Modaal-epistemisch Godsargument 2.0

Modaal-epistemisch Godsargument 2.0
08 mrt
2016

Op dit forum en elders is regelmatig het modaal-epistemisch argument voor het bestaan van God ter sprake gekomen. Het betreft een van de Godsargumenten die ik enkele jaren geleden ontwikkelde in het kader van mijn wijsgerig onderzoek naar klassieke en hedendaagse redelijke argumenten voor theïsme. Sinds ik dit argument bedacht en introduceerde hebben velen geprobeerd om het inhoudelijk te weerleggen.

Hoewel ik van mening ben dat geen van alle tot dusver ingebrachte tegenwerpingen succesvol is, hebben ze er wel toe geleid dat bijna alle aandacht uitging naar het analyseren en ontkrachten ervan. Nu er zich de laatste tijd geen nieuwe objecties meer aandienen die het overwegen waard zijn, kan langzaam maar zeker de aandacht verlegd worden naar het nadenken over manieren om het argument nog sterker te maken. In deze bijdrage geef ik daartoe een eerste aanzet.

 

Premissen van het Godsargument

Zoals regelmatig besproken, luidt de eerste premisse van het modaal-epistemisch argument als volgt: alles wat mogelijk waar is kan ook gekend worden. Al het mogelijk ware is anders gezegd kenbaar. Of nog preciezer uitgedrukt: voor iedere bewering die waar is in tenminste één mogelijke wereld, is er ook tenminste één mogelijke wereld (dezelfde wereld of een andere) waarin deze bewering waar is en bovendien geweten wordt dat ze waar is.

Samen met de tweede premisse van het argument, namelijk dat het onmogelijk is om te weten dat God niet bestaat, volgt dan logisch dat God bestaat. Want als God niet zou bestaan, dan zou de bewering 'God bestaat niet' waar zijn en dus eveneens mogelijk waar zijn. Alles wat het geval is, is immers uiteraard ook mogelijk. Maar dan zou op grond van de eerste premisse de bewering 'God bestaat niet' kenbaar zijn, wat in tegenspraak is met de tweede premisse. De tweede premisse stelt immers dat de bewering 'God bestaat niet' onkenbaar is.

 

Een aanscherping

Nu kunnen we ons afvragen of we de eerste premisse eigenlijk wel nodig hebben om de conclusie af te leiden dat God bestaat. Is de eerste premisse niet zwaarder dan nodig? Kunnen we met behoud van de conclusie dat God bestaat, de premisse dat al het mogelijk ware kenbaar is wellicht vervangen door een premisse die veel zuiniger, bescheidener en daarmee nog plausibeler is?

Welnu, dat kan inderdaad. We kunnen als eerste premisse iets kiezen wat veel spaarzamer is dan de huidige eerste premisse. Mijn voorstel is als volgt: voor iedere bewering die waar is in tenminste één mogelijke wereld waarin zich actoren bevinden die over kennis beschikken, is er ook tenminste één mogelijke wereld (dezelfde wereld of een andere) waarin deze bewering waar is en bovendien geweten wordt dat ze waar is.

Deze nieuwe eerste premisse is een stuk zuiniger dan de originele eerste premisse. Er wordt immers niet langer geëist dat alles wat waar is in wat voor een mogelijke wereld dan ook kenbaar is. Er wordt alléén nog maar geëist dat alles wat waar is in een mogelijke wereld met daarin kennende actoren kenbaar is. En dat is een minder vergaande, bescheidenere en dus nog plausibelere premisse.

 

Kennende actoren

De onderliggende gedachte is kortgezegd dat we de stap van het bestaan van een mogelijke wereld waarin iets waar is naar het bestaan van een mogelijke wereld waarin die waarheid ook gekend wordt met nog meer vertrouwen kunnen maken als er zich al kennende actoren bevinden in de eerste mogelijke wereld. Die mogelijke wereld heeft dan namelijk al een bepaalde affiniteit met kennis en kenbaarheid.

Uit deze spaarzamere, nieuwe eerste premisse volgt samen met de ongewijzigde tweede premisse nog altijd logisch dat God bestaat. Want als God niet zou bestaan, dan zou de bewering 'God bestaat niet' waar zijn in onze wereld. Nu is onze wereld een wereld met kennende actoren. Wij bestaan immers en wij zijn als mensen ontegenzeggelijk kennende actoren! Kortom, de bewering 'God bestaat niet' zou dan waar zijn in een mogelijke wereld met kennende actoren. Uit de zuinigere eerste premisse volgt dan opnieuw dat de bewering 'God bestaat niet' kenbaar zou zijn, wat wederom in tegenspraak is met de tweede premisse. Die zegt immers dat de bewering 'God bestaat niet' onkenbaar is. Kortom, God bestaat.

 

Slotsom

Zo krijgen we dus een modaal-epistemisch argument voor het bestaan van God waarvan de eerste premisse nog plausibeler is dan de eerste premisse van de oorspronkelijke versie van het argument. We krijgen met andere woorden een nog sterkere versie van het modaal-epistemisch argument. Voor de aardigheid zouden we deze krachtigere versie modaal-epistemisch argument 2.0 kunnen noemen.

De geschetste aanscherping van het genoemde argument laat zien dat en hoe het argument nog verder versterkt kan worden. Suggesties voor andere nadere aanscherpingen van de eerste of eventueel tweede premisse zijn uiteraard van harte welkom. Ik ben benieuwd.

Reacties mogelijk gemaakt door CComment

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst

Laatste reacties

  • Ronald V. zei Naar deze reactie >>>
    GODVERREDOMME

    GODVERREDOMME

    GODVERREDOMME

    LIEVEN, STOP MET HET KEUVELEN MET DIE SMEERLAP, DIE GROSSIERT IN BEDREIGINGEN< DOODSWENSEN,... 21-08-2019 01:15
  • Hallo Wim, ik zeg niet dat geloven in een leven na de dood een 'waan' is, want ik weet het niet oh het bestaat. Als het bestaat dan is het... 20-08-2019 22:36
  • Wim de Rooij, Eindhoven zei Naar deze reactie >>>
    Hallo Lieven.

    ik lees in je laatste bijdrage dat ook jij denkt dat het geloven in een leven na de dood een waan is. Vergis ik me?

    Ook al... 20-08-2019 22:05
  • Wim de Rooij, Eindhoven zei Naar deze reactie >>>
    Hallo Gilbert Knuyt.

    Dat bedoel ik met er is geen schijntje van bewijs. Je toont aan dat ik gelijk heb.

    Dat men lang dacht dat er leven na... 20-08-2019 21:48
  • Het punt betrof nu juist de inhoud hé:)

      20-08-2019 18:12
  • Wim, ik denk dat wezens die het bewustzijn en de gedachte kunnen vormen dat ze sterfelijk zijn tot de hoopvolle gedachte aan een leven na de... 20-08-2019 17:18