Home » Nieuws » Kunnen ‘vegetatieve’ patiënten communiceren?

Kunnen ‘vegetatieve’ patiënten communiceren?

By |Categorieën: Nieuws|Gepubliceerd Op: 15 juni 2012|3.7 min read|
Nieuws

Neurowetenschapper Adrian Owen is pionier op het gebied van communicatie met patiënten met een minimaal bewustzijn.

 

Zijn conclusies zijn controversieel en werpen belangrijke ethische vragen op.

In juni 2006 gebruikte Owen een MRI scanner om te communiceren met een vrouw van 23, die vijf maanden na een verkeersongeluk nog steeds in een ‘vegetatieve staat’ was. Zulke patiënten hebben hun ogen open maar reageren niet op hun omgeving. Ze hebben wel een slaap/waakritme en kunnen bijvoorbeeld met hun tanden knarsen, maar communiceren lijkt onmogelijk. Dat wil zeggen: totdat Owen zich er mee ging bemoeien.

Hij experimenteerde met functionele MRI, een methode om de activiteit van hersendelen te meten. De hersenen van vegetatieve patiënten leken te reageren wanneer ze foto’s van bekende gezichten te zien kregen, en ook op gesproken zinnetjes.

De jonge vrouw werd gevraagd om zich voor te stellen dat ze stond te tennissen. Dit leverde een patroon van hersenactiviteit op waarbij vooral delen die spieren aansturen oplichtten. Daarna moest ze zich voorstellen dat ze door haar huis liep. Dit leverde vooral activiteit op in geheugencentra. De twee patronen waren goed te herkennen. Owen concludeerde dat zij reageerde op de gestelde vragen en zich dus bewust was van haar omgeving. Hij publiceerde zijn bevindingen in het wetenschappelijke tijdschrift Science, wat een golf aan publiciteit opleverde.

In het tijdschrift Nature dat afgelopen week uitkwam, kijkt Owen terug. “Ik kreeg twee typen reacties. Mensen zeiden ‘Dit is geweldig!’, of ‘Hoe kun je nu zeggen dat die vrouw bij bewustzijn is?’. Critici zagen in de hersenactiviteit alleen een reflex.

 

Owen ging daarom verder. Hij vond nog vier patiënten die reageerden op vragen met duidelijk te onderscheiden patronen van hersenactiviteit. Bij een van hen, ‘patiënt 23’, vroeg hij om één patroon in te zetten voor het antwoord ‘ja’ en een tweede patroon voor ‘nee’. Vervolgens stelde hij een aantal vragen. De patiënt had vijf van de zes antwoorden goed. Maar het vragenstellen was lastig: de patiënt moest dertig seconde het goede antwoord ‘vasthouden’. En de experimenten zijn lastig te herhalen en duur, gezien de ingewikkelde apparatuur die er voor nodig is. Voor patiënt 23 is het daarom bij één sessie gebleven. De sceptici zijn door dit ene experiment nog steeds niet overtuigd.

Om die reden is Owen nu op zoek naar een eenvoudiger manier om de antwoorden uit de hersenen van de patiënten te kunnen aflezen. Via een EEG bijvoorbeeld, dat veel sneller werkt en bovendien met relatief goedkope en draagbare apparatuur is te meten. Hij verricht zijn onderzoek in Canada, waar hij twintig miljoen dollar heeft gekregen.

De bevindingen van Owen werpen tal van vragen op. Wat is bewustzijn? Hoe bepaal je of antwoorden echt bewust zijn gegeven? En wat moeten we met de conclusie dat een deel van de honderdduizenden vegetatieve patiënten die er wereldwijd zijn, zich wellicht bewust is van de eigen toestand?

Owen denkt dat zijn methode kan helpen om bijvoorbeeld pijnbestrijding te geven waar dat nodig is. En hij hoopt in een vroeg stadium patiënten die kunnen reageren op te pikken, zodat ze een intensief revalidatieprogramma kunnen krijgen. In één geval kreeg Owen bij een vegetatieve patiënt zo’n sterke reactie op foto’s dat er begonnen is met revalidatie. Deze patiënt is inmiddels weer volledig bij bewustzijn. Maar het is de enige tot nu toe.

Een praktisch probleem is dat communiceren via hersenreacties ingewikkeld is. Eigenlijk zo de familie van een patiënt de apparatuur zelf moeten kunnen bedienen. Ook daarom werkt Owen aan simpeler apparatuur.

 

De belangrijkste vraag die Owen zijn patiënt kan stellen is echter: wil je zo verder leven? Dat heeft hij nog niet gedaan. “Voordat ik dat doe, moet eerst duidelijk zijn hoe we moeten reageren op het antwoord”, zegt hij. Want als een patiënt ‘nee’ zegt, hoe bepaal je dan of dat een weloverwogen besluit is? En als het antwoord ‘ja’ is, heeft de familie dan nog een stem? De ethische en juridische consequenties moeten goed doordacht worden.
Owen denkt dat leven zinvol kan zijn, zelfs wanneer iemand bijna niets meer kan. Hij wijst op de Franse journalist Jean-Dominique Bauby, die alleen nog met een ooglid kon knipperen maar zo wel zijn memoires wist te dicteren. “Sommige vegetatieve patiënten zullen ook zo’n rijk gedachtenleven hebben. Maar zeker niet alle.”

