Home » Opinie » Mens in het midden bij Pascal

Mens in het midden bij Pascal

By | Categorieën: Opinie | Gepubliceerd Op: 13 september 2012 | 3.2 min read |
Wanneer beweerd wordt dat wetenschap het religieus geloof verdringt of ontkent, laat men ‘kennen’  samenvallen met ‘wetenschappelijk kennen’ en wordt geloof iets irrationeels.  Daarmee wordt zowel een scheiding voorgesteld, –  geloof is wat anders dan kennen –  als een gelijkstelling –  aan geloof worden dezelfde eisen gesteld als aan wetenschap.  Een onderzoeker die zich krachtig tegen deze voorstelling van zaken heeft afgezet, is de Franse wiskundige, fysicus en filosoof Blaise Pascal (1623-1662). Ik wil kort de aandacht vestigen op de wijze waarop hij dat doet en ik begin bij een  beroemd fragment dat als titel heeft  De onevenredigheid van de mens

 

Twee oneindigheden

Pascal begint niet bij de mens en zijn denken maar bij de wereld waarin hij leeft.  Hij ziet de mens als een wezen dat in het midden staat tussen twee oneindigheden.  Enerzijds hebben we te maken met het oneindig kleine: hoe ver we ook proberen door te dringen tot het allerkleinste, steeds ontdekken we weer fijnere structuren.  We kunnen niet zeggen dat we definitief het allerkleinste hebben gevonden.  We missen daar de zintuigen voor.  Anderzijds is de werkelijkheid oneindig groot en kunnen we ons geen beeld van haar vormen.  Noch het oneindig kleine, noch het oneindig grote kennen wij.

Pascal trekt daaruit de conclusie dat wij begin en einde van de dingen niet kunnen kennen. Het enige wat wij in ons onderzoek kunnen doen is ons bezighouden met wat wij van de dingen kunnen ervaren in onze tussensituatie. Pascal zal nooit zeggen dat wij een helder inzicht hebben in de werkelijkheid.  Hoe alles is opgebouwd en hoe dingen met elkaar samenhangen, ontgaat ons door de beperktheid van onze vermogens: “Oneindig ver verwijderd van het begrijpen van de uitersten, blijven het einde der dingen en hun begin voor de mens verborgen in een ondoordringbaar geheim”. 

Verbinding en werkelijkheid

Voor Pascal is de mens niet een op zichzelf staand wezen  dat denkend een  brug moet slaan naar de werkelijkheid buiten hem.  In tegenstelling tot tijdgenoten die hun uitgangspunt nemen in waarnemingen die vaak bedrieglijk zijn en daarom door het wetenschappelijk denken  gecorrigeerd moeten worden,  gaat Pascal uit van het hart dat volgens hem de werkelijkheid voelt en daarmee kent.  De waarneming is afstandelijk, ze kan de indruk geven dat er geen verbinding is tussen waarnemer en het waargenomene. Daarom passen  waarnemingen en begrippen  bij de wetenschap.

Pascal begint bij de verbinding. Zo weten we dat er een werkelijkheid buiten ons bestaat, dat er ruimte is, tijd, beweging, getallen. Het is onzinnig daarvoor bewijs te vragen. Als we onderzoek doen, vooronderstellen we het bestaan van de werkelijkheid die we onderzoeken.  En juist vanwege die verbinding kan de onderzoeker niet buiten de werkelijkheid gaan staan en definitieve oordelen over haar uitspreken. 

Kennen van God

Zoals Pascal spreekt over het voelen van de werkelijkheid door het hart, zo spreekt hij ook over geloof. Het kennen van God is een voelen, een verbonden-zijn.  Het is geen zaak van waarneming en  wetenschappelijk redeneren.  Niet  dat Pascal het denken afwijst, integendeel, het  brengt ons echter niet tot verbinding.   Het kan zinvol zijn om over het bestaan van God na te denken maar het denken zal je niet tot geloof brengen.  De conclusie kan hoogstens zijn dat het niet onredelijk is om in het bestaan van God te geloven. Maar dat is geen geloof.

Het denken kan hoogstens tot de wens leiden om te geloven of niet te geloven.  Het (christelijk)  geloof is een geloof van verbinding, niet van afstandelijk kennen. Het is een geloof van liefde en troost, zoals hij zegt, van verbinding met God die hart en ziel vervult.  Pascal gaat uit van de realiteit van het geloof en die realiteit impliceert het bestaan van God. Het verstand dat meent daar iets vanaf te kunnen doen, heeft onvoldoende zicht op zijn eigen beperkingen.

