'Vreemde geloof' best verklaard door feitelijke opstanding

'Vreemde geloof' best verklaard door feitelijke opstanding
07 apr
2012
Opinie

De opvatting dat Jezus de Messias is en dat je in hem God tegenkomt, is voor Joodse mensen ondenkbaar. Dat zijn Joodse volgelingen toch dat vreemde geloof gingen aanhangen, kan worden verklaard uit de opstanding van Jezus. Dat schrijft godsdienstfilosoof Arjan Markus vandaag in een opiniestuk in De Volkskrant.

Het blijft een vreemd verhaal: een Joodse man die in het jaar 33 aan een kruis sterft en die een paar dagen later weer levend is. Je kunt je afvragen wat je daar nu mee moet als weldenkend mens. Opvatten als fictie?

Fictie

In dat geval gaat het wel om goed gedocumenteerde fictie. Dat weten weinig mensen. Er heerst een Dan Brown-achtig idee dat de kerk dit soort verhalen een aantal eeuwen na Jezus' optreden op papier heeft gezet. Dat is echter niet waar. Het oudste schriftelijke bericht van Jezus' opstanding wordt rond het jaar 55 gedateerd. Toen was 'de kerk' nog niet op het toneel verschenen. Er waren alleen in een aantal steden rond het Middellandse Zeegebied groepen volgelingen van Jezus ontstaan.

Dit eerste schriftelijke bericht over de opstanding is te vinden in een brief van Paulus, gericht aan zo'n groep volgelingen van Jezus in de Griekse havenstad Korinthe. De brief is uit het jaar 55, zo'n twintig jaar na de kruisiging van Jezus. Historisch gezien is dat erg dicht bij het vuur. De oorspronkelijke brief is er niet meer, maar de oudst bewaarde kopie (het Papyrus 46) komt uit circa 200. Dat is uniek. Bij mijn weten zijn er verder geen geschriften uit de klassieke oudheid waarvan we kopieën bezitten die zo dicht liggen bij de datering van het oorspronkelijke manuscript.

Het is duidelijk dat Paulus zijn bericht over de opstanding zelf helemaal niet als fictie bedoelde. Hij schrijft in 55 over de boodschap die hij een aantal jaren eerder had gebracht in Korinthe. Het belangrijkste dat hij heeft doorgegeven aan hen, schrijft hij, is dat Christus is gestorven, dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt. 'En dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen. Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven.'

Ook de schrijvers van de vier Evangeliën brengen hun bericht over de opstanding van Jezus als non-fictie. De Evangeliën zijn van later datum dan de brief van Paulus. Het oudste evangelie, dat van Marcus, komt waarschijnlijk uit 70. Dus minder dan veertig jaar na de kruisiging. De andere Evangeliën volgen zo'n tien tot twintig jaar later. Het oudste fragment dat wij hebben van de Evangeliën komt uit ongeveer 150. Het bericht van de opstanding is dus de best gedocumenteerde non-fictie uit de klassieke oudheid. Maar dat wil nog niet zeggen dat wij net als de schrijvers van deze berichten zouden moeten geloven dat de opstanding echt heeft plaatsgevonden.

Ander wereldbeeld

Hoe zou het komen dat Joodse mensen in de eerste decennia van de eerste eeuw zijn gaan geloven dat Jezus van dood weer levend werd? Je kunt niet zeggen dat zij nu eenmaal gemakkelijker geloofden in dat soort verhalen. In de eerste plaats is het niet zo dat Joden toen allemaal in de mogelijkheid van opstanding geloofden. In de tweede plaats waren Joden die er wel in geloofden van mening dat je zo'n opstanding niet moest verwachten van één individu. Zij kenden in hun traditie wel verhalen van individuele mensen die terugkwamen uit de dood. Zulke mensen bleven sterfelijk. Maar opstaan uit de dood en door de dood heen gaan en dus voorbij de sterfelijkheid uitkomen, dat was volgens hen alleen mogelijk aan het eind van de geschiedenis en voor een grote groep mensen tegelijk. Geen wonder dat er volgens de verhalen dan ook niemand was die het bericht van Jezus' opstanding direct zomaar voor waar wilde aannemen.

Waarom zijn ze het toch gaan geloven? Misschien omdat ze een ander wereldbeeld hadden dan wij? Dat is wel een punt natuurlijk. Niet dat de mensen in de eerste eeuw zo naïef waren dat ze elk wonderverhaal geloofden. Ook voor hen was het ongehoord dat iemand van dood levend wordt. Een groot verschil tussen hen en ons is wel dat wij, westerse mensen, een wetenschappelijk wereldbeeld hebben. Wij weten dat de wetenschap laat zien dat mensen niet uit de dood kunnen opstaan. Ook al heeft het verhaal van de opstanding nog zulke goede papieren, onze wetenschappelijke bril maakt het zeer lastig om er geloof aan te hechten.

Wetenschappelijk onmogelijk

Nu komt het er wel op aan goed te onderscheiden wat het betekent dat opstanding wetenschappelijk gezien niet kan. In populair-wetenschappelijke columns wordt soms wel erg uitbundig geroepen dat wetenschappelijk is aangetoond dat wonderen niet kunnen gebeuren. Ieder die zijn wetenschapsfilosofische huiswerk heeft gedaan, weet echter dat wetenschap nooit absoluut uitsluit dat iets kan gebeuren. Wetenschap kan wel laten zien dat het onwaarschijnlijk is dat iets is gebeurd. Maar er gebeuren nu eenmaal dingen die wetenschappelijk gezien geheel onverwacht zijn en met de huidige wetenschappelijke stand van zaken onverklaarbaar zijn. Zulke dingen zijn een anomalie. Wetenschappelijk gezien is de opstanding van Jezus hoogst, hoogst onwaarschijnlijk. Maar absoluut uitgesloten kan het niet worden. Kijkend met onze wetenschappelijke bril ligt het dus niet voor de hand om in opstanding te geloven.

