Theïsme als manier van leven

Theïsme als manier van leven
29 apr
2013

Religie staat vooral voor vrijheid. De existentiële vrijheid om, contra de prozaïsche alledaagsheid, het transcendente te denken en duiden. Toch staat die vrijheid steeds meer onder druk. Zo laat bijvoorbeeld het nieuwe atheïsme geen mogelijkheid onbenut om te verkondigen dat geloof in God irrationele onzin is. Het bestaan van God is niet wetenschappelijk bevestigd en daarom zou Godsgeloof intellectueel onaanvaardbaar zijn. Dit soort sciëntistische religiekritiek berust echter op een diep en in feite zelfs tragisch misverstand.

 

 

Wereldbeelden

Het soort rationaliteit dat vereist is om wetenschappelijke theorieën te beoordelen is namelijk van een volstrekt andere orde dan het type rationaliteit dat nodig is om levensbeschouwingen, zoals het christendom of het seculier humanisme, te evalueren. Een levens- of wereldbeschouwing is namelijk een wijze van verstaan van en omgaan met de wereld. Het is het eenheidsstichtende betekeniskader van waaruit iemand zijn of haar leven verstaat en vormgeeft. Als zodanig geeft het antwoorden op onze grote vragen, zoals de vraag naar de herkomst van de kosmos en de plaats van de mens daarin. Wereldbeelden hebben dan ook een verhalend karakter. En naast een cognitief beeld van de aard van de werkelijkheid sluit een wereldbeschouwing ook altijd een visie op het goede leven in, een kijk op wat we zouden moeten doen en nastreven om een zinvol leven te leiden. Levensbeschouwingen zijn daarom existentiële gehelen van zowel cognitieve overtuigingen als praktische leefregels. Zo geeft bijvoorbeeld het christendom niet alleen bepaalde antwoorden op de vraag wat we over de aard van de wereld kunnen weten, maar ook op wat we in dit leven moeten doen en waarop we mogen hopen. En hetzelfde geldt voor andere religieuze en seculiere wereldbeschouwingen.

 

Nu kan geen mens uiteindelijk zonder een bepaald wereldbeeld. Zonder het omarmen van een wereldbeschouwing zouden we namelijk geen betekenisvolle eenheid in ons leven kunnen aanbrengen. We zouden niet tot een persoonlijke identiteitsvorming kunnen komen, wat juist cruciaal is voor elk mens. Daarom gaat iedereen in zijn of haar leven welhaast ongemerkt op zoek naar een adequate wereldbeschouwing. En dit is onvermijdelijk. We kunnen niet anders.

 

Een levensbeschouwing is dan ook geen vakwetenschappelijke theorie. Wij vormen ons wereldbeeld door praktische omgang met de wereld en door het interpreteren van onze ervaringen, niet door wetenschappelijke theorievorming. De keuze voor een bepaald wereldbeeld voor het duiden van onszelf en de wereld waarin wij leven gaat dan ook altijd existentieel vooraf aan theoretische wetenschappelijke reflectie. Wij kiezen uiteindelijk een wereldbeschouwing op grond van alles wat we in ons leven leren, meemaken en ervaren, niet door het theoretisch formuleren en toetsen van vakwetenschappelijke hypothesen.

 

Afwegingen

Het soort rationaliteit dat nodig is voor het evalueren van wereldbeschouwingen verschilt dan ook fundamenteel van het type rationaliteit waarvan de vakwetenschappen gebruikmaken. Afwegingen die bij het rationeel beoordelen van wereldbeelden een cruciale rol spelen zijn bijvoorbeeld (i) de vraag of een wereldbeeld voldoende zeggingskracht heeft, (ii) praktisch leefbaar is, (iii) algemeen menselijke existentiële noden vervult, (iv) recht doet aan onze common sense en onze diepste intuïties, (v) tegemoet komt aan intellectuele deugden als eenvoud, coherentie en plausibiliteit, en (vi) bijdraagt aan ons zelfbegrip en ons begrip van algemeen menselijke ervaringen, zoals morele en esthetische ervaringen.

 

Deze vorm van rationaliteit is niet meer of minder rationeel dan die van de vakwetenschappen. Ze is eenvoudigweg anders. Het gaat om een andere wijze van rationeel zijn, van toepassing binnen een andere context, en minstens zo belangrijk voor ons leven. Het ene wereldbeeld kan op grond van genoemde criteria meer of minder rationeel gerechtvaardigd zijn dan een ander. Relevant is de mate van redelijkheid, niet het streven naar absolute bewijzen. Ook kunnen wereldbeelden veranderen als gevolg van nieuwe inzichten en ervaringen.

