Home » Nieuws » L’Osservatore Romano: pinguïns probleem voor evolutietheorie

L’Osservatore Romano: pinguïns probleem voor evolutietheorie

By |Categorieën: Nieuws|Gepubliceerd Op: 20 februari 2015|1.4 min read|
Nieuws

Bijna niemand twijfelt er aan dat het leven op aarde is geëvolueerd, ook het Vaticaan niet. Maar toch zijn er vragen te stellen bij de wetenschappelijkheid van de evolutietheorie, meent priester en biochemicus Carlo Polvani.

 

In de Vaticaanse krant L’Osservatore Romano beschrijft Polvani de kern van de evolutietheorie: toeval en noodzaak. Toevallige mutaties zorgen voor variatie, natuurlijke selectie selecteert de meest gunstige varianten uit. Hoewel er verschillende visies zijn op het niveau van selectie (het gen, het organisme of een groep organismen) is de relatie tussen toeval en noodzaak onbetwist.

 

Polvani beschrijft hoe Karl Popper ooit de evolutietheorie onderzocht om te zien of deze gefalsificeerd kan worden maar trok geen harde conclusie. Polvani denkt dat dit niet het geval is. Hij wijst op de beperkte voorspellende waarde van de evolutietheorie. Zo stammen pinguïns af van een vogel waarvan de vleugels zijn geëvolueerd tot vinnen.

 

Maar, stelt Polvani, waarom zijn er dan geen pinguïns op de Noordpool? Daar heersen dezelfde omstandigheden als op de Zuidpool – hoewel er landroofdieren aanwezig zijn in de vorm van ijsberen. Volgens Polvani is het onmogelijk te voorspellen of er ooit pinguïns zullen evolueren rond de Noordpool. De priester-biochemicus roept op tot een kritische wetenschappelijke houding ten opzichte van de evolutietheorie.

 

Overigens gaat Polvani voorbij aan het de waarneming dat vissen zowel in de Antarctische als de Arctische wateren een antivries hebben ontwikkeld. Daarnaast heeft evolutiebioloog John Haldane de vraag hoe evolutie gefalsificeerd kan worden ooit beantwoord met de opmerking ‘door fossiele konijnen in het Precambrium’.

 

Foto: Jianzhi ‘George’ Zhang

Home » Nieuws » L’Osservatore Romano: pinguïns probleem voor evolutietheorie

L’Osservatore Romano: pinguïns probleem voor evolutietheorie

By Gepubliceerd Op: 20 februari 20151.4 min read
Nieuws

Bijna niemand twijfelt er aan dat het leven op aarde is geëvolueerd, ook het Vaticaan niet. Maar toch zijn er vragen te stellen bij de wetenschappelijkheid van de evolutietheorie, meent priester en biochemicus Carlo Polvani.

 

In de Vaticaanse krant L’Osservatore Romano beschrijft Polvani de kern van de evolutietheorie: toeval en noodzaak. Toevallige mutaties zorgen voor variatie, natuurlijke selectie selecteert de meest gunstige varianten uit. Hoewel er verschillende visies zijn op het niveau van selectie (het gen, het organisme of een groep organismen) is de relatie tussen toeval en noodzaak onbetwist.

 

Polvani beschrijft hoe Karl Popper ooit de evolutietheorie onderzocht om te zien of deze gefalsificeerd kan worden maar trok geen harde conclusie. Polvani denkt dat dit niet het geval is. Hij wijst op de beperkte voorspellende waarde van de evolutietheorie. Zo stammen pinguïns af van een vogel waarvan de vleugels zijn geëvolueerd tot vinnen.

 

Maar, stelt Polvani, waarom zijn er dan geen pinguïns op de Noordpool? Daar heersen dezelfde omstandigheden als op de Zuidpool – hoewel er landroofdieren aanwezig zijn in de vorm van ijsberen. Volgens Polvani is het onmogelijk te voorspellen of er ooit pinguïns zullen evolueren rond de Noordpool. De priester-biochemicus roept op tot een kritische wetenschappelijke houding ten opzichte van de evolutietheorie.

 

Overigens gaat Polvani voorbij aan het de waarneming dat vissen zowel in de Antarctische als de Arctische wateren een antivries hebben ontwikkeld. Daarnaast heeft evolutiebioloog John Haldane de vraag hoe evolutie gefalsificeerd kan worden ooit beantwoord met de opmerking ‘door fossiele konijnen in het Precambrium’.

 

Foto: Jianzhi ‘George’ Zhang