10 juli 2026 /
Kom naar het Apologie congres in september
Op 26 september 2026 vindt het tweede Apologie congres plaats van Share Apologetics. Een groot aantal sprekers, zoals de filosofen Emmanuel Rutten en René van Woudenberg, theoloog Gijsbert van den Brink en natuurkundige Ard Louis, gaat in op de relatie tussen geloof en wetenschap.
Louis is hoogleraar theoretische natuurkunde aan de Britse Universiteit van Oxford, en hij spreekt veel over geloof en wetenschap. Op het Apologie-congres gaat hij in op wat evolutie wel/niet zegt. In april hield hij in Hong Kong een presentatie waarin hij een aantal ‘zombie-mythen’ over de relatie tussen geloof en natuurwetenschap besprak. Hij noemt het ‘zombie-mythen’, omdat ze al lang ontkracht zijn maar toch steeds weer de kop opsteken – net als zombies die dood zijn maar toch doorleven.

Als ‘opwarmer’ voor het congres in september hier een korte samenvatting van die zombie-mythes. De eerste mythe stelt dat geloof en wetenschap vaak met elkaar in conflict zijn. Ze kunnen niet door één deur, en rationele wetenschappers zijn dan ook zelden gelovig. Dit is niet de ervaring van Louis: hij is al jaren betrokken bij de cursus ‘Developing a Christian Mind at Oxford’, een programma dat beginnende wetenschappers helpt hun geloof te versterken. Aan dit programma werkten al honderden wetenschappers mee. Er zijn altijd genoeg sprekers te vinden.
Daarnaast verwijst Louis naar onderzoek van de Amerikaanse sociaalwetenschapper Elaine Howard Ecklund, die onderzoek deed naar het geloof van wetenschappers. In het algemeen vind je onder wetenschappers iets minder gelovigen dan onder niet-wetenschappers, maar in landen als India, Italië, Taiwan en Turkije noemt meer dan de helft van de wetenschappers zichzelf religieus. En in Hong Kong en Taiwan zijn er onder wetenschappers zelfs meer gelovigen dan onder niet-wetenschappers.
De tweede mythe stelt dat vooruitgang in de wetenschap sinds de Verlichting ervoor zorgt dat mensen steeds minder gelovig worden. Maar historisch onderzoek laat zien dat dit niet klopt. Door de eeuwen heen waren er altijd gelovige wetenschappers, van natuurkundige Isaac Newton tot aan de ontdekker van de ‘oerknal’ George Lemaître – die behalve natuurkundige ook rooms-katholiek priester was.



De derde mythe zegt dat geloof irrationeel is, terwijl wetenschap gebouwd is op alleen de rede. Daar is tegenin te brengen dat bijvoorbeeld theologie sterk leunt op logica en rede, terwijl natuurwetenschap gebouwd is op bepaalde aannames, bijvoorbeeld het idee dat het universum ordelijk en begrijpelijk is.
Volgens de vierde mythe is wetenschap de enige manier om antwoorden te vinden op de grote vragen over realiteit, zoals de zin of het doel van het leven. Die houding heet ook wel ‘scientisme’, en is aantoonbaar onjuist: wetenschap richt zich bijvoorbeeld alleen op de ‘hoe’-vragen en heeft geen antwoorden op veel ‘waarom’-vragen.
De vijfde mythe stelt dat de kerk in conflict is met de wetenschap. Het klassieke bewijs daarvoor is dat de kerk weigerde de ontdekking van Galileo te accepteren dat de aarde niet het middelpunt van het heelal is. In werkelijkheid werd deze wetenschapper veroordeeld vanwege politieke intriges en had hij juist de steun van jezuïtische sterrenkundigen. Het conflict tussen geloof en wetenschap is sindsdien vaak uitvergroot, maar in de praktijk is er veel vaker sprake van goede harmonie.
De zesde mythe stelt dat de wetenschap laat zien hoe alles in het heelal volgens natuurwetten verloopt. Een ziel of vrije wil bestaan niet, want we zijn allemaal onderworpen aan blinde natuurkundige regels. Toch blijkt ook de natuurkunde ruimte te laten voor toeval, bijvoorbeeld in de kwantummechanica. Daarnaast zijn er nog steeds felle debatten over de vraag of ons bewustzijn is te verklaren vanuit de hersenwetenschappen.
Over de zevende mythe gaat een flink deel van de presentaties, blijkt uit het programma van het Apologie congres: bewijst evolutie dat er geen god is? Het korte antwoord is ‘nee’. Het lange antwoord kun je horen op het congres! Studenten kunnen het Apologie congres met korting bijwonen.
Tekst: René Fransen



