Home » Dossier » Geschiedenis » Augustinus, Calvijn en Kuyper over evolutie

Augustinus, Calvijn en Kuyper over evolutie

By | Categorieën: Geschiedenis, Opinie, Schepping en evolutie | Gepubliceerd Op: 22 juli 2011 | 1.6 min read |

Ruim anderhalve eeuw na de publicatie van The Origin of Species, zorgt de kwestie schepping en/of evolutie nog steeds voor verhitte discussies onder Christenen. In deze discussies wordt regelmatig naar de geschiedenis verwezen.

Dat kan zinvol zijn, omdat veel argumenten al eerder zijn gebruikt en het wiel niet opnieuw hoeft te worden uitgevonden. Anderzijds dragen dergelijke verwijzingen een gevaar in zich. Al te makkelijk worden soms gezaghebbende historische figuren – los van de context – als verdedigers van het eigen standpunt opgevoerd.

Al in 1871 verwees de rooms-katholieke evolutionist S.G.J. Mivart naar Augustinus om zijn opvatting te onderbouwen, en rond 1900 verdedigde de Amerikaanse Calvinist B.B. Warfield de evolutietheorie met een beroep op Calvijn. In de loop van de twintigste eeuw zouden in Nederland zowel voor- als tegenstanders van het darwinisme zich op Abraham Kuyper beroepen. Ook in de recente debatten vallen de namen van Augustinus, Calvijn, Warfield en Kuyper weer.

Het is natuurlijk absurd om Augustinus en Calvijn als een soort darwinisten avant la lettre te zien. Wel kunnen we iets leren van hun visie op de toenmalige natuurfilosofie, maar die les is betrekkelijk. Elke tijd heeft zijn eigen wetenschap – en zijn eigen geloof. Dit kan ook een les zijn voor creationisten die ervan uitgaan dat hun standpunt als een soort eeuwige waarheid de kerkgeschiedenis heeft gedomineerd. Om dat vol te houden zul je ook selectief met de geschiedenis moeten omgaan en evolutionistische opvattingen als die van Warfield en andere negentiende-eeuwse Calvinisten moeten negeren of wegzetten als een dwaling, evenals de niet-letterlijke Genesisuitleg van Augustinus.

Uiteindelijk kunnen opvattingen uit het verleden natuurlijk niet maatgevend zijn. De evolutietheorie die Kuyper beoordeelde was een andere dan de huidige; en bovendien had Kuyper bepaalde religieuze overtuigingen die wij nu typisch negentiende-eeuws noemen. Eenentwintigste-eeuwse christenen zullen – nadat de historische mythes zijn ontzenuwd – toch echt zelf hun standpunt moeten bepalen.

Eerder verschenen in Beweging Magazine 73 (maart 2009)

Over de Auteurs: Ab Flipse

Home » Dossier » Geschiedenis » Augustinus, Calvijn en Kuyper over evolutie

Augustinus, Calvijn en Kuyper over evolutie

By | Categorieën: Geschiedenis, Opinie, Schepping en evolutie | Gepubliceerd Op: 22 juli 2011 | 1.6 min read |

Ruim anderhalve eeuw na de publicatie van The Origin of Species, zorgt de kwestie schepping en/of evolutie nog steeds voor verhitte discussies onder Christenen. In deze discussies wordt regelmatig naar de geschiedenis verwezen.

Dat kan zinvol zijn, omdat veel argumenten al eerder zijn gebruikt en het wiel niet opnieuw hoeft te worden uitgevonden. Anderzijds dragen dergelijke verwijzingen een gevaar in zich. Al te makkelijk worden soms gezaghebbende historische figuren – los van de context – als verdedigers van het eigen standpunt opgevoerd.

Al in 1871 verwees de rooms-katholieke evolutionist S.G.J. Mivart naar Augustinus om zijn opvatting te onderbouwen, en rond 1900 verdedigde de Amerikaanse Calvinist B.B. Warfield de evolutietheorie met een beroep op Calvijn. In de loop van de twintigste eeuw zouden in Nederland zowel voor- als tegenstanders van het darwinisme zich op Abraham Kuyper beroepen. Ook in de recente debatten vallen de namen van Augustinus, Calvijn, Warfield en Kuyper weer.

Het is natuurlijk absurd om Augustinus en Calvijn als een soort darwinisten avant la lettre te zien. Wel kunnen we iets leren van hun visie op de toenmalige natuurfilosofie, maar die les is betrekkelijk. Elke tijd heeft zijn eigen wetenschap – en zijn eigen geloof. Dit kan ook een les zijn voor creationisten die ervan uitgaan dat hun standpunt als een soort eeuwige waarheid de kerkgeschiedenis heeft gedomineerd. Om dat vol te houden zul je ook selectief met de geschiedenis moeten omgaan en evolutionistische opvattingen als die van Warfield en andere negentiende-eeuwse Calvinisten moeten negeren of wegzetten als een dwaling, evenals de niet-letterlijke Genesisuitleg van Augustinus.

Uiteindelijk kunnen opvattingen uit het verleden natuurlijk niet maatgevend zijn. De evolutietheorie die Kuyper beoordeelde was een andere dan de huidige; en bovendien had Kuyper bepaalde religieuze overtuigingen die wij nu typisch negentiende-eeuws noemen. Eenentwintigste-eeuwse christenen zullen – nadat de historische mythes zijn ontzenuwd – toch echt zelf hun standpunt moeten bepalen.

Eerder verschenen in Beweging Magazine 73 (maart 2009)

Over de Auteurs: Ab Flipse