 

Vanwege het derde aspect van (v) is het belangrijk dat een wereldbeeld compatibel is met de resultaten van de wetenschap. Maar dit betekent dus niet dat een wereldbeschouwing het resultaat moet zijn van wetenschappelijk onderzoek, zoals de nieuwe atheïsten ten onrechte suggereren. Bovendien valt de vraag of God bestaat sowieso buiten het domein van de vakwetenschappen. Dit laat echter onverlet dat bepaalde wetenschappelijke inzichten (zoals de geconstateerde fine-tuning van de kosmos) gebruikt kunnen worden als premissen in een filosofisch argument voor het bestaan van God. En omdat zulke argumenten de plausibiliteit van het bestaan van God kunnen verhogen zijn ze eveneens vanwege (v) van belang voor het rationeel evalueren van het theïsme als wereldbeschouwing.

 

Theïsme

Wie Godsgeloof rationeel wil evalueren dient theïsme dus als levensbeschouwing en niet als wetenschappelijke hypothese te beoordelen. En dan blijkt de zaak heel anders te liggen dan het nieuwe atheïsme voorstelt. Theïsme is als wereldbeeld namelijk niet alleen consistent, coherent, en compatibel met de positieve vakwetenschappen, maar zij geeft tevens een samenhangend antwoord op de grote oorsprongsvragen van de mensheid. Bovendien is het theïsme in staat een groot aantal andere onderling kwalitatief sterk verschillende fenomenen op een geïntegreerde wijze te verstaan en te begrijpen, zoals (a) het feit dat er überhaupt iets is en niet veeleer niets, (b) het bestaan en de persistentie van contingente entiteiten, (c) het bestaan van uniforme, universele en stabiele natuurwetten, (d) het gegeven dat de kosmos een absoluut begin heeft gehad, (e) de opmerkelijke elegantie en effectiviteit van de wiskunde als beschrijvingstaal van de natuur, (f) de opvallende fine-tuning van het universum, (g) ervaringen van (zelf)bewustzijn en vrije wil, (h) de betrouwbaarheid en de verklaringssuccessen van ons redevermogen, (i) de ervaring van de objectiviteit van bepaalde morele waarden en verplichtingen, (j) ervaringen van schoonheid en het sublieme, en (k) verschillende mystieke en religieuze ervaringen.

 

Niet voor niets is theïsme wereldwijd de meest gewortelde en verspreide praktijk van coherente en inclusieve wereldduiding. Wie theïsme als levensbeschouwing rationeel gaat evalueren begrijpt waarom. Zou dit wellicht de reden zijn dat het nieuwe atheïsme zich zo halsstarrig blijft vastklampen aan de illusie dat Godsgeloof als theoretische wetenschappelijke hypothese begrepen moet worden in plaats van als manier van leven, als wijze van in de wereld zijn?

 

Reacties mogelijk gemaakt door CComment

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst

Laatste reacties

  • @Lieven, natuurlijk omdat er helemaal geen ruimte is voor een dialoog bij iemand die denkt alles al goed in kaart te hebben, maar toch... 24-06-2019 15:16
  • Gilbert doet aan internet apostolaat.
    Hij beschouwt dit kennelijk als een plicht. Echt discussiëren over geloofszaken is voor hem geen... 24-06-2019 13:32
  • Eelco van Kampen zei Naar deze reactie >>>
    Lieven, Gilbert zelf gaat met niemand in dialoog: hij doet slechts aan monologen. Lijkt me weinig zinvol. 24-06-2019 13:15
  • De beweringen van Gilbert stoten zo tegen mijn logica en verstand dat ik blijkbaar niet kan laten om mijn verontwaardiging hierover te... 24-06-2019 13:13
  • ChrisH,
    Cirkelredeneringen hoeven niet ipso facto fout te zijn. Het punt is alleen dat men op grond van de redenering niet kan weten of de... 24-06-2019 12:50
  • @Lieven, met een streng dogmatisch Christen als Gilbert valt überhaupt geen discussie te voeren, ik bewonder absoluut je vasthoudendheid... 24-06-2019 11:36