Godsgeloof: irrationeel of arationeel?

Godsgeloof: irrationeel of arationeel?
19 mrt
2016

Het is voor lezers van deze site geen nieuws dat geloof in God rationeel gezien een wat precaire status heeft. Mensen doen een beroep op godservaring om hun geloof te onderbouwen, maar de godloze verklaringen daarvoor liggen ook voor het oprapen.

Sommige filosofen beweren dat er goede argumenten voor Gods bestaan zijn, maar andere komen met tegenargumenten. Het valt niet mee om vast te stellen hoe de balans van redenen uitslaat. Daar komt bij dat Gods bestaan voor veel gelovigen een soort onaantastbare status lijkt te hebben: hun geloof erin lijkt immuun te zijn voor kritiek. Als ze een boek van Richard Dawkins lezen of een overtuigde atheïst diep in de ogen kijken, schorten ze hun geloof niet op, maar concluderen ze dat er wel iets mis moet zijn met de ideeën van hun gesprekspartners, zelfs als ze er niet direct de vinger op kunnen leggen.


Irrationeel geloof?

Op het eerste gezicht lijkt geloof in God zich dus te onttrekken aan de regels van rationaliteit. Daaruit kun je concluderen dat gelovige mensen niet voor rede vatbaar zijn: “De atheïst denkt gewoon beter na,” zoals Herman Philipse ooit schreef. Maar dat zou een vergissing zijn. De Schotse filosoof Duncan Pritchard presenteerde onlangs op een congres bij het Abraham Kuyper Centrum een interessante alternatieve kijk op dit ogenschijnlijk irrationele karakter van geloof in God.


Zekerheid en twijfel

In zijn postuum uitgegeven aantekeningen over zekerheid suggereert Ludwig Wittgenstein dat twijfelen niet zonder zekerheden kan: “If you tried to doubt everything you would not get as far as doubting anything. The game of doubting itself presupposes certainty” (§115). Om te kunnen werken, moet ons denken scharnierpunten hebben: uitgangspunten die we niet in twijfel kunnen trekken. Er bestaat een externe wereld; katten groeien niet aan de bomen; ik heb twee handen. Als je je probeert voor te stellen dat je zulke uitspraken echt betwijfelt, dan komt je hele denken op losse schroeven te staan en is er geen enkel houvast meer. Ons geloof erin is arationeel: we kunnen niet anders dan vertrouwen op deze dingen. Pas daarna kunnen we de rest van wat we zoal denken beoordelen op (on)redelijkheid.


Arationeel geloof

Volgens Pritchard geldt voor godsgeloof iets vergelijkbaars. Voor gelovigen is het bestaan van God een arationeel uitgangspunt dat behoort tot het kader waarbinnen andere opvattingen op hun rationaliteit beoordeeld kunnen worden. Vandaar dat een gelovige bij een atheïstisch argument zijn geloof niet opgeeft, maar besluit dat het wel niet zal deugen. Pritchard benadrukt dat dit nog niet betekent dat alle religieuze opvattingen meteen arationeel zijn. Binnen het kader waarin Gods bestaan een scharnierpunt is, kun je meer specifieke overtuigingen wel degelijk beoordelen op hun redelijkheid.

Dit lijkt een mooi compromis. Enerzijds doet Pritchards voorstel recht aan de ervaring dat godsgeloof ten diepste een kwestie van vertrouwen is en zich niet altijd iets lijkt aan te trekken van de regels van redelijkheid — het bestaan van God is immers een scharnierpunt in het denken van gelovigen. Maar anderzijds betekent dit nog niet dat religieuze opvattingen allemaal immuun zijn voor redelijke kritiek en helemaal niet rationeel geëvalueerd kunnen worden — binnen een theïstisch kader is ruimte voor kritiek en argumentatie.


Problemen

Toch kleven er ook problemen aan. Als het bestaan van God een scharnierpunt kan zijn voor gelovigen, dan zal het niet-bestaan van God dat ook kunnen zijn voor atheïsten. Omdat scharnierpunten per definitie arationeel zijn, hebben theïsten en atheïsten elkaar ten diepste niets meer te zeggen. Een redelijke uitwisseling van argumenten is zinloos. Het is zelfs een vergissing om te denken dat dat kan, want er valt niet te argumenteren voor of tegen arationele uitgangspunten.

Bovendien moeten we nu zeggen dat massa’s gelovigen en ongelovigen — inclusief natuurwetenschappers, filosofen en theologen — uit verleden en heden zich radicaal vergissen of verward zijn. Al die mensen die beweren dat hun geloof in het bestaan of niet-bestaan van God redelijk is, maken een fundamentele denkfout. Ze verwarren een scharnierpunt met een gewone overtuiging. Zowel het hele project van de natuurlijke theologie — het geven van redelijke argumenten voor Gods bestaan — als dat van de natuurlijke ‘atheologie’ — het geven van argumenten tegen Gods bestaan, berusten op een grote vergissing. Arationele scharnierpunten kun je niet beargumenteren.

Dit zijn mijns inziens behoorlijk onaantrekkelijke gevolgen. Arationeel godsgeloof is misschien beter dan irrationeel godsgeloof, maar ik denk dat een model waarin geloof in God ook voluit rationeel kan zijn plausibeler is.

Reacties mogelijk gemaakt door CComment

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst

Laatste reacties

  • Hallo Ronald,

    mooie reactie.

    Mijn 'ik ben geen dommerik' was een knipoog naar Gilbert. Die zegt zo vaak dat 'gelovigen niet dom zijn'. ... 19-06-2019 23:04
  • Ronald V. zei Naar deze reactie >>>
    Nee, Lieven, 

    je bent niet dom. Je ondervraagt op kritisch rationeel analytische wijze diverse religieuze theorieën, waaronder ook de... 19-06-2019 22:05
  • en 'Dawkins' zonder g ertussen. Sorry. 19-06-2019 21:50
  • Ja, sorry, een verspreking, komt door de klankgelijkenis met Richard Dawkings hé.

    Een zonnestelseltje met enkel zon aarde en maan was... 19-06-2019 21:48
  • Ronald V. zei Naar deze reactie >>>
    Aan Lieven 

    Het is Stephen Hawking. Maar dat doet niets af aan je bericht. 

    Zou God een klein universumpje kunnen scheppen met slechts... 19-06-2019 21:07
  • Ik wou nog melden dat wij op aarde dan de enige sukkels in het heelal zijn die hier even op stage moeten komen om onze hemel te verdienen en... 19-06-2019 20:47