Home » Nieuws » Kunnen ‘vegetatieve’ patiënten communiceren?

Kunnen ‘vegetatieve’ patiënten communiceren?

By Gepubliceerd Op: 15 juni 20123.7 min read
Nieuws

Neurowetenschapper Adrian Owen is pionier op het gebied van communicatie met patiënten met een minimaal bewustzijn.

 

Zijn conclusies zijn controversieel en werpen belangrijke ethische vragen op.

In juni 2006 gebruikte Owen een MRI scanner om te communiceren met een vrouw van 23, die vijf maanden na een verkeersongeluk nog steeds in een ‘vegetatieve staat’ was. Zulke patiënten hebben hun ogen open maar reageren niet op hun omgeving. Ze hebben wel een slaap/waakritme en kunnen bijvoorbeeld met hun tanden knarsen, maar communiceren lijkt onmogelijk. Dat wil zeggen: totdat Owen zich er mee ging bemoeien.

Hij experimenteerde met functionele MRI, een methode om de activiteit van hersendelen te meten. De hersenen van vegetatieve patiënten leken te reageren wanneer ze foto’s van bekende gezichten te zien kregen, en ook op gesproken zinnetjes.

De jonge vrouw werd gevraagd om zich voor te stellen dat ze stond te tennissen. Dit leverde een patroon van hersenactiviteit op waarbij vooral delen die spieren aansturen oplichtten. Daarna moest ze zich voorstellen dat ze door haar huis liep. Dit leverde vooral activiteit op in geheugencentra. De twee patronen waren goed te herkennen. Owen concludeerde dat zij reageerde op de gestelde vragen en zich dus bewust was van haar omgeving. Hij publiceerde zijn bevindingen in het wetenschappelijke tijdschrift Science, wat een golf aan publiciteit opleverde.

In het tijdschrift Nature dat afgelopen week uitkwam, kijkt Owen terug. “Ik kreeg twee typen reacties. Mensen zeiden ‘Dit is geweldig!’, of ‘Hoe kun je nu zeggen dat die vrouw bij bewustzijn is?’. Critici zagen in de hersenactiviteit alleen een reflex.

 

Owen ging daarom verder. Hij vond nog vier patiënten die reageerden op vragen met duidelijk te onderscheiden patronen van hersenactiviteit. Bij een van hen, ‘patiënt 23’, vroeg hij om één patroon in te zetten voor het antwoord ‘ja’ en een tweede patroon voor ‘nee’. Vervolgens stelde hij een aantal vragen. De patiënt had vijf van de zes antwoorden goed. Maar het vragenstellen was lastig: de patiënt moest dertig seconde het goede antwoord ‘vasthouden’. En de experimenten zijn lastig te herhalen en duur, gezien de ingewikkelde apparatuur die er voor nodig is. Voor patiënt 23 is het daarom bij één sessie gebleven. De sceptici zijn door dit ene experiment nog steeds niet overtuigd.

Om die reden is Owen nu op zoek naar een eenvoudiger manier om de antwoorden uit de hersenen van de patiënten te kunnen aflezen. Via een EEG bijvoorbeeld, dat veel sneller werkt en bovendien met relatief goedkope en draagbare apparatuur is te meten. Hij verricht zijn onderzoek in Canada, waar hij twintig miljoen dollar heeft gekregen.

De bevindingen van Owen werpen tal van vragen op. Wat is bewustzijn? Hoe bepaal je of antwoorden echt bewust zijn gegeven? En wat moeten we met de conclusie dat een deel van de honderdduizenden vegetatieve patiënten die er wereldwijd zijn, zich wellicht bewust is van de eigen toestand?

Owen denkt dat zijn methode kan helpen om bijvoorbeeld pijnbestrijding te geven waar dat nodig is. En hij hoopt in een vroeg stadium patiënten die kunnen reageren op te pikken, zodat ze een intensief revalidatieprogramma kunnen krijgen. In één geval kreeg Owen bij een vegetatieve patiënt zo’n sterke reactie op foto’s dat er begonnen is met revalidatie. Deze patiënt is inmiddels weer volledig bij bewustzijn. Maar het is de enige tot nu toe.

Een praktisch probleem is dat communiceren via hersenreacties ingewikkeld is. Eigenlijk zo de familie van een patiënt de apparatuur zelf moeten kunnen bedienen. Ook daarom werkt Owen aan simpeler apparatuur.

 

De belangrijkste vraag die Owen zijn patiënt kan stellen is echter: wil je zo verder leven? Dat heeft hij nog niet gedaan. “Voordat ik dat doe, moet eerst duidelijk zijn hoe we moeten reageren op het antwoord”, zegt hij. Want als een patiënt ‘nee’ zegt, hoe bepaal je dan of dat een weloverwogen besluit is? En als het antwoord ‘ja’ is, heeft de familie dan nog een stem? De ethische en juridische consequenties moeten goed doordacht worden.
Owen denkt dat leven zinvol kan zijn, zelfs wanneer iemand bijna niets meer kan. Hij wijst op de Franse journalist Jean-Dominique Bauby, die alleen nog met een ooglid kon knipperen maar zo wel zijn memoires wist te dicteren. “Sommige vegetatieve patiënten zullen ook zo’n rijk gedachtenleven hebben. Maar zeker niet alle.”