De vijfde weg in pauselijke encycliek Laudato si

De vijfde weg in pauselijke encycliek Laudato si
17 juli
2015

Je kon er niet aan ontsnappen, als je de sociale media een beetje volgde: paus Franciscus publiceerde een encycliek. 'Laudato si' werd op voorhand al druk becommentarieerd. Ik kan mij vergissen, maar volgens mij was het de eerste keer in de kerkgeschiedenis dat een groep Amerikaanse katholieken openlijk in Rome ging lobbyen om de paus ervoor te behoeden teveel naar wetenschappers te luisteren. En het is zeker de eerste maal dat de tekst van een encycliek, ondanks alle afspraken met de pers, vooraf uitlekte.

Sensatie genoeg dus, en er is intussen op het internet al meer dan voldoende aan commentaren te vinden. Er is dan ook heel wat lezenswaard te vinden in de encycliek, ook voor niet-katholieken, tot wie het pauselijk schrijven ook uitdrukkelijk gericht is. In dit opiniestuk wil ik focussen op wat me, in het kader van de relatie tussen wetenschap en geloof, het meeste trof, met name hoe de paus deze relatie blijkbaar ziet.

Geloof en wetenschap klassiek gedacht

Klassiek worden er in de literatuur vier grote types van relatie tussen geloof en wetenschap gezien. De Amerikaanse theoloog Ian Barbour omschreef ze als eerste in een invloedrijk werk. Hoewel er ook wel kritiek en alternatieven op zijn benadering werden geformuleerd, blijft zijn typologie voor velen als referentiepunt gelden. Barbour onderscheidt 1) conflict, waarbij geloof en wetenschap met elkaar conflicterende waarheidsuitspraken doen, 2) onafhankelijkheid, waarbij geloof en wetenschap niets met elkaar te maken hebben omdat ze over verschillende aspecten van de werkelijkheid spreken, 3) dialoog, waarbij wetenschap en geloof raakpunten met elkaar zoeken, en 4) integratie, waarbij wetenschap en geloof samen in één synthese opgaan.


De houding van de Rooms-katholieke kerk is lange tijd gekenmerkt geweest door een soort integratie- of harmoniemodel, waarbij werd verondersteld dat de natuur ons evenzeer God openbaart als de Bijbel, en de studie van de natuur door middel van de menselijke rede nooit in tegenspraak kon zijn met de geloofswaarheden zoals ze in de traditie werden bewaard en doorgegeven, omdat de menselijke rede uiteindelijk ondergeschikt is aan de genade van het geloof. Je vindt daar sporen van terug in de encycliek. Lees bijvoorbeeld de verwijzingen naar de katholieke heiligen Franciscus en Bonaventura, respectievelijk in nr. 12 en 239 uit de encycliek.

Geloof en wetenschap samen rond gedeelde zorg

Maar de verhouding tussen wetenschap en geloof wordt in de encycliek toch vooral op een andere manier gezien, die niet als dusdanig door Barbour werd omschreven. Opmerkelijk genoeg wordt ze, haast in het voorbijgaan, wel aangegeven door Elisabeth Johnson in haar recente book Ask the Beasts. Zij geeft weliswaar eerst, klassiek, het overzicht van Barbour, maar vervolgt dan met een vijfde manier om wetenschap en geloof met elkaar in relatie te brengen. Beide gebieden kunnen elkaar vinden in een gedeelde zorg, in concrete samenwerking (‘practical cooperation’, Ask the Beasts, p. 11). Het lijkt me dat dit de juiste leessleutel biedt om te analyseren hoe de paus geloof en wetenschap samenbrengt. De encycliek is namelijk opgebouwd als een samenspel van deze twee gebieden rond de gedeelde zorg over de ecologische toestand van onze planeet.

In de inleiding wordt verwezen naar vroegere oproepen van religieuze figuren tot zorg om de schepping. Vervolgens wordt in het eerste hoofdstuk uitvoerig besproken wat de wetenschap ons leert over de huidige toestand van de schepping. In het tweede deel komt een bespreking van christelijke scheppingstheologie aan bod. In het derde, vierde en vijfde hoofdstuk wordt uiteengezet waarom een integrale ecologie nodig is en wat dergelijke ecologie inhoudt. Afsluitend wordt de uitgebreide reflectie van de encycliek in het kader van christelijke scheppingsspiritualiteit gebracht. Het is in die zin tekenend dat de encycliek eindigt met twee gebeden.

Wetenschap en geloof samendenken: actiecentrum of oase?

