'En dus bestaat God!'

'En dus bestaat God!'
20 apr
2015
Nieuws

Door Ton van Brussel, directeur van debatcentrum de Rode Hoed. Uitgesproken voorafgaand aan het debat ‘Bestaat God wel/niet?’ op 31 maart 2015 in de Rode Hoed.


En dus bestaat God!

Tot pakweg vijftig jaar geleden wisten we dat zeker, nadien werd zijn bestaan betwist, maar de laatste jaren is er een opmerkelijke tegenaanval ingezet. Het ene na het andere boek of opiniestuk verschijnt, en dan vooral van gelovigen die zeker zijn van hun God en die zekerheid willen omzetten in bewijslast. Natuurlijk, over niets valt zo mooi te twisten als over geloofszaken. Ze raken hoofd en hart en over meer gaat het niet in het leven.

Zo had ik veertig jaar geleden met Simon, mijn collega en religieredacteur bij onze krant, een aanhoudend dispuut over mijn liefde voor Bach. Destijds had ik zo'n Matthäus of drie vier en de meeste cantates in huis. Die overvloed bij een 20-jarige kon volgens Simon maar op één ding wijzen: ik was een gelovige die vanwege de heersende mode niet uit die kast durfde te komen. Als je zo van Bach hield, dan moest je op zijn minst een religieus besef hebben.

Ik kon hem niet vertellen dat ik dat misschien wel had gehad en waarom mij dat ontvallen was, maar mijn stelling van toen heb ik nog steeds niet verlaten. Zo zei ik een beetje plagend tegen Simon: 'Heb je wel eens een koffiecantate van Bach gehoord? Helemaal volgens dezelfde structuur gecomponeerd als zijn kerkelijke cantates en van eenzelfde schoonheid, dus hij heeft de heer helemaal niet nodig. Door koffie is ‘ie net zo geïnspireerd’.

Het valt niet te ontkennen dat Bach, zoals zijn meeste tijdgenoten, een gelovige was, maar hij was ook een broodschrijver. Een geniale, wat mij betreft op afstand van alle andere componisten. Ik leef al lang naar de Britse overtuiging ‘a cantate a day keeps the doctor away’. Toch blijft het de vraag hoe Bachs genie zich verhield tot zijn geloof. Daar geven al die biografieën geen overtuigend antwoord op.

In het zojuist verschenen boek En dus bestaat God, de aanleiding tot deze avond, kun je een verklaring van dit misverstand vinden. De  auteurs Emanuel Rutten en Jeroen de  Ridder hebben de moeite genomen om het bestaan van God aan te tonen - ik mag wel zeggen, tot drie cijfers achter de komma - en daarmee het ongelijk van de ongelovigen. Hun boek, en ook dat van bijvoorbeeld Rik Peels en Stefan Paas, markeert een evidente tijdgeest.

Godgelovigen zijn in de westerse wereld en zeker in Nederland van een overtuigende meerderheid een minderheid geworden, die zich bij tijd en wijlen zelfs bedreigd lijkt te voelen. Niet de ongelovigen - zoals vroeger - maar de gelovigen voelen de druk te verklaren waartoe zij op aarde zijn. Het heeft de auteurs, de een altijd al gelovig, de ander zoals dat zo mooi heet ‘tot geloof gekomen’, geïnspireerd tot een argumentatiestudie die een ieder moet overtuigen.

Dat laat onverlet dat de geharnaste atheïsten in hun handen wrijven en hun bijltjesdag soms wel erg gretig vieren. Ten onrechte, zou ik zeggen. Mijn indruk is dat er in Nederland nog steeds heel veel wordt geloofd, minder in de gebruikelijke collectieven, gevarieerder ook en lang niet altijd in God. Of dat vooruitgang is, is de vraag.

Waar je in dit debat ook staat, ik ben geneigd de vorige burgemeester van Amsterdam, Job Cohen, bij te vallen in zijn opvatting dat de verbindende kracht van religie niet moet worden onderschat en node wordt gemist. Ik ben een kind van mijn tijd, dus ik heb sympathie voor de liefhebberij van de babyboomers: het afstoffen van de instituties. Maar ik weet, ouder en een beetje wijzer geworden, natuurlijk ook dat de verlies- en winstrekening van de revolutie - u weet wel, kind en badwater - doorgaans pas veel later door de brievenbus valt.

Of je die verbinding kunt terugbrengen met bewijzen voor God betwijfel ik.