Toch zijn er westerse mensen die wel gaan geloven dat de opstanding gebeurd is. Het lukt hun blijkbaar langs de randen van hun wetenschappelijke bril heen te kijken. Misschien is dat ook weer niet zo gek als je bedenkt dat we dat wel vaker doen. Het gevoel van liefde, om een voorbeeld te noemen, kunnen we wetenschappelijk afdoende verklaren met behulp van chemische processen in onze hersenen. Toch vinden de meeste mensen dat geen volledige verklaring van liefde. Naar liefde kijken we niet alleen met een wetenschappelijke bril.

Mensen die zijn gaan geloven dat de opstanding waar gebeurd is, beroepen zich nogal eens op ervaringen van een soort ontmoeting met Jezus. Anderen hebben het over een ervaring van onverwacht overtuigd worden van de waarheid van het verhaal. 'Je kunt zoiets niet van plan zijn, zoals je je van tevoren geen echte voorstelling kunt maken van degene op wie je verliefd zult worden', zegt Willem Jan Otten. Het zijn ervaringen die ik zelf herken als gelovige, maar als je zulke ervaringen niet kent, zeggen ze je weinig. Voor westerse mensen is de opstanding van Jezus onwaarschijnlijk.

Ingrijpend veranderd

Toch lijkt het mij niet te weerspreken dat er in de jaren dertig van de eerste eeuw iets met Jezus gebeurd is. Iets onverwachts dat zijn afgehaakte, gedesillusioneerde leerlingen ertoe bracht om na zijn dood een Jezusbeweging te beginnen. Iets heeft hen van teleurgestelde afhakers veranderd in enthousiaste mensen met de missie verder te vertellen wat er met Jezus gebeurd is. Een missie die al binnen een paar decennia in het toenmalige Romeinse rijk succesvol blijkt te zijn.

Daarbij blijft het intrigerend dat die Joodse volgelingen in de eerste eeuw dingen zijn gaan geloven die ze eigenlijk niet zouden kunnen geloven. Die niet passen in hun denkkader en bij hun verwachtingen.

Verder gingen de leerlingen ook vertellen dat Jezus, die stierf aan het kruis, de 'Messias' was, de speciaal door God gezondene. Het is erg vreemd voor Joodse gelovigen in die tijd om te denken dat een mislukkeling die aan een kruis dood gaat, de door God gezondene is. Als voor hen één ding duidelijk was, dan was het wel dat iemand die aan een kruis eindigt niet de Messias kan zijn. En het blijft niet bij de bewering dat Jezus de 'Messias' zou zijn. De Joodse leerlingen gaan uitspraken doen die suggereren dat je in Jezus God zelf tegenkomt, dat hij op een of andere manier God zou zijn. Dat is voor Joodse mensen helemaal ondenkbaar. Tenzij er met Jezus misschien iets is gebeurd dat hun manier van denken ingrijpend heeft gewijzigd.

De opstanding zou een goede verklaring vormen voor het vreemde geloof van de Joodse volgelingen van Jezus.

Arjan Markus is godsdienstfilosoof en auteur van Adieu God

Reacties mogelijk gemaakt door CComment

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst

Laatste reacties

  • @Lieven: [Zeggen dat ik iets niet kan weerleggen' is toch geen metafysische aanname hé]

    Bij je bewering dat je het ook niet kunt uitsluiten laat je het in feite in het midden, nietwaar.
    Het is vlees noch vis. 21-10-2019 00:24
  • Hoi Egbert,

    je reactie is een beetje beknopt en voor mij wat onduidelijk. Ik weet niet wat je precies wil zeggen, en wat je wijzer heeft... 20-10-2019 23:30
  • @Lieven: [Ik kan natuurlijk niet uitsluiten of bewijzen dat er daarbij ook niet nog een metafysische entiteit zou kunnen meespelen, maar ik stel die in elk geval niet en doe die aanname niet.]

    Je doet de aanname pertinent Niet, maar bent ook dan weer van mening dat je het tegendeel niet kunt uitsluiten of bewijzen.... 20-10-2019 23:04
  • Hoi Egbert,

    [Lieven, jij gelooft in blind toeval, dat is jouw metafysische aanname, correct? ]

    Dat dingen toevallig gebeuren is iets wat ik meen empirisch te mogen besluiten, wat ik vaststel vanuit de waarneming van hoe... 20-10-2019 20:57
  • Bert Morriën zei Naar deze reactie >>>
    Bendedict Broere,

    [Ik vind het bestaan van een atoom, bijvoorbeeld een lood-atoom, al zeer onwaarschijnlijk.]
    Waarom? Het bestaat dus de kans dat het bestaat is 100%.
    Om over een kans te kunnen spreken is er een kansverdeling... 20-10-2019 18:51
  • @Lieven: [Men kan er ook voor kiezen om geen metafysische aannames te doen. Dan riskeert men alvast niet van dingen te verkondigen die niet zeker zijn of mogelijk zelfs helemaal niet waar zijn.]

    Lieven, jij gelooft in blind toeval, dat is jouw metafysische aanname, correct? 20-10-2019 18:32