Geloof en wetenschap: harmonie in plaats van conflict

Geloof en wetenschap: harmonie in plaats van conflict
05 sept
2013

Onlangs vond er op de VU een 'Summer Seminar' plaats over wetenschap en de grote vragen, georganiseerd door het Abraham Kuyper Center. Daar ging Emanuel Rutten in debat met o.a. Patricia Churchland over de vraag of wetenschap en geloof in God met elkaar in conflict zijn. Een uitgebreidere en in het Nederlands vertaalde versie van Ruttens bijdrage is hier te lezen.

 

 

De gedachte dat er een conflict bestaat tussen geloof en wetenschap is een laatmoderne mythe, zorgvuldig gecultiveerd door hen die graag de suggestie wekken dat geloof in God irrationeel is. Geen enkel wetenschappelijk resultaat is namelijk in strijd met de overtuiging dat God bestaat en de wereld schiep. Hetzelfde geldt voor alle overige kernovertuigingen van bijvoorbeeld het christendom. En dan hebben we het natuurlijk niet over kwesties die niet wezenlijk zijn voor het christendom, zoals de leeftijd van de aarde, of het al dan niet stilstaan ervan.

 

Zo is het niet lastig om te laten zien dat de ontwikkelingen in de moderne hersenwetenschappen, in tegenstelling tot wat in veel populaire media beweerd wordt, helemaal niet impliceren dat de vrije wil niet bestaat, of dat bewustzijn niet zonder materieel substraat zou kunnen voorkomen.

 

Maar het geloof in wonderen dan? Is het superwonder van het christendom, de opstanding van Jezus van Nazareth, niet rechtstreeks in strijd met de wetenschap? Nee, ook dit is niet het geval. Het is immers redelijk om te veronderstellen dat God, als God bestaat, kan ingrijpen in de schepping. God hoeft hiervoor geen natuurwetten te doorbreken. De natuurwetten geven aan hoe de kosmos zich gedraagt zolang God niet ingrijpt, en kunnen daarom Gods ingrijpen in de kosmos niet uitsluiten. Geloof in de opstanding is dus geenszins in strijd met de fysica.

 

Dat God in de fysica geen rol speelt is bovendien precies wat een theïst verwacht. De natuurwetenschap gaat immers over de immanente werking van de kosmos en niet over de buitenkosmische schepper ervan. De natuurwetten verwijzen zelf dus inderdaad niet naar God, zoals Thomas van Aquino ons in de 13e eeuw al wist te vertellen.

 

Veel van de grootste wetenschappers aller tijden zagen dan ook geen conflict tussen de wetenschap en hun geloof in God. Denk in dit verband alleen al aan Kepler, Leibniz, Newton, Faraday, Maxwell, Mendel, Planck en Heisenberg. De lijst van gelovige wetenschappers is lang, heel lang.

 

Conflict of harmonie

Nu zou tegengeworpen kunnen worden dat geloof en wetenschap alsnog met elkaar in conflict zijn omdat het irrationeel is om uitspraken over de aard van de werkelijkheid te geloven die niet door wetenschappelijk onderzoek bevestigd zijn. De onderliggende veronderstelling is blijkbaar dat alleen wetenschap een legitieme bron van uitspraken over de werkelijkheid is. Deze aanname wordt veelal sciëntisme genoemd. Sciëntisme is echter zelf geen resultaat van wetenschappelijk onderzoek. Wie dus sciëntisme aanneemt, heeft een goede reden om sciëntisme direct weer te verwerpen.

 

Er is zelfs een diepe harmonie tussen wetenschap en Godsgeloof. Zo zijn veel rationele argumenten voor het bestaan van een persoonlijke schepper deels gebaseerd op premissen die juist ontleend zijn aan wetenschap. Denk bijvoorbeeld aan het bestaan van universele en stabiele natuurwetten, het inzicht dat de kosmos een absoluut begin heeft gehad, de opmerkelijke elegantie en effectiviteit van wiskunde als beschrijvingstaal van het universum, en de opvallende fine-tuning van de kosmos. Bovendien maken veel Godsargumenten gebruik van allerlei moderne ontwikkelingen in de modale logica en formele merelogie. Als het gaat om het rationeel argumenteren voor het bestaan van God, is de wetenschap dus een vriend en geen tegenstander. Dankzij de wetenschap is de rationele casus voor het bestaan van God tegenwoordig sterker dan ooit. Het zal waarschijnlijk nog wel even duren voordat dit besef ook in Nederland doordringt, dat zoals vaker ook op dit thema achterloopt bij ontwikkelingen in het buitenland, en dan vooral de VS.

 

Evolutie

Maar we kunnen toch niet volhouden dat de evolutietheorie harmonieert met het theïsme, zal men misschien willen tegenwerpen? Ook dit berust op een misverstand. In de eerste plaats is evolutie compatibel met theïsme. God kan immers worden begrepen als de oorsprong van het proces van natuurlijke evolutie als zodanig. God is de schepper van een zich evoluerende kosmos. Hier treedt geen enkele logische tegenspraak op.

