Vertrouwen in de kritische rede

Vertrouwen in de kritische rede
09 juli
2013
“Na de dominee en de dokter is nu ook de autoriteit van de wetenschapper niet langer vanzelfsprekend,” zo begint het recente rapport van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen Vertrouwen in wetenschap. Die autoriteit kan alleen hersteld worden als we ons bewust worden van het belang van de filosofie voor de wetenschap, en op grond daarvan weer vertrouwen creëren in de kritische rede, betoogt theoretisch fysicus Sebastian de Haro.

 

Het gesignaleerde tanende vertrouwen in de wetenschap, deed me denken aan de doodverklaring van de filosofie door natuurkundige Stephen Hawking. Volgens Hawking zouden vragen als ‘waar komt de kosmos vandaan?’, die traditioneel tot het domein van de filosofie behoorden, inmiddels door de natuurwetenschap beantwoord worden. De filosofie is dood - een echo van Nietzsches bekende uitspraak ‘God is dood’.  Filosofen zouden op de natuurwetenschap achterlopen.

Toegegeven: de uitspraken van Hawking zijn provocerend bedoeld en onzorgvuldig, maar er zit een belangrijke kern van waarheid in dat ‘achterlopen’ van de filosofie. Het probleem ligt niet zozeer bij de filosofen als wel bij een bredere intellectuele kwestie die ons allemaal aangaat: een gebrek aan vertrouwen in het menselijke vermogen om de natuur te kennen. Om dit probleem te begrijpen moeten we eerst weten wat het nut van filosofie is voor de natuurwetenschap.

Het nut van filosofie

Op de dag dat de filosofie dood is, breekt ook de schemering voor de natuurwetenschap aan. Natuurwetenschap zonder filosofie komt op de lange termijn voor een dichte deur te staan (zie hiervoor uitgebreider mijn Natuurwetenschap en filosofie: een haat-liefde relatie). Filosofie geeft wetenschappers houvast bij het formuleren van nieuwe theorieën. Bij de meeste grote ontdekkingen van nieuwe wetenschappelijke theorieën heeft filosofie een belangrijke rol gespeeld.

Als de natuurkundige het gedrag van water uit de wisselwerkingen tussen de watermoleculen en de eigenschappen van atomen verklaart dan neemt hij aan dat water tot haar onderdelen gereduceerd kan worden. Dan rijst de vraag: sluit je ook dingen uit als je aan reductie doet? Door dit soort vragen en vooronderstellingen aan het licht te brengen en te expliciteren krijgen we inzicht in wat voor soort kennis van de wereld de wetenschap ons eigenlijk verschaft.

De bewering dat filosofie geen nut heeft, getuigt van eenzelfde soort instrumentalisme als van degenen die beweren dat de fundamentele wetenschap geen nut heeft als ze geen nieuwe producten op de markt brengt. Wie graag nieuwe producten wil, niet alleen morgen maar ook over twintig jaar, moet in fundamentele wetenschap investeren. Zo moet ook wie de wetenschap als bron van kennis en van nieuwe ideeën wil behouden—niet alleen morgen maar ook over twintig jaar—het belang onderkennen van filosofische reflectie.

Natuurwetenschap als fundering voor filosofie

De natuurwetenschap is ook een vertrekpunt voor de filosofie. Filosofische reflectie op natuurwetenschappelijke resultaten geeft inzicht in wat er in de wereld is. Bestaat het water of bestaan alleen de watermoleculen? Wat is de aard van een elementair deeltje? Kun je zinvol over het ‘niets’ spreken? Het stellen van filosofische vragen komt uiteindelijk ook de wetenschap ten goede. Hier ligt dan ook het probleem waar Hawking naar verwijst. Bij Plato, Descartes en Newton gingen natuurwetenschap en filosofie vanzelfsprekend samen. Sinds de zeventiende eeuw is de wetenschap van de filosofie geëmancipeerd: zelfstandig, specialistisch en voor de buitenstaander ondoorgrondelijk geworden. Omdat wij, natuurwetenschappers, veelal specialisten zijn geworden ontbreekt het ons vaak aan intellectuele moed om grote vragen te durven stellen. We kunnen goed met fysische theorieën rekenen maar we denken te weinig na over wat ze betekenen. Het verleden heeft ons geleerd dat filosoferen over de natuur moeilijk is (zie voorbeelden in mijn artikel) en dat geeft ons faalangst. Maar wie uit angst handelt is niet objectief.

De meeste wetenschappers weten dit. De meesten van onze helden—Newton, Einstein, Heisenberg, Bohr—waren diepfilosofische mensen. Het is nodig dat we met zijn allen—niet alleen de wetenschappers, niet alleen de filosofen—het vertrouwen in de kritische rede opnieuw weten uit te vinden. Filosofische speculatie over de natuur komt de wetenschap ten goede wanneer ze gebaseerd is op wetenschappelijke resultaten. Het filosofische wereldbeeld moet zodanig zijn dat wetenschappelijke resultaten daar een plaats in kunnen krijgen. Daartoe is het nodig dat we vertrouwen creëren dat we niet alleen de mens kunnen kennen, maar dat we ook met de kritische rede diep in de natuur kunnen doordringen.

Reacties mogelijk gemaakt door CComment

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst

Laatste reacties

  • Gilbert,

    over haast heel de moderne wereld zijn de fysicawetten gelijklopend. Men is het over de meeste zaken eens. Men is het ook eens dat... 19-09-2019 23:59
  • Andre,

    ik vind Jezus, tenminste zoals ze die mens tientallen jaren na zijn dood beschreven hebben op papier, een positieve mens met goede... 19-09-2019 23:45
  • Bert Morriën zei Naar deze reactie >>>
    Andre, mijn reactie op jouw vragen is te vinden op... 19-09-2019 21:42
  • Bert Morriën zei Naar deze reactie >>>
    Andre,

    Wat zou ik volgens jou bijgeleerd hebben? Waarschijnlijk heb je het over het kuikentje dat zomaar weet hoe het zich als kippetje... 19-09-2019 21:29
  • ChrisH,
    Zeker gelooft Gilbert dat echt want God is volgens hem filosofisch bewezen en wonderen zijn volgens hem  zelfs  empirisch ... 19-09-2019 20:03
  • Gilbert,

    Jacobse en van Es, mijn grote vrienden van de Tegenpartij, zouden dit 'gelul van een dronken aardbei' noemen en ik noem het 'gelul... 19-09-2019 19:24