'Hier wijst de taal ons zelf de weg.' Contra fysicalisme

'Hier wijst de taal ons zelf de weg.' Contra fysicalisme
04 juli
2015

“Determinatio negatio est”, stelde Spinoza in zijn brief aan Jarig Jelles van 2 juni 1674. Hij lijkt te stellen dat alles wat bestaat (positief gedetermineerd of bepaald is) voor zijn bestaan steeds ook het bestaan van zijn tegengestelde (negatie) vereist. Zo opgevat is genoemde stelling een uitdrukking van de intuïtie dat al het bestaande een contrast benodigd: geen licht zonder donker, geen lichtheid zonder zwaarte. Het is ook de voorafschaduwing van Hegels latere dialectische methode waarbij elk ding altijd al naar het bestaan van zijn tegendeel verwijst.

Uit bovenstaande stelling volgt inderdaad dat niets bestaat zonder zijn tegendeel. Er is geen materie zonder geest, geen fysisch ding zonder iets niet fysisch, en niets natuurlijks zonder iets wat buiten de natuur valt. De wereld bevat dus naast materiële, fysische en natuurlijke entiteiten ook immateriële, niet-fysische en bovennatuurlijke entiteiten. Dit gaat uiteraard in tegen alle materialistische, fysicalistische en naturalistische wereldbeelden. Maar is genoemde stelling verdedigbaar?

Filosofisch argument

Dat is inderdaad het geval. Onlangs ontwikkelde ik een filosofisch argument voor de bewering dat alle positieve universele eigenschappen in de wereld noodzakelijk universeel zijn, dat wil zeggen universeel in alle mogelijke werelden. Nu is een eigenschap universeel indien alles wat bestaat die eigenschap heeft. Voorbeelden van positieve eigenschappen zijn ‘is materieel’ en ‘is rood’. Een eigenschap als ‘is niet rond’ is echter niet positief. Welnu, als mijn argument klopt, dan volgt daaruit dat er inderdaad ook immateriële, niet-fysische en bovennatuurlijke entiteiten bestaan. Dit laat ik hieronder eerst zien voordat ik genoemd filosofisch argument zelf uiteenzet.

Stel dat er géén immateriële entiteiten bestaan. In dat geval is alles materieel. De eigenschap ‘is materieel’ is dan dus universeel. Op grond van bovengenoemd argument is deze eigenschap dan ook noodzakelijk universeel. Maar dat is onhoudbaar omdat het bestaan van een immateriële entiteit niet onmogelijk lijkt. Zelfs als er in onze wereld geen immateriële entiteiten bestaan, is het bestaan ervan immers op zijn minst mogelijk. We stuiten dus op een tegenspraak. En daarom moeten we de aanname dat er geen immateriële entiteiten bestaan verwerpen. Er bestaan dus wel degelijk immateriële entiteiten. Het bestaan van niet-fysische en bovennatuurlijke entiteiten volgt net zo. En er volgt nog veel meer. Zo zijn eigenschappen als ‘is contingent’ en ‘is veroorzaakt’ ook positief en redelijkerwijs niet noodzakelijk universeel. Er moeten dan dus om dezelfde reden als hiervoor ook niet-contingente (noodzakelijk bestaande) en onveroorzaakte entiteiten bestaan.

Betekenis van taaluitdrukkingen

Maar hoe gaat nu mijn argument? Hoe beargumenteer ik dat positieve universele eigenschappen in onze wereld noodzakelijk universeel zijn? Het argument bestaat uit twee premissen. De eerste premisse stelt dat het noodzakelijk waar is dat er geen dingen bestaan die niet bestaan. En dit is triviaal. De tweede premisse gaat over de betekenis van taaluitdrukkingen. Het idee is als volgt. Iedere taaluitdrukking heeft een betekenis en een referentie. Hierbij legt de betekenis steeds de referentie vast. Zo bepaalt de betekenis van de uitdrukking ‘president van Amerika’ dat Barak Obama de referentie ervan is. Betekenissen van taaluitdrukkingen kunnen verder eenvoudig of juist complex zijn. Complexe betekenissen bestaan uit zogenaamde betekeniselementen. De betekenis van ‘president van Amerika’ heeft bijvoorbeeld de betekenis van ‘president’ en de betekenis van ‘Amerika’ als betekeniselementen. En de betekeniselementen van de betekenis van ‘eenhoorn’ zijn ‘paard’, ‘hoorn’ en ‘voorhoofd’. Die van ‘vrijgezel’ zijn ‘man’ en ‘ongetrouwd’.

Referentieverzameling

Er is nog één definitie nodig voordat ik mijn tweede premisse kan noemen. Het gaat om het begrip referentieverzameling. De referentieverzameling van een eenvoudige betekenis is gelijk aan de door die betekenis vastgelegde referentie. Zo is de referentieverzameling van de betekenis van ‘Barack Obama’ gelijk aan de referentie van deze betekenis en dus ‘Barack Obama’. Evenzo is de referentieverzameling van de betekenis van ‘rood’ de referentie van de betekenis van ‘rood’ en dus de verzameling van alle rode dingen.

