Gijsbert van den Brink

Prof. dr. Gijsbert van den Brink bekleedt sinds 2015 de University Research Chair voor Theologie & Wetenschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In 2017 verscheen bij Boekencentrum zijn veelbesproken boek En de aarde bracht voort: Christelijk geloof en evolutie. Daarin stelt hij dat christelijk geloven en evolutie samen kunnen gaan.

Zie ook: http://www.godgeleerdheid.vu.nl/nl/over-de-faculteit/medewerkers/wetenschappelijk-personeel-a-f/g-van-den-brink/index.aspx

 

Wonderen: voor de een te bizar om waar te zijn, voor anderen verhalen die ze gelovig aanvaarden. Wat valt er over wonderen te zeggen?

In de eerdere afleveringen van deze serie (zie deel 1 en deel 2) ging ik achtereenvolgens in op de ‘klassieke’ aanwijzingen voor gemeenschappelijke afstamming in de vorm van het fossielenbestand en op de nieuwere aanwijzingen van biochemische en vooral genetische aard. Met al deze aanwijzingen acht ik gemeenschappelijke afstamming niet ‘bewezen’, maar wel een theorie die stevig genoeg staat om haar eventuele theologische consequenties te doordenken. Dat is dan ook het thema van deze afsluitende bijdrage.

In het eerste deel van deze column besprak ik enkele ‘klassieke’ aanwijzingen voor gemeenschappelijke afstamming: het fossielenbestand en de verdeling daarvan over aardlagen van uiteenlopende ouderdom. De laatste decennia zijn er nieuwe reeksen aanwijzingen bij gekomen uit de biochemie en de genetica. In deze bijdrage ga ik daarop wat nader in, zonder naar mijn bronnen te verwijzen (dat doe ik wel in mijn aanstaande boek).

In 1991 beweerde de prominente evolutiebioloog Ernst Mayr (1904-2005) in een van zijn geschriften dat ‘(…) there is probably no biologist left today who would question that all organisms now found on earth have descended from a single origin of life’. Dat was – en is in onze dagen nog steeds – zeker een overdrijving, al was het maar vanwege het feit dat creationisten en andere groepen die sceptisch zijn over de evolutietheorie ook zo hun biologen hebben. Het is desondanks opmerkelijk dat natuurwetenschappers in het algemeen en biologen in het bijzonder doorgaans diep overtuigd zijn van de gemeenschappelijke afstamming van al het leven op aarde.

Laten we theologie definiëren als fatsoenlijk nadenken over God en over alle dingen in het licht van God; of eventueel algemener: als nadenken over transcendentie en over hoe de dingen eruitzien in het perspectief daarvan. Met zo’n omschrijving bewegen we ons in het respectabele spoor van Thomas van Aquino (1225-1274) en vele anderen. Zulke theologie staat niet in dienst van iets anders (belangen van kerken bijvoorbeeld), maar is van intrinsieke betekenis, vanwege de vragen die ze bestudeert.

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst

Laatste reacties

  • Leuke verhalen Gilbert,   maar wat is er aan bewijsmateriaal van Jezus overgebleven uit de tijd toen ie nog leefde op aarde ?

    Heeft ie... 24-01-2020 07:20
  • @Lieven, dat hangt van de vorm en hoedanigheid af. Maar als het met een bacterie nog niet eens lukt, zie ik dat echt niet gebeuren, leven... 24-01-2020 02:03
  • Benedict,

    Wat je zegt 23-01-2020  12:49 lijkt mij voor zover ik kan beoordelen verstandige praat.

    Zelf weet ik vrij weinig van God( ik... 24-01-2020 00:30
  • En Egbert, als de mens dan toch ooit leven zouden kunnen maken, zouden de gelovigen dan een probleem hebben? 24-01-2020 00:17
  • @Lieven: Interessant linkje hieromtrent:... 23-01-2020 23:29
  • @Benedict; Inderdaad, dat lijkt me niet onaannemelijk. 23-01-2020 23:21