De opbouw van de encycliek is hier erg belangrijk, want wetenschap en geloof samenbrengen rond gedeelde zorg houdt risico’s in. Om dat helder in beeld te krijgen, moeten we even een zijsprongetje maken naar het werk van pedagoog Wim ter Horst, dat in Vlaanderen een belangrijk element is gaan vormen voor het denken rond institutionele katholieke identiteit. Ter Horst onderzocht de spanning tussen identiteit en diversiteit in levensbeschouwelijk onderwijs. Daarbij stelde hij een matrix op van vier verschillende houdingen die een school die vanuit een levensbeschouwelijke inspiratie is georganiseerd kan aannemen ten aanzien van de diversiteit in de samenleving.

Eén van deze types is dat van het actiecentrum. Daarbij stellen de teamleden van een school de zorg voor de ander centraal, maar verwijzen ze daarbij niet altijd even expliciet naar de bron die hen hiertoe inspireert. Want, wordt er in dit type school gevreesd, dergelijke verwijzing is storend voor wie die inspiratiebron niet deelt en daardoor een hinderpaal voor het samenleven van mensen met verschillende levensbeschouwingen. Wat er dan kan gebeuren, stelt ter Horst, is dat die inspiratiebron op de achtergrond raakt en op de duur zelfs vergeten wordt.

Wie begin en einde uit de encycliek licht, schrapt dus ook de meest expliciete verwijzingen naar de inspiratiebronnen ervan. Nochtans is de opbouw van de tekst duidelijk: startend van basiselementen uit christelijk scheppingsgeloof wordt gereflecteerd op de wetenschappelijke studie van onze huidige situatie, om deze op te nemen in een diepe spiritualiteit. Niet voor niets spreekt de paus over een ‘ecologische bekering’ ('Laudato si', p. 157-162). Daarmee wordt duidelijk dat de paus van de Kerk geen actiecentrum wil maken, maar wel een oase. Een oase is, in Ter Horsts matrix, een organisatie die heel duidelijk vanuit haar eigen inspiratiebronnen vertrekt, maar niet om zich op zichzelf terug te plooien. Integendeel, een oase-organisatie gaat juist heel open de dialoog aan met wie die inspiratiebronnen niet deelt, om van elkaar te leren, om met elkaar zorgen te delen en om samen te werken aan een wereld die beter is - in christelijke termen: aan het Rijk Gods.

De diepe spiritualiteit van wetenschap en geloof

Er is nog veel meer te zeggen over deze encycliek. Maar het meest opmerkelijk, voor wie geboeid is door de relatie tussen wetenschap en geloof, is misschien toch dat de tekst de verhouding tussen wetenschap en religie niet in termen van conflict of dialoog ziet, en ook niet als een zaak van apologetiek. ‘Laudato si’ ziet de verhouding tussen wetenschap en geloof vooral als een kwestie van gedeelde, concrete zorg om het leven op onze planeet, een die vanuit gelovig perspectief is ingebed in een diepe spiritualiteit. 

Beeld: Wikipedia

Reacties mogelijk gemaakt door CComment

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst

Laatste reacties

  • Ronald V. zei Naar deze reactie >>>
    En voor alle duidelijkheid, 

    ik blijf de schoft Egbert in de gaten houden. 

    GODVERREDOMME

    Ik laat me niet meer bedreigen, ik laat niet... 07-12-2019 08:41
  • @Edward: Zo staat het ook in de link vermeld.

    Quote: "Naast de ontologische argumenten voor het bestaan van God, zijn er nog vele andere,... 07-12-2019 00:42
  • Edward Apcar zei Naar deze reactie >>>
    Egbert,

    “je zou hoogstens plausibel proberen te kunnen maken dat God bestaat”.
    Datis precies wat ze doen. Ben ik met je eens.
    Ik heb... 07-12-2019 00:03
  • Ronald V. zei Naar deze reactie >>>
    Overigens, Egbert, 

    je blijft gewaarschuwd. Godverdomme, vuile sociopaat. 

    Jij hebt mij bedreigd, je verspreidt lasters over mij, je jat... 07-12-2019 00:02
  • @Edward, dat wordt later ook in het artikel ontkracht, je zou hoogstens plausibel proberen te kunnen maken dat God bestaat. 06-12-2019 23:08
  • Edward Apcar zei Naar deze reactie >>>
    Egbert,
    Zoals Ronald in zijn post van. 06-12-2019 15:22 al stelt: “Het godsbewijs van de logicus Gödel klopt als je de premisses... 06-12-2019 21:56