Print deze pagina

Ziek: de beperkingen van wetenschappelijke kennis

Ziek: de beperkingen van wetenschappelijke kennis
06 nov
2011

Soms zijn er momenten dat het hoog oprijzende bouwwerk van onze moderne wetenschappelijke kennis plotseling wat minder indruk op me maakt. Begrijp me niet verkeerd. Ik vind het imposant dat genetici het volledige menselijk genoom in kaart hebben gebracht. Het is reuze opwindend als er plotseling een deeltje ontdekt lijkt te zijn dat sneller gaat dan het licht. En van wat ik soms wel eens lees over, zeg, nanotechnologie of hersenonderzoek sta ik ook perplex. Dat is het punt allemaal niet.

Ik bedoel ook niet dat ik soms in de ban raak van het idee dat wetenschap, zoals wetenschapssceptici plegen te zeggen, alleen maar ‘theorieën’ (uitgesproken alsof ze vies smaken) oplevert en geen harde feiten. Letterlijk genomen is dat weliswaar een waarheid als een koe, maar wat de sceptici ermee bedoelen berust op een berg misverstanden over zowel wetenschap als feiten en theorieën.

Wat dan wel? Daarvoor deel ik een stukje persoonlijke geschiedenis. Ik was de afgelopen twee weken ziek. Ik had last van tamelijk onaangename aanvallen van heftige buikpijn, afgewisseld met een minder pijnlijk onbestemd gevoel in de omgeving van mijn maag en darmen. Om de oorzaken van dit ongemak te achterhalen, mocht ik me door diverse huisartsen, verpleegkundigen en enkele specialisten en specialisten-in-opleiding laten onderzoeken. Samen zeker goed voor enkele decennia aan wetenschappelijke opleiding, waarin ze ongetwijfeld het beste van twee millennia aan medische kennis hebben opgedaan. Verschillende onderdelen van de onderzoeken werden ook nog eens ondersteund door min of meer geavanceerde medische technologie.

Het verbluffende resultaat van dit alles: “We kunnen niks vinden, dus we weten het niet. Neem wat pijnstillers en kom eventueel over een week of zes nog eens terug.” Ik vond dit op z’n zachtst gezegd teleurstellend. Het ging hier nota bene niet om een zeldzaam syndroom met een dubbele buitenlandse naam dat zich ergens diep in mijn genen verborgen houdt en zich slechts op subtiel sluimerende wijze manifesteert. Ik had ordinaire buikpijn die ik duidelijk kon voelen en aanwijzen.

Dit bracht me op de gedachte dat onze wetenschappelijke kennis blijkbaar toch nog altijd de nodige beperkingen kent. En dat niet alleen rondom exotische onderwerpen die men aan de frontlinie van het onderzoek bestudeert. Als de medische wetenschap ons al in de steek laat bij iets alledaags als buikpijn, dan zullen andere takken van wetenschap zich ongetwijfeld ook wel eens vertillen. Zeker als ze zich wagen aan veel complexere onderwerpen.

De moraal van het verhaal? Als iemand uit naam van een of andere wetenschap beweert dat wij ons brein zijn, de vrije wil niet bestaat en niemand verantwoordelijk is voor wat hij doet, Jezus niet opgestaan kan zijn, we geen kennis van God kunnen hebben of dat God een onhoudbare hypothese is, dan kun je al aanvoelen dat diegene buiten zijn of haar boekje is gegaan. Ook als je alle overwegingen achter zulke boude beweringen niet goed op waarde kunt schatten, geeft een nuchtere beschouwing van wat wetenschap wel en niet vermag je genoeg reden om sceptisch te zijn.

De conclusie is niet dat iedereen, gelovig of niet, deze en vergelijkbare beweringen dan maar helemaal moet negeren. Als ze zichzelf in intellectueel opzicht serieus wil blijven nemen, heeft de christelijke gemeenschap de plicht om hierover na te denken — net zoals de wetenschappelijke gemeenschap trouwens. Wetenschappers, filosofen en theologen met relevante expertise doen verdienstelijk werk als ze mensen als Dick Swaab, Victor Lamme, Jan Verplaetse, Klaas Hendrikse, Harry Kuitert of Victor Stenger van repliek dienen. Ik wil alleen maar zeggen dat je er in de tussentijd geen buikpijn van hoeft te krijgen.

Reacties mogelijk gemaakt door CComment