De Betekenis van Religie: verslag van een debat Speciaal

De Betekenis van Religie: verslag van een debat
03 juni
2013
Afgelopen vrijdag 31 april troffen de filosofen John Cottingham en Herman Philipse elkaar in het statige Academiegebouw te Utrecht voor een debat onder de titel 'Religion and the meaning of life'. [1] Dit debat werd georganiseerd door het ‘Descartes Centre’. Cottingham is een Engelse wijsgeer die zich in het bijzonder heeft verdiept in de vraag wat de betekenis van religie is: waarom is het zinvol om te geloven in God? [2]

 

Betekenis

Onbedoeld werd dat ook de inzet van het debat: religie en betekenis- maar dan op een wijze die volledig dienstbaar was aan de dubbele ‘betekenis’ van het woord betekenis: volgens Philipse ging het debat over de betekenis van religieuze begrippen, terwijl het debat volgens Cottingham ging over de betekenis die religie (het geloof in God) heeft voor de mens. Philipse legde aan het publiek uit dat dit onderscheid wezenlijk is: als wij weigeren om na te denken over de letterlijke betekenis van onze religieuze begrippen, dan kunnen we ze ook niet gebruiken om te bepalen wat de ‘betekenis’ van religie is.

Professor Philipse verwees, om zijn standpunt te onderbouwen, naar een bepaalde zinsnede die door Cottingham veelvuldig werd gebruikt, ‘de transcendente betekenis van het bestaan’. Dit was een term waarvan de betekenis onduidelijk is: wat bedoelt iemand met deze uitdrukking? Het is duidelijk dat mensen bepaalde ‘verlangens’ hebben: bijvoorbeeld het verlangen om eeuwig te leven of het verlangen om gelukkig te zijn of het verlangen naar een gezond lichaam, maar wat voegt het adjectief ‘transcendent’ aan dergelijke natuurlijke en begrijpelijke verlangens toe?

Hermeneutiek

Onder de gasten bevond zich ook professor Vincent Brümmer. Volgens Brümmer is het niet vruchtbaar om alle termen te analyseren: soms moet een mens werken met de intuïtieve betekenis die begrippen en uitdrukkingen hebben (dit wordt ‘hermeneutiek’ genoemd). Philipse verweerde zich fel tegen dit verwijt. Veel godsdienstwijsgeren veroorloven zich uitspraken die voor een neutrale luisteraar oprecht onbegrijpelijk zijn.

Je zult, als je vakkundig wilt filosoferen over religie en de betekenis van het bestaan, eerst duidelijk moeten maken waar je over spreekt. Als dat niet lukt, dan beschik je niet over het ‘gereedschap’ om het debat op een goede manier te voeren. Philipse liet zien hoe handig een analytische aanpak kan zijn: aan de hand van een aantal elementaire kenmerken kun je het werk van alle godsdienstwijsgeren indelen. Om te beginnen kun je bepalen of een godsdienstwijsgeer wel of geen ‘cognitivist’ is. Je bent een cognitivist als je termen verwijzen naar zaken in de werkelijkheid. Een cognitivist denkt dus dat het begrip ‘God’ ergens naar verwijst (ook al kan hij er de facto niet naar verwijzen bijvoorbeeld omdat God verborgen is).

Onbegrip

Cottingham en Brümmer waren echter niet overtuigd. Zij bleven van mening dat het gesprek tussen de atheïst en de theïst verzandt in onbegrip als men zich slechts beperkt tot een analyse van de begrippen die de godsdienstwijsgeer gebruikt.

De kritiek van Philipse werd, mijns inziens, te gemakkelijk van de hand gewezen. Is het niet de taak van de filosoof om te informeren naar de houdbaarheid en waarde van de denkbeelden die godsdienstwijsgeren gebruiken? Een analytisch filosoof mág indelingen maken en begrippen analyseren. Het is immers niet denkbeeldig dat godsdienstwijsgeren begrippen hanteren die gebaseerd zijn op het geloof in God, zodat deze begrippen voor de atheïst, die zich niet kan beroepen op het geloof, in letterlijke zin ‘betekenis-loos’ zijn. Philipse wijst er op dat deze kloof tussen de atheïst en de theïst slechts kan worden overbrugd als beide partijen bereid zijn om te twisten over de waarheid van hun beweringen (en dit is dan ook de reden waarom Philipse waardering heeft voor het werk van Richard Swinburne). 

Philipses’ punt is dat iemand die ‘zomaar’ iets gelooft niet voldoet aan enige wijsgerige standaard. En in die hoedanigheid is Philipse een zegen voor Nederlandse godsdienstfilosofen: hij wijst hen onophoudelijk op de plicht om te blijven redeneren (we bedrijven filosofie, men moet daarom altijd goede argumenten aanvoeren en nóóit zomaar toegeven aan het verleidelijke, geruststellende sentiment van religie).

De Transcendente Werkelijkheid

John Cottingham is een fijnzinnig spreker die, inderdaad, zijn denkbeelden uitvoerig beschrijft alsof het frasen uit gedichten zijn. Hij drukt zich zorgvuldig uit en hij heeft een prachtige spreektrant, maar hij definieert zijn woorden niet altijd. Zo had hij het vaak over 'het' transcendente, zonder precies te beschrijven wat de contrastklasse van het transcendente is. Bedoelde hij met het transcendente alles wat niet 'materieel' is? Alles wat niet 'natuurlijk' is? Alles wat niet overeenkomt met een ‘ideale, toekomstige wetenschappelijke beschrijving’ van de wereld? Toch maakte zijn voordracht niet de indruk onbegrijpelijk te zijn. En dat roept de vraag op of men over abstracte zaken wel of niet mag spreken in woorden die de lading niet helemaal dekken. Immers, stel dat er een 'transcendente' werkelijkheid bestaat, waarom zou men daar dan niet, hoe moeizaam ook, over mogen spreken in bloemrijke, haast dichterlijke taal? Professor Philipse zou echter zeggen dat men dan eerst maar eens moet aantonen dat een dergelijke ‘transcendente’ werkelijkheid bestaat.

Lapmiddel

Had Philipse nu gelijk en lieten wij ons in slaap wiegen door de prachtige, geruststellende woorden van Cottingham, waarin hij ons valselijk een wereld toonde die betekenis heeft en waarin er zelfs objectieve morele waarden bestaan, of heeft Philipse ongelijk en ontgaat hem iets groots, belangrijks en verhevens omdat hij te analytisch en te kritisch is? Het debat tussen Philipse en Cottingham ging écht ergens over en de tegenstellingen kwamen goed uit de verf: heeft ons bestaan betekenis en hebben onze religieuze termen betekenis, en bestaat er een hogere werkelijkheid die voor ons in enige mate toegankelijk is,- of heeft religie eigenlijk geen enkele betekenis anders dan dat het een lapmiddel is dat ons rust en vertrouwen schenkt in een tamelijk onherbergzame wereld?     

Lof voor het Descartes Centre

Het Descartes Centre verdient alle lof voor het organiseren van deze middag. Men heeft ons in de gelegenheid gesteld om