×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 87 niet laden

Augustijnse wetenschapsbeoefening

  • Geschreven door 
  • Gepubliceerd in Opinie
Augustijnse wetenschapsbeoefening
26 dec
2011

Voor welke uitdagingen staan christelijke wetenschappers? Heeft een christenwetenschapper een speciale roeping? De toonaangevende Amerikaanse godsdienstfilosoof Alvin Plantinga vindt dat christenwetenschappers hun geloofsovertuiging moeten inbrengen in hun onderzoek. Bas Hengtmengel is van mening dat Plantinga’s advies ook in de Nederlandse context om een antwoord vraagt.

In zijn beroemde artikel Augustinian Christian Philosophy (1992) schetst Plantinga de in zijn ogen drie dominante dominante wereldbeschouwingen van onze tijd, drie perspectieven die strijden om geestelijk overwicht in het Westen. Het zijn drie fundamentele perspectieven of denkwijzen over de wereld, over onszelf, over wat het meest van belang is in de wereld, wat onze plaats is en wat we moeten doen om een goed leven te leiden.

Deze perspectieven zijn, wat Plantinga noemt, perennial naturalism, creative antirealism en christelijk theïsme. Perennial naturalism, het ‘eeuwige naturalisme’, bestaat al sinds de oude Grieken (Epicurus, Democrites) tot in onze tijd (Russell, Quine), en claimt dat er alleen natuur bestaat. Dat wil zeggen: er is geen werkelijkheid buiten de natuurlijke (materiële) werkelijkheid. Moraal, geloof en esthetiek kunnen worden gereduceerd tot materiële toestanden en alleen ‘wetenschappelijke’ kennis is werkelijke kennis. Het creative antirealism beschouwt mensen als architecten van het universum. De werkelijkheid is een product van de menselijke geest. Uit dit subjectivistische antirealisme komen relativisme en nihilisme voort. Het christelijk theïsme tenslotte is de boodschap van schepping, zonde en verlossing.

Neutraal

Geen enkele wetenschapper kan neutraal staan ten opzichte van de strijd tussen deze wereldbeschouwingen. Er bestaat geen filosofie zonder een wereldbeschouwing, en dat geldt feitelijk ook voor de meeste wetenschapsbeoefening. Zoals Plantinga zelf aangeeft, is het merendeel van wat hij over de filosofie zegt, toepasbaar op alle wetenschapsgebieden.

In zijn bespreking van de strijd tussen de wereldbeschouwingen pakt Plantinga – kind van neocalvinistische Nederlandse emigranten – een thema op dat door Augustinus is neergezet en dat veel later tot bloei kwam in het werk van Abraham Kuyper, Herman Dooyeweerd en anderen. In de werkelijkheid is een strijd gaande tussen twee tegengestelde krachten of ‘steden’, namelijk de stad van God (Civitas Dei) en de aardse stad (Civitas Mundi). Kuyper noemde deze tegenstelling een antithese tussen geloof en ongeloof. Volgens Plantinga is ook de hedendaagse intellectuele wereld een arena waarin een strijd om de ziel van de mens plaatsvindt.

In zijn oratie Advice to Christian Philosophers (1984) stelt Plantinga dat een christenfilosoof allereerst een christen is en pas daarna een filosoof. Zijn filosofie is een specifieke manier waarop hij invulling geeft aan zijn roeping als christen. Christenfilosofen en –wetenschappers moeten strijden tegen naturalisme, subjectivisme, nihilisme en relativisme. In deze strijd heeft de christelijke filosofische en wetenschappelijke gemeenschap haar eigen agenda. Er is geen reden de onderzoeksthema’s te volgen die op dit moment in trek zijn bij andere wetenschappers. Plantinga werkt dit ook uit in zijn artikel On Christian Scholarship (1994).

Iedere wetenschapper brengt in zijn wetenschapsbeoefening een reeks aan voorwetenschappelijke opvattingen mee over de wereld en de mens. Hij kan niet anders. Wetenschap is geen neutrale bezigheid. Daarom heeft een christenwetenschapper evenveel recht en – mede dankzij Plantinga’s werk – evenveel filosofische legitimatie om zijn of haar voorwetenschappelijke opvattingen in te brengen als een ander. Hij hoeft niet eerst zijn geloofsovertuigingen te ‘bewijzen’ op grond van argumenten die door een meerderheid worden geaccepteerd. Het gegeven dat deze overtuigingen wellicht door velen worden verworpen als naïef, primitief of achterhaald vormt geen tegenargument.

