Home » Nieuws » Inspiratie in de wetenschap

Inspiratie in de wetenschap

By |Categorieën: Nieuws|Gepubliceerd Op: 11 maart 2019|2 min read|

Wetenschappers volgen de ‘wetenschappelijke methode’ om hun ideeën te toetsen. Maar hoe komen ze aan die ideeën? Wetenschap en kunst lijken daarin op elkaar.

Dat betoogt Tom McLeish, hoogleraar Natural Philosophy aan de Universiteit van York in een artikel op de website The Conversation. Hij erkent dat het hem twintig jaar kostte om zich te realiseren dat de ‘wetenschappelijke methode’ pas het tweede deel van het wetenschappelijk proces is. Het eerste deel is het ‘creatieve hart’ van de wetenschap, het bedenken van een idee om te testen. Daarin gaat flink wat creativiteit zitten.

Einstein

McLeish haalt ter onderbouwing een citaat aan van bioloog Peter Medawar, die stelde dat het systeem van hypothesen en deductie niet verklaarde waar de hypothesen eigenlijk vandaan kwamen. Dat de inspiratie van wetenschappers vergelijkbaar zou zijn met die van kunstenaars vond Medawar onzin. Ideeën in de kunsten worden onderling uitgewisseld, waar wetenschappers hun goede ideeën doorgaans voor zichzelf houden totdat hun onderzoek klaar is.

Een andere wetenschapper die McLeish citeert is Albert Einstein, die zichzelf wel met een kunstenaar vergeleek omdat hij sterk leunde op zijn verbeeldingsvermogen. ‘Kennis is beperkt, verbeelding de hele wereld omvatten’, aldus Einstein. Zelf heeft McLeish de ervaring dat invallen soms via dromen komen, of zittend op een heuvel.

Dichters

Over creativiteit in de wetenschap bestaat heel wat literatuur, maar die behandelt te weinig waar inspiratie nu eigenlijk vandaan komt. Daarom ging McLeish zelf op zoek: hij vroeg wetenschappers niet alleen wat hun onderzoek had opgeleverd, maar ook langs welke weg ze tot hun vondsten gekomen waren. Diezelfde vragen legde hij voor aan dichters, componisten en beeldend kunstenaars.

Een gemeenschappelijk kenmerk in de verhalen was dat er een doel was waarheen zij een pad zochten. Dat pas was lastig te vinden, er waren heel wat doodlopende stukken en soms een ‘aha-moment’ van inzicht – vaak een uitvloeisel van onbewuste processen.

Scheiding

Uiteindelijk definieert McLeish drie vormen van verbeelding die wetenschappers en kunstenaars gebruiken: visueel, tekstueel en abstract. Dat laatste kan bijvoorbeeld de vorm hebben van wiskunde of muziek. De conclusie van McLeish is dat het idee van ‘twee culturen’, van de kunsten en natuurwetenschappen een kunstmatige scheiding is. Hij roept op tot een dialoog tussen verschillende velden, om die scheiding ongedaan te maken.

Bron: The Conversation, We talk about artistic inspiration all the time – but scientific inspiration is a thing too

Home » Nieuws » Inspiratie in de wetenschap

Inspiratie in de wetenschap

By Gepubliceerd Op: 11 maart 20192 min read

Wetenschappers volgen de ‘wetenschappelijke methode’ om hun ideeën te toetsen. Maar hoe komen ze aan die ideeën? Wetenschap en kunst lijken daarin op elkaar.

Dat betoogt Tom McLeish, hoogleraar Natural Philosophy aan de Universiteit van York in een artikel op de website The Conversation. Hij erkent dat het hem twintig jaar kostte om zich te realiseren dat de ‘wetenschappelijke methode’ pas het tweede deel van het wetenschappelijk proces is. Het eerste deel is het ‘creatieve hart’ van de wetenschap, het bedenken van een idee om te testen. Daarin gaat flink wat creativiteit zitten.

Einstein

McLeish haalt ter onderbouwing een citaat aan van bioloog Peter Medawar, die stelde dat het systeem van hypothesen en deductie niet verklaarde waar de hypothesen eigenlijk vandaan kwamen. Dat de inspiratie van wetenschappers vergelijkbaar zou zijn met die van kunstenaars vond Medawar onzin. Ideeën in de kunsten worden onderling uitgewisseld, waar wetenschappers hun goede ideeën doorgaans voor zichzelf houden totdat hun onderzoek klaar is.

Een andere wetenschapper die McLeish citeert is Albert Einstein, die zichzelf wel met een kunstenaar vergeleek omdat hij sterk leunde op zijn verbeeldingsvermogen. ‘Kennis is beperkt, verbeelding de hele wereld omvatten’, aldus Einstein. Zelf heeft McLeish de ervaring dat invallen soms via dromen komen, of zittend op een heuvel.

Dichters

Over creativiteit in de wetenschap bestaat heel wat literatuur, maar die behandelt te weinig waar inspiratie nu eigenlijk vandaan komt. Daarom ging McLeish zelf op zoek: hij vroeg wetenschappers niet alleen wat hun onderzoek had opgeleverd, maar ook langs welke weg ze tot hun vondsten gekomen waren. Diezelfde vragen legde hij voor aan dichters, componisten en beeldend kunstenaars.

Een gemeenschappelijk kenmerk in de verhalen was dat er een doel was waarheen zij een pad zochten. Dat pas was lastig te vinden, er waren heel wat doodlopende stukken en soms een ‘aha-moment’ van inzicht – vaak een uitvloeisel van onbewuste processen.

Scheiding

Uiteindelijk definieert McLeish drie vormen van verbeelding die wetenschappers en kunstenaars gebruiken: visueel, tekstueel en abstract. Dat laatste kan bijvoorbeeld de vorm hebben van wiskunde of muziek. De conclusie van McLeish is dat het idee van ‘twee culturen’, van de kunsten en natuurwetenschappen een kunstmatige scheiding is. Hij roept op tot een dialoog tussen verschillende velden, om die scheiding ongedaan te maken.

Bron: The Conversation, We talk about artistic inspiration all the time – but scientific inspiration is a thing too