Over de Auteurs: Peter Blokhuis

Home » Opinie » Mens in het midden bij Pascal

Mens in het midden bij Pascal

By | Categorieën: Opinie | Gepubliceerd Op: 13 september 2012 | 3.2 min read |
Wanneer beweerd wordt dat wetenschap het religieus geloof verdringt of ontkent, laat men ‘kennen’  samenvallen met ‘wetenschappelijk kennen’ en wordt geloof iets irrationeels.  Daarmee wordt zowel een scheiding voorgesteld, –  geloof is wat anders dan kennen –  als een gelijkstelling –  aan geloof worden dezelfde eisen gesteld als aan wetenschap.  Een onderzoeker die zich krachtig tegen deze voorstelling van zaken heeft afgezet, is de Franse wiskundige, fysicus en filosoof Blaise Pascal (1623-1662). Ik wil kort de aandacht vestigen op de wijze waarop hij dat doet en ik begin bij een  beroemd fragment dat als titel heeft  De onevenredigheid van de mens

 

Twee oneindigheden

Pascal begint niet bij de mens en zijn denken maar bij de wereld waarin hij leeft.  Hij ziet de mens als een wezen dat in het midden staat tussen twee oneindigheden.  Enerzijds hebben we te maken met het oneindig kleine: hoe ver we ook proberen door te dringen tot het allerkleinste, steeds ontdekken we weer fijnere structuren.  We kunnen niet zeggen dat we definitief het allerkleinste hebben gevonden.  We missen daar de zintuigen voor.  Anderzijds is de werkelijkheid oneindig groot en kunnen we ons geen beeld van haar vormen.  Noch het oneindig kleine, noch het oneindig grote kennen wij.

Pascal trekt daaruit de conclusie dat wij begin en einde van de dingen niet kunnen kennen. Het enige wat wij in ons onderzoek kunnen doen is ons bezighouden met wat wij van de dingen kunnen ervaren in onze tussensituatie. Pascal zal nooit zeggen dat wij een helder inzicht hebben in de werkelijkheid.  Hoe alles is opgebouwd en hoe dingen met elkaar samenhangen, ontgaat ons door de beperktheid van onze vermogens: “Oneindig ver verwijderd van het begrijpen van de uitersten, blijven het einde der dingen en hun begin voor de mens verborgen in een ondoordringbaar geheim”. 

Verbinding en werkelijkheid

Voor Pascal is de mens niet een op zichzelf staand wezen  dat denkend een  brug moet slaan naar de werkelijkheid buiten hem.  In tegenstelling tot tijdgenoten die hun uitgangspunt nemen in waarnemingen die vaak bedrieglijk zijn en daarom door het wetenschappelijk denken  gecorrigeerd moeten worden,  gaat Pascal uit van het hart dat volgens hem de werkelijkheid voelt en daarmee kent.  De waarneming is afstandelijk, ze kan de indruk geven dat er geen verbinding is tussen waarnemer en het waargenomene. Daarom passen  waarnemingen en begrippen  bij de wetenschap.

Pascal begint bij de verbinding. Zo weten we dat er een werkelijkheid buiten ons bestaat, dat er ruimte is, tijd, beweging, getallen. Het is onzinnig daarvoor bewijs te vragen. Als we onderzoek doen, vooronderstellen we het bestaan van de werkelijkheid die we onderzoeken.  En juist vanwege die verbinding kan de onderzoeker niet buiten de werkelijkheid gaan staan en definitieve oordelen over haar uitspreken. 

Kennen van God

Zoals Pascal spreekt over het voelen van de werkelijkheid door het hart, zo spreekt hij ook over geloof. Het kennen van God is een voelen, een verbonden-zijn.  Het is geen zaak van waarneming en  wetenschappelijk redeneren.  Niet  dat Pascal het denken afwijst, integendeel, het  brengt ons echter niet tot verbinding.   Het kan zinvol zijn om over het bestaan van God na te denken maar het denken zal je niet tot geloof brengen.  De conclusie kan hoogstens zijn dat het niet onredelijk is om in het bestaan van God te geloven. Maar dat is geen geloof.

Het denken kan hoogstens tot de wens leiden om te geloven of niet te geloven.  Het (christelijk)  geloof is een geloof van verbinding, niet van afstandelijk kennen. Het is een geloof van liefde en troost, zoals hij zegt, van verbinding met God die hart en ziel vervult.  Pascal gaat uit van de realiteit van het geloof en die realiteit impliceert het bestaan van God. Het verstand dat meent daar iets vanaf te kunnen doen, heeft onvoldoende zicht op zijn eigen beperkingen.

Over de Auteurs: Peter Blokhuis