 

In de tweede plaats treffen we overal in de natuur doelgerichtheid aan. Daar waar deze doelgerichtheid kan worden verklaard door mentale veroorzaking van een bewuste intentionele actor, is er weinig aan de hand. Maar hoe dienen we het optreden van doelgerichtheid te verklaren wanneer er helemaal geen sprake lijkt te zijn van zo'n actor, zoals bijvoorbeeld in het geval van een mier die werkt, een bloem die bloeit of een boom die groeit? Hier schiet de evolutietheorie ons te hulp. De evolutietheorie is immers in staat om dit soort vormen van doelgerichtheid restloos mechanisch te verklaren, dus zonder een beroep te hoeven doen op allerlei vermeende in de natuur werkzame mysterieuze machten, vitalistische krachten of essentialistische wezensvormen. En dit is goed nieuws voor het theïsme. Zonder de evolutietheorie zal het spreken over dergelijke machten, krachten of vormen immers kunnen terugkeren in het menselijk denken over de natuur. De natuur zal dan opnieuw gesacraliseerd worden, wat afbreuk doet aan Gods heiligheid. Kortom, de evolutietheorie past prima bij een theïstisch wereldbeeld precies omdat het een sacralisering van de natuur voorkomt. Een aanval op de evolutietheorie is daarom feitelijk een aanval op het theïsme zelf.

 

Daarnaast vormt Godsgeloof een uitstekende grond voor de overtuiging dat de kosmos een rationele orde heeft die door ons succesvol onderzocht en gekend kan worden. Het universum is intelligibel. Deze overtuiging is cruciaal voor het beoefenen van wetenschap. Wetenschap heeft immers geen zin wanneer wij niet geloven in de betrouwbaarheid van ons denkvermogen. Het verklaringssucces van wetenschap sluit dus uitstekend aan bij een theïstisch wereldbeeld.

 

Inspiratie voor de wetenschap

De opkomst van de moderne wetenschap in het Westen kan historisch gezien zelfs voor een heel belangrijk deel aan geloof in God worden toegeschreven. Wie in God gelooft heeft zoals gezegd namelijk een uitstekende reden om te denken dat de kosmos wordt geregeerd door vaste wetten en dat onze menselijke cognitieve vermogens ook in staat zijn om deze wetten te leren kennen. Gelovige wetenschappers begonnen in de 16e eeuw actief de natuur empirisch te onderzoeken om Gods scheppingswerk beter te leren kennen, en juist op die manier God te eren. Bovendien wilde men, in navolging van Francis Bacon, meer grip op de natuur krijgen om iets te doen aan het menselijk lijden. Godsgeloof kan dus een belangrijke inspiratiebron vormen om zich hartstochtelijk met natuurwetenschappelijk onderzoek bezig te houden.

 

En dat hiervoor de veilige studeerkamer moest worden verlaten om concrete waarnemingen in de natuur te verrichten stond voor velen van hen vast. Als God immers de kosmos uit vrije wil schiep, dan had God ook een heel andere kosmos kunnen scheppen, zodat we met onze redevermogen alleen de natuurwetten van de kosmos niet kunnen achterhalen. En het was juist dit soort van empirisch onderzoek dat de wetenschappelijke revolutie echt op gang bracht.

 

De mythe dat wetenschap en Godsgeloof tegenover elkaar staan vertroebelt dus het zicht op hun werkelijke onderlinge relatie. Een diepgaand begrip van wetenschap en religie is essentieel om de hechte samenhang tussen beiden te doorzien. Het is dan ook goed om te zien dat de laatste decennia de dialoog tussen geloof en wetenschap een enorme vlucht heeft genomen, getuige het grote aantal academische instituties en tijdschriften dat zich expliciet op een vruchtbare en goed geïnformeerde manier met de relatie tussen geloof en wetenschap bezighoudt. Deze dialoog zal de aankomende jaren doorgaan. Sterker nog, ik verwacht dat zij alleen nog maar belangrijker zal worden.

Reacties mogelijk gemaakt door CComment

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst

Laatste reacties

  • PS: en besef je, Benedict, dat je voor jouw geloofsvisie, mocht je die zelf gefabriceerd hebben, of anderen, ook een fantasierijk brein... 28-01-2020 23:27
  • Benedict,

    een weinig overtuigend antwoord en heel vaag moet ik zeggen.
    Jij ziet intentionaliteit in de kosmos en zijn evolutie. Welke zaken... 28-01-2020 23:03
  • Benedict Broere zei Naar deze reactie >>>
    Lieven -- Ik vind heel veel van die 'vanzelf-metafysica's' behoorlijk absurd. Maar goed, voor de betreffende mensen zullen ze uiteraard de... 28-01-2020 21:23
  • Het was een vraag aan Benedict hé Egbert. Als men een intentionele god poneert, dan mag deze vraag gesteld worden, dan is die vraag... 28-01-2020 20:21
  • @Lieven: [Stel dat er met een Pandemie zo de hele mensheid zou uitsterven,]

    Zelfs het virus dat de Spaanse griep veroorzaakte heeft meer slachtoffers geëist dan WW I, ik meende bijna iets van honderd... 28-01-2020 20:03
  • 'pandemie' natuurlijk. Domme 'smart'phone :-)
    28-01-2020 19:42