Overspannen waakzaamheid

Overspannen waakzaamheid
29 mei
2015

Een welbekende verklaring van religie gaat als volgt. Het brein bestaat uit veel modules. Elke module is een zelfstandige eenheid met een eigen, kenmerkende functie.[1] Zo hebben we een module om de nabijheid van mensen en dieren op te merken. Dit is een belangrijke functie, want hoe eerder we ontdekken dat we belaagd worden, hoe sneller we kunnen reageren.

Deze module is nu in de loop der tijd zeer ‘waakzaam’ geworden. Zó waakzaam zelfs dat we te pas en te onpas de aanwezigheid van ‘menselijke wezens’ bespeuren, ook als er feitelijk niemand in de buurt is. Zo ontstaat allengs de illusie dat wij voortdurend omgeven zijn door al dan niet zichtbare wezens. Deze overspannen waakzaamheid wordt beschouwd als de voedingsbodem voor het geloof in God en goden.

Vergelijk het met Parijs na de aanslagen: omdat er op elke straathoek agenten staan, en heel de stad waakzaam is, word je voortdurend herinnerd aan gevaarlijke terroristen. In die omstandigheden duurt het niet lang voordat je in elke buitenlandse mevrouw of meneer een terrorist herkent, zoals een Parijzenaar opbiechtte aan een journalist. Zo kweek je de illusie dat alle buitenlanders kwaadwillend zijn.

Vanzelfsprekend

Persoonlijk ben ik niet zo verrukt van de gedachte dat het geloof in God ‘wetenschappelijk’ moet worden verklaard. Het lijkt mij overdreven om een ‘objectieve houding’ ten aanzien van mensen in te nemen. Ik vind het heel vanzelfsprekend dat mensen in God geloven. Het bestaan van de mens is, zoals iedereen vroeg of laat ondervinden moet, verdrietig, misschien zelfs onaangenaam, en in ieder geval eindig en uitzichtloos.

Een mens is echter geen stom rund. Zet hem in een gevangenis en het eerste wat hij zich afvraagt is of hij ontsnappen kan; maak een mens duidelijk dat het leven ‘bruut, naar en eindig’ is en vanzelfsprekend kijkt hij omhoog op zoek naar heil en troost in het bovennatuurlijke domein.

Wie de beweegredenen van de mens begrijpt, weet ook waarom hij er toe neigt om in God te geloven. Religie is een kwestie van leven en dood; als er zoveel (alles!) op het spel staat, wie maalt er dan om de dagwaarde van de huidige wetenschappelijke inzichten? Als ik het heil niet vinden kan in deze natuurlijke wereld, dan spijt me dat voor de natuurlijke wereld. De mens is té intelligent om zich te laten kooien. Alleen als het bestaan van een bovennatuurlijke werkelijkheid absoluut onmogelijk is zal ik mijn geloof opgeven, anders niet.

Kritiek

We hoeven de evolutionair-psychologische verklaring overigens niet voetstoots te accepteren.[2] Om te beginnen is het beslist geen uitgemaakte zaak dat het brein modulair is. Anders gezegd, het is niet duidelijk dat het brein een bundel is van honderden min of meer zelfstandig werkende eenheden. De vraag welke bouw het brein heeft, is vooralsnog onderwerp van twist en onderzoek. Er zijn drie modellen: het brein is als een computer met een centrale processor, het brein is een bundel modulen of het brein is als een netwerk.

Zelfstandig

De evolutionair psychologen behandelen modules als zelfstandige eenheden. Elke module kan ons daarom het hoofd op hol brengen (merk op: feitelijk berust de verklaring voor het geloof in God op deze eigenschap van het model).[3] Er is nauwelijks sprake van een ‘centraal bestuur’ dat aan een overspannen, al te waakzame module het zwijgen kan opleggen. Het is als bij een patiënt met spastische ledematen: de arm onttrekt zich aan het centraal bestuur en maalt wat in het rond.

In het dagelijkse leven blijkt echter dat ons brein dermate wendbaar en flexibel is dat het zich achtereenvolgens op uiteenlopende taken kan richten. Het is zelfs mogelijk dat we onze aandacht zo sterk richten op een bepaalde taak dat we een enorme gorilla over het hoofd zien! En als ik aandachtig werk heb ik helemaal geen hinder van waakzame modules.

