Home » Opinie » Kwaliteit vs. kwantiteit

Kwaliteit vs. kwantiteit

By | Categorieën: Filosofie, Opinie | Gepubliceerd Op: 26 september 2013 | 3.4 min read |

‘Ik wil gewoon werken aan vragen waarmee je vooruitgang kunt boeken,’ aldus Patricia Churchland onlangs op het eerste Summer Seminar over wetenschap en de grote levensvragen van het Abraham Kuyper Centrum op de VU. Ze had net een fascinerend verhaal gehouden over hersenen en moreel gedrag.

 

Door gegevens uit de evolutionaire biologie, psychologie en neurowetenschappen te combineren schetste ze waarom we voor andere mensen zorgen, hoe het kan dat de ene mens veel meer dan de andere controle heeft over wat hij zelf wel en niet doet en nog veel meer. Voor de details moet ik u doorverwijzen naar haar recente boeken. Warm aanbevolen.

 

In een zaal met filosofen in het publiek roept zo’n presentatie onvermijdelijk vragen op naar de status van de moraal. Het mag waar zijn dat sommige mensen zichzelf vanwege allerlei hersenprocessen beter kunnen beheersen dan anderen, maar is het niet zo dat ik me hoor te beheersen als ik de neiging voel opkomen om m’n luidruchtige buurman een muilpeer te geven? Is het geen objectief moreel feit dat ik m’n buurman niet moet slaan?

 

Churchland was merkbaar minder enthousiast over deze vragen. ‘Natuurlijk moet je je buurman niet zomaar een oplawaai geven; dat doen wij hier niet. Maar goed, in andere culturen denken ze daar anders over. Ik begrijp alleen niet waarom jullie filosofen altijd maar willen zeggen dat zoiets ‘een objectief feit’ is. Wat schiet je daarmee op? Ik wil gewoon werken aan vragen waarmee je vooruitgang kunt boeken.’

 

Later zat ik na te denken over wat hier aan de hand was. Achter dit antwoord zit volgens mij een afweging van de waarde van verschillende soorten projecten waar je als wetenschapper en filosoof mee bezig kunt zijn. Een afweging die deels pragmatische componenten heeft, maar ook kennistheoretische.

 

Laat ik dit iets concreter maken. Filosofen (zeker van het analytische type) hebben de neiging om ontzettend lang bezig te blijven met hele kleine beweringen. Ze wikken en wegen over hoe die bewering het beste geformuleerd kan worden, welke concepten geschikt zijn om haar helder te krijgen, hoe je die concepten definieert, wat de argumenten voor en tegen de bewering zijn en hoe je bezwaar kunt maken tegen die argumenten. Dat vinden zij vooruitgang.

 

Patricia Churchland ziet daar dus weinig in. Zij wil werken aan kwesties waarbij je nieuwe empirische feiten aan het licht kunt brengen — liefst heel veel — om vervolgens te generaliseren naar een totaalplaatje van hoe al die feiten samen kunnen hangen. Dat is voor haar vooruitgang.

 

Beknopt geformuleerd: kwaliteit tegenover kwantiteit. Sommige mensen willen waarheden van hoge kwaliteit: precies geformuleerd en nauwkeurig onderbouwd. Andere mensen willen vooral heel veel nieuwe waarheden, ook al zijn die dan wat onzekerder en conceptueel gezien niet helemaal precies.

 

Ik heb uit deze ervaring twee lessen getrokken. Voor mij als filosoof is het tweede natuur geworden om te denken dat kwaliteit bovenaan moet staan. Maar door Patricia Churchland ben ik beter gaan zien dat een focus op kwantiteit ook een waardevol intellectueel project is: het levert veel nieuwe informatie op, je genereert er nieuwe creatieve ideeën mee die op hun beurt weer tot nieuw onderzoek en nog meer nieuwe informatie kunnen leiden. Er zit veel beweging in.

 

Het onderscheid tussen intellectuele projecten met verschillende focus — kwantiteit of kwaliteit — zou ook wel eens iets kunnen verklaren van het wederzijdse onbegrip dat je soms ziet in discussies over geloof, levensbeschouwing en wetenschap. Wie warm loopt voor veel nieuwe informatie en controversiële nieuwe theorieën heeft geen zin en geduld om te blijven puzzelen aan oude filosofische vragen. Wie die oude vragen en de mogelijke antwoorden erop wil blijven verhelderen en aanscherpen ziet vaak al snel dat nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen daar niet altijd erg relevant voor zijn. Deze twee partijen zijn het dus niet zozeer met elkaar oneens, ze willen gewoon aan andere projecten werken en zien de relevantie van elkaars werk daarom niet zo. Misschien kan zulk zelfbewustzijn wel tot meer wederzijds begrip leiden. Wie weet.

Over de Auteurs: Jeroen de Ridder

Home » Opinie » Kwaliteit vs. kwantiteit

Kwaliteit vs. kwantiteit

By | Categorieën: Filosofie, Opinie | Gepubliceerd Op: 26 september 2013 | 3.4 min read |

‘Ik wil gewoon werken aan vragen waarmee je vooruitgang kunt boeken,’ aldus Patricia Churchland onlangs op het eerste Summer Seminar over wetenschap en de grote levensvragen van het Abraham Kuyper Centrum op de VU. Ze had net een fascinerend verhaal gehouden over hersenen en moreel gedrag.

 

Door gegevens uit de evolutionaire biologie, psychologie en neurowetenschappen te combineren schetste ze waarom we voor andere mensen zorgen, hoe het kan dat de ene mens veel meer dan de andere controle heeft over wat hij zelf wel en niet doet en nog veel meer. Voor de details moet ik u doorverwijzen naar haar recente boeken. Warm aanbevolen.

 

In een zaal met filosofen in het publiek roept zo’n presentatie onvermijdelijk vragen op naar de status van de moraal. Het mag waar zijn dat sommige mensen zichzelf vanwege allerlei hersenprocessen beter kunnen beheersen dan anderen, maar is het niet zo dat ik me hoor te beheersen als ik de neiging voel opkomen om m’n luidruchtige buurman een muilpeer te geven? Is het geen objectief moreel feit dat ik m’n buurman niet moet slaan?

 

Churchland was merkbaar minder enthousiast over deze vragen. ‘Natuurlijk moet je je buurman niet zomaar een oplawaai geven; dat doen wij hier niet. Maar goed, in andere culturen denken ze daar anders over. Ik begrijp alleen niet waarom jullie filosofen altijd maar willen zeggen dat zoiets ‘een objectief feit’ is. Wat schiet je daarmee op? Ik wil gewoon werken aan vragen waarmee je vooruitgang kunt boeken.’

 

Later zat ik na te denken over wat hier aan de hand was. Achter dit antwoord zit volgens mij een afweging van de waarde van verschillende soorten projecten waar je als wetenschapper en filosoof mee bezig kunt zijn. Een afweging die deels pragmatische componenten heeft, maar ook kennistheoretische.

 

Laat ik dit iets concreter maken. Filosofen (zeker van het analytische type) hebben de neiging om ontzettend lang bezig te blijven met hele kleine beweringen. Ze wikken en wegen over hoe die bewering het beste geformuleerd kan worden, welke concepten geschikt zijn om haar helder te krijgen, hoe je die concepten definieert, wat de argumenten voor en tegen de bewering zijn en hoe je bezwaar kunt maken tegen die argumenten. Dat vinden zij vooruitgang.

 

Patricia Churchland ziet daar dus weinig in. Zij wil werken aan kwesties waarbij je nieuwe empirische feiten aan het licht kunt brengen — liefst heel veel — om vervolgens te generaliseren naar een totaalplaatje van hoe al die feiten samen kunnen hangen. Dat is voor haar vooruitgang.

 

Beknopt geformuleerd: kwaliteit tegenover kwantiteit. Sommige mensen willen waarheden van hoge kwaliteit: precies geformuleerd en nauwkeurig onderbouwd. Andere mensen willen vooral heel veel nieuwe waarheden, ook al zijn die dan wat onzekerder en conceptueel gezien niet helemaal precies.

 

Ik heb uit deze ervaring twee lessen getrokken. Voor mij als filosoof is het tweede natuur geworden om te denken dat kwaliteit bovenaan moet staan. Maar door Patricia Churchland ben ik beter gaan zien dat een focus op kwantiteit ook een waardevol intellectueel project is: het levert veel nieuwe informatie op, je genereert er nieuwe creatieve ideeën mee die op hun beurt weer tot nieuw onderzoek en nog meer nieuwe informatie kunnen leiden. Er zit veel beweging in.

 

Het onderscheid tussen intellectuele projecten met verschillende focus — kwantiteit of kwaliteit — zou ook wel eens iets kunnen verklaren van het wederzijdse onbegrip dat je soms ziet in discussies over geloof, levensbeschouwing en wetenschap. Wie warm loopt voor veel nieuwe informatie en controversiële nieuwe theorieën heeft geen zin en geduld om te blijven puzzelen aan oude filosofische vragen. Wie die oude vragen en de mogelijke antwoorden erop wil blijven verhelderen en aanscherpen ziet vaak al snel dat nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen daar niet altijd erg relevant voor zijn. Deze twee partijen zijn het dus niet zozeer met elkaar oneens, ze willen gewoon aan andere projecten werken en zien de relevantie van elkaars werk daarom niet zo. Misschien kan zulk zelfbewustzijn wel tot meer wederzijds begrip leiden. Wie weet.

Over de Auteurs: Jeroen de Ridder