethlehem. Echter, zo’n samenstand duurt een paar dagen, en uit Mattheus’ verhaal moeten we opmaken dat het fenomeen weken gezien moet zijn geweest. De Ster is gezien door de wijzen en na hun aankomst in Judea, ging de Ster voor hen uit en stond deze tenslotte stil boven Bethlehem.

Enige jaren geleden publiceerde de astronoom en historicus Michael Molnar een theorie over de Ster die een zeer plausibele verklaring voor Mattheus’ verhaal biedt. Volgens deze theorie is de Ster synoniem met de planeet Jupiter en heeft de geschiedenis een astrologische achtergrond. Jupiter was de koninklijke “ster” en in het voorjaar van het jaar 6 voor Christus bevond Jupiter zich in het sterrenbeeld Ram (Aries). Op 17 april van dat jaar is Jupiter kort bedekt door de maan, aan de oostelijke hemel. Aries was het sterrenbeeld van Judea. Ook Saturnus en de zon waren in de buurt – voor oosterse astrologen een heel bijzonder moment. Deze gebeurtenis maakte dat enkele van deze wijzen (over hun aantal weten we overigens niets) naar Judea trokken om aldaar hun licht op te steken. Ze confronteerden daar Herodes met hun astrologische duiding: Herodes was uiteraard onaangenaam verrast, en stuurde ze volgens Mattheus’ verhaal door naar Bethlehem.

Nu is Jupiter, net als Mars en Saturnus, een zogenaamde buitenplaneet. Buitenplaneten staan verder van de zon dan de aarde en hun baan maakt dat ze vanaf de aarde gezien af en toe enige weken in omgekeerde richting bewegen. In het jaar 6 voor Christus begon deze retrograde beweging op 23 augustus en stopte op 19 december. Rond die laatste datum stond de planeet ongeveer een week stil tussen de sterren, nog altijd in het sterrenbeeld van Judea, Aries, om vervolgens zijn gewone baan weer op te pakken. Het is dus goed denkbaar dat de retrograde beweging de periode weergeeft dat de Ster voor de wijzen uitging tijdens het laatste deel van hun tocht, en de stationaire periode het stilstaan boven Bethlehem. Dat laatste kunnen we uiteraard niet letterlijk nemen. Dat er in het jaar 6 voor Christus een bijzonder fenomeen van astrologische aard is geweest rond een koning in Judea is echter een feit. Het is deze theorie voor de Ster van Bethlehem die thans de grootste aanhang heeft.

Bespreking van: Michael Molnar, The Star of Bethlehem: The Legacy of the Magi (Rutgers University Press: 1999), 208 blz.

Over het boek: http://www.eclipse.net/~molnar

Over de Auteurs: Peter Barthel