Klaarblijkelijk kunnen wij zulke waakzame modules gemakkelijk het zwijgen opleggen. Gelukkig maar. Het punt is dat waakzame, overspannen modules het vrijwel onmogelijk zouden maken voor het brein om uiteenlopende taken met de nodige aandacht uit te voeren. Zoals het spierstelsel, geordend in buigers en strekkers, nauwkeurig dient te worden georkestreerd om een bepaalde taak naar behoren te verrichten (bijvoorbeeld het gras maaien), zo dienen ook alle functies van het brein met elkaar in de pas te lopen om een bepaalde taak naar behoren te verrichten. Zelfstandige (laat staan overspannen) modules verstoren de eenheid en samenhang in het brein.[4]

 

Honger

Voorts is er een wildgroei aan modules. We zouden voor elke belangrijke vaardigheid moeten beschikken over een module. Zoals vroeger werd gedacht dat we voor elke vaardigheid een specifiek gen hebben, zo geloven evolutionair psychologen dat we voor elke belangrijke vaardigheid een module hebben.

Maar welke vaardigheid stop je nu precies in een ‘hokje’? Aan welke vaardigheid van de mens ligt een zelfstandige module ten grondslag? Wie honger heeft is ontzettend vaardig in het onderscheiden van eetbare goederen. Voor de hongerige is zelfs de broekriem een lekkernij; en het lichaam van de buurvrouw, eerst nog een lustobject, verandert voor het geestesoog van de hongerige gaandeweg in smakelijk gebraad. Betekent deze vaardigheid nu dat wij beschikken over een hongermodule? Volgt uit het feit dat wij de nabijheid van mensen kunnen opmerken dat er een module is voor deze vaardigheid (nota bene een module die ‘overspannen’ werd)?

Slotsom

 

Ik denk niet dat mijn geloof in God berust op de werking van een specifiek gen of op de werking van een (overspannen) module. Het enige wat zulke verklaringen wellicht geloofwaardig maakt is de overspannen verwachtingen die mensen van wetenschap hebben. Het geloof in God is eerder een existentiële noodzaak, een overtuiging die we bewust aanhangen om de moeilijkheden van het bestaan het hoofd te bieden. In die zin is het geloof een geschenk van de goden en te rangschikken onder de kunsten: het is een edel middel dat de mens ter beschikking staat om het leven zin en inhoud te geven.



Noten:
[1] Wetenschappers die dit model gebruiken om het geloof te verklaren zijn o.a. Pascal Boyer, Justin Barrett, Scott Atran.
[2] Opmerkelijk is bijvoorbeeld dat Jerry Fodor, die het concept van de module heeft bedacht en uitgewerkt, het modulaire model van de hand wijst.
[3] In feite staat of valt de verklaring voor ons geloof in God met de vraag of het model op zich kan worden verdedigd. Het opmerkelijke is nu dat dit aspect onbesproken blijft in de meeste overzichtswerken. Wie het brein beschouwt als een netwerk heeft bijvoorbeeld geen ‘last’ van overspannen modules die met je ‘gezonde verstand’ op de loop gaan.
[4] Het is daarom verstandiger om het brein te beschouwen als een netwerk en niet als een bundel modules. Zie bijvoorbeeld de kritiek die Patricia Churchland onlangs had op de gedachte dat het brein uit modulen bestaat (te vinden in de uiterst onderhoudende bundel van Brockman, J, ‘This Idea Must Die’ (ook vertaald in het Nederlands)).

Beeld: Deviantart

Reacties mogelijk gemaakt door CComment

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst

Laatste reacties

  • Bert Morriën zei Naar deze reactie >>>
    Egbert, klagen op @BommenEnGranaten  twitter.com/BommenG/ 22-03-2019 19:59
  • @Bert, 

    Het was hier even gezellig Bert tot Ronald het blijkbaar nodig vond om met zijn onnozele reactie over jagers en verzamelaars de... 22-03-2019 19:46
  • Ronald,
    Precies!
    En als et wel een eerste.oorzaak is van alles wat een begin heeft dan is de conclusie dat dat God is niet geldig. want die... 22-03-2019 19:10
  • Ronald V. zei Naar deze reactie >>>
    Nou, Jac, 

    als God de eerste oorzaak is maar als er geen eerste oorzaak is, dan is er natuurlijk ook geen God. 

    RV  22-03-2019 18:32
  • Maar nog steeds actueel, verdiep je nu eens wat meer in de neurologie. 22-03-2019 18:28
  • Ronald V. zei Naar deze reactie >>>
    Aan Bert 

    Om te jagen heb je best wel analytische vermogens nodig. Misschien was de homo sapiens in den beginne zelfs iets analytischer... 22-03-2019 18:28