Volgens Plantinga zal een christenfilosoof zich net als andere filosofen bezighouden met alle filosofische problemen die er bestaan. Hij zal daarbij echter soms een beroep doen op wat hij als christen weet of gelooft en is daartoe ten volle gerechtvaardigd.

Verschil

Dit betekent niet dat het christelijk geloof zelf vaststelt wat waarheid is in een specifiek onderzoek. Evenmin betekent dit dat christenfilosofen tot doel hebben iedere procedure of techniek te verwerpen die door hun niet-christelijke collega’s gebruikt wordt. Waar zit het verschil dan wel in? Volgens Plantinga in de voorwetenschappelijke aannames die het onderzoek leiden en die mede bepalen welke conclusies getrokken worden. Een christenfilosoof zal bijvoorbeeld niet menselijke geestesfuncties reduceren tot materiële processen of geloven dat eigenschappen of standen van zaken alleen bestaan wanneer ze in een menselijke geest bestaan of geloven dat liefde, moraliteit en schoonheid alleen in evolutionaire termen begrepen kunnen worden.

Dat betekent ook niet dat er ruimte gegeven moet worden aan alle overtuigingen, hoe irrationeel ook. Wanneer er goede inhoudelijke tegenargumenten zouden zijn op basis van voor de christenwetenschapper legitieme premissen zou hij zijn denken moeten aanpassen. Zolang dergelijke steekhoudende argumenten afwezig zijn, mogen christelijke filosofen en wetenschappers hun geloofsovertuiging inbrengen in het onderzoek.

Dit advies van Plantinga doet wellicht wat activistischer aan dan gebruikelijk is in het defensieve debat over geloof en wetenschap in Nederland. Desalniettemin vraagt het om een serieus antwoord.

Recent verscheen van Alvin Plantinga: Where the Conflict Really Lies: Science, Religion, and Naturalism (Oxford: Oxford University Press 2011)

Reacties mogelijk gemaakt door CComment

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst

Laatste reacties

  • @Lieven: [Zeggen dat ik iets niet kan weerleggen' is toch geen metafysische aanname hé]

    Bij je bewering dat je het ook niet kunt uitsluiten laat je het in feite in het midden, nietwaar.
    Het is vlees noch vis. 21-10-2019 00:24
  • Hoi Egbert,

    je reactie is een beetje beknopt en voor mij wat onduidelijk. Ik weet niet wat je precies wil zeggen, en wat je wijzer heeft... 20-10-2019 23:30
  • @Lieven: [Ik kan natuurlijk niet uitsluiten of bewijzen dat er daarbij ook niet nog een metafysische entiteit zou kunnen meespelen, maar ik stel die in elk geval niet en doe die aanname niet.]

    Je doet de aanname pertinent Niet, maar bent ook dan weer van mening dat je het tegendeel niet kunt uitsluiten of bewijzen.... 20-10-2019 23:04
  • Hoi Egbert,

    [Lieven, jij gelooft in blind toeval, dat is jouw metafysische aanname, correct? ]

    Dat dingen toevallig gebeuren is iets wat ik meen empirisch te mogen besluiten, wat ik vaststel vanuit de waarneming van hoe... 20-10-2019 20:57
  • Bert Morriën zei Naar deze reactie >>>
    Bendedict Broere,

    [Ik vind het bestaan van een atoom, bijvoorbeeld een lood-atoom, al zeer onwaarschijnlijk.]
    Waarom? Het bestaat dus de kans dat het bestaat is 100%.
    Om over een kans te kunnen spreken is er een kansverdeling... 20-10-2019 18:51
  • @Lieven: [Men kan er ook voor kiezen om geen metafysische aannames te doen. Dan riskeert men alvast niet van dingen te verkondigen die niet zeker zijn of mogelijk zelfs helemaal niet waar zijn.]

    Lieven, jij gelooft in blind toeval, dat is jouw metafysische aanname, correct? 20-10-2019 18:32