De referentieverzameling van een complexe betekenis wordt daarentegen verkregen door de referentieverzamelingen van de betekeniselementen van die betekenis samen te voegen. De referentieverzameling van de betekenis van ‘president van Amerika’ is dus de verzameling van alle presidenten en het land Amerika. En de referentieverzameling van de betekenis van ‘eenhoorn’ is de verzameling van alle paarden, voorhoofden en hoorns. Hier zit dus ook het voorhoofd van jou en mij bij. En hoorns waarop je kunt blazen. De referentieverzameling mag voor complexe betekenissen dan ook nimmer verward worden met de door deze betekenissen vastgelegde referentie. Zo is de referentie van ‘eenhoorn’ de verzameling van alle eenhoorns. En dat is inderdaad iets heel anders dan de verzameling van alle paarden, voorhoofden en hoorns.

De tweede premisse stelt dat twee betekenissen gelijk zijn indien hun referentieverzamelingen gelijk zijn. Ik zal dit met twee voorbeelden illustreren. Neem de uitdrukkingen ‘morgenster’ en ‘avondster’. De referentieverzameling van de betekenis van ‘morgenster’ is de verzameling van alle morgens en alle sterren. De referentieverzameling van de betekenis van ‘avondster’ is de verzameling van alle avonden en alle sterren. Deze verzamelingen zijn in tegenstelling tot de referenties van beide betekenissen (de planeet Venus) ongelijk. En dat is maar goed ook, want beide betekenissen zijn evenmin gelijk. Dit voorbeeld bevestigt dus de tweede premisse. Of neem ‘Barack Obama’ en ‘president van Amerika’. De betekenissen van beide uitdrukkingen zijn niet gelijk. Dit bevestigt ook de tweede premisse. De referentieverzameling van de betekenis van ‘Barack Obama’ (Barack Obama) verschilt immers keurig van de referentieverzameling van de betekenis van ‘president van Amerika’ (alle presidenten en het land Amerika). De tweede premisse wordt door vele voorbeelden bevestigd. Een tegenvoorbeeld kwam ik nog niet tegen.

Conclusie

Uit beide premissen volgt de conclusie van mijn argument, namelijk dat alle positieve universele eigenschappen noodzakelijk universeel zijn. Hoe? Neem een willekeurige positieve universele eigenschap, zeg P. Precies omdat P universeel is, is de referentieverzameling van de betekenis van P alles wat bestaat. Neem nu de eigenschap ‘bestaan’. De referentieverzameling van de betekenis van ‘bestaan’ is uiteraard ook alles wat bestaat. De referentieverzamelingen van de betekenissen van P en ‘bestaan’ zijn dus gelijk. Maar dan is de betekenis van P volgens de tweede premisse gelijk aan de betekenis van ‘bestaan’. P betekent bestaan! En omdat volgens de eerste premisse het noodzakelijk waar is dat er geen dingen bestaan die niet bestaan, moet P noodzakelijk universeel zijn. Nu was P een willekeurig gekozen positief universele eigenschap. Zo volgt de conclusie dat alle positieve universele eigenschappen noodzakelijk universeel zijn.

Zoals ik aan het begin liet zien, volgt uit deze conclusie dat er naast materiële ook immateriële, naast fysische ook niet-fysische en naast natuurlijke ook bovennatuurlijke dingen bestaan. Een wereldbeeld volgens welke alles materieel, fysisch, of natuurlijk is, faalt dus. Nu is mijn argument (naast de triviale premisse dat er geen dingen bestaan die niet bestaan) volledig gebaseerd op een premisse over taal. Het is dan ook de taal zelf die ons hier de weg wijst.

Beeld: Kalligrafie van Johann Hering, 17e eeuw - PaulK/Flickr

Reacties mogelijk gemaakt door CComment

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst

Laatste reacties

  • @Bert: [Fysisch gezien is het een krachtenspel waarin het uitsluitingsprincipe van Pauli de sleutelrol speelt.

    Zo moet je de uitspraak van... 19-02-2019 14:38
  • Bert,

    dit is voor mij maar een zwak antwoord en gaat niet naar de essentie van wat ik schreef.
    [Ik ga ervan uit dat gevoel in de algemeen menselijke betekenis van het woord gebaseerd is op het gevoel van een atoom in de fysische betekenis.] dit is een heel wazige uitspraak.
    Je... 19-02-2019 14:17
  • Bert Morriën zei Naar deze reactie >>>
    Ronald V.,

    Begrip is volgens mij het vermogen om iets correct te kunnen voorspellen maar daar had ik het niet over. 19-02-2019 13:14
  • Bert Morriën zei Naar deze reactie >>>
    Lieven,

    Ik ga ervan uit dat gevoel in de algemeen menselijke betekenis van het woord gebaseerd is op het gevoel van een atoom in de... 19-02-2019 13:11
  • Ed Vaessen zei Naar deze reactie >>>
    “ik zal de link nog eens verstrekken, dan kun je hem zelf eens grondig doorlezen en je eigen conclusies trekken.”

    Een link is geschikt... 19-02-2019 11:48
  • Ronald V. zei Naar deze reactie >>>
    Atomen hebben geen begrip want ze hebben geen begrippen. Wij hebben wel begrip omdat wij allerlei begrippen, concepten, hebben, al af niet... 19-02-2019 11:15