Terug naar het boek. De auteurs leggen het dilemma al ergens in het begin bloot: je kunt met alles dat je in het leven tegenkomt twee dingen. Je kunt er bewijzen voor aanvoeren of argumenten. Bewijzen vind je doorgaans vooral in de bètawetenschappen. Met de aanleg daarvoor is tijdens mijn schepping iets misgegaan, vandaar dat ik argumenten minstens zo interessant vind. Zo hard zijn die tenslotte ook niet. Zelfs de relativiteitstheorie staat ter discussie. God en Einstein, niets is vandaag de dag meer heilig.

Al lezend verbaasde ik me over de hartstocht waarmee de auteurs werk maakten van hun missie. Van één van mijn dierbare inspirators, Karel van het Reve, leerde ik dat van gelijk hebben een enorme rust kan uitgaan, terwijl gelijk krijgen vaak iets gênants heeft. Karel is natuurlijk ook de auteur van het hilarische essay over 'De ongelooflijke slechtheid van het opperwezen', waarin hij, wat ik maar oneerbiedig noem de 'kinderlijke' opvatting over God, hekelt: de man die aan alle touwtjes trekt en dus verantwoordelijk is voor zowel oorlog als vrede.

Mijn collega Simon had gelijk, misschien niet in de kwestie Bach, maar wel met zijn opvatting dat geloof gaat over gevoel en ervaringen. Daar zijn geen harde bewijzen voor en ook lang niet altijd argumenten. In zijn column in Trouw vond ik vorige maand bij Bert Keizer, een collega-filosoof van Emanuel en Jeroen, een aansprekende opvatting. Hij schreef: 'Ik heb in de filosofieklas geleerd dat geloof als enig fundament geloof heeft. Godsdienstige beweringen moeten we dan ook niet beschouwen als wetenschappelijke hypotheses of als mededelingen over hoe dingen gaan op aarde en in de hemel'.

Ik ben geneigd Bert daarin te volgen, omdat ik denk dat daar, en niet in het harde bewijs, de kracht en de aantrekkingskracht van religie ligt. Maar goed, ik ben dan ook een kind van een vrijzinnig protestante moeder en een katholieke vader. Dat zijn weliswaar niet de meeste dogmatische instituties in het kerkelijke landschap, maar toch viel ik door omstandigheden al vroeg van mijn geloof. Ik ben me wel altijd voor geloof blijven interesseren en heb me nadien vaak afgevraagd wat me er uiteindelijk echt van weerhield: de omstandigheden of iets anders.

Eén ding wist ik wel: het was zeker niet een bewijs dat God niet zou bestaan.

Simon leeft niet meer, mijn moeder ook niet. Ik heb zo'n flauw vermoeden dat ze het wel mooi hadden gevonden vanavond hier te zijn. Want zijn zij het, zijn het de boeken, is het mijn werk in deze schuilkerk, is het de leeftijd, is het misschien toch Bach of is het de herinnering aan die onverwacht inspirerende gesprekken met een vrolijke gelovige jongen, dat ik een paar weken terug, na andere omstandigheden, naar de Noorderkerk hier om de hoek wandelde en daar besefte van mijn ongeloof te zijn gevallen?

Het is nog pril, het waarom daagt en elke dag ontdek ik wat meer. Het bevalt me goed en het maakt me nieuwsgierig naar wat nog komen gaat, om te beginnen naar het debat van vanavond. Dat debat bedacht ik samen met Cors Visser van ForumC een paar maanden geleden, onwetend dat ik zijn latere uitnodiging om hier in te leiden zou aannemen. Ik treed hier doorgaans niet op, als baas ben je immers de jury van wat hier gebeurt.

Deze verleiding kon ik niet weerstaan, al had ik toen nog geen idee wat vanavond mijn woorden zouden zijn. Geloof blijkt je in te kunnen halen.

Getagged onder

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst

Laatste reacties

  • @Lieven, ja hoor, je bent heel goed geïnformeerd:) 18-11-2019 23:46
  • Hé Egbert, niet zo schoolmeesterachtig doen naar mij. Ik stond zelf in het onderwijs.
    Ik snap het wel, maar het gaat om definities.
    Religie... 18-11-2019 20:40
  • @Lieven, religie staat in het algemeen voor zingeving maar wordt in het gangbare spraakgebruik meestal gerelateerd aan een hogere macht, de... 18-11-2019 17:53
  • Ja, Egbert, eerst beweer je iets en in een volgende reactie ga je dit weer in twijfel stellen door uitzonderingen aan te geven...
    Ik denk... 18-11-2019 08:38
  • Egbert, met dat laatste vertel je me helemaal niets nieuws hoor. Dat is zelfs evident. :-)
    17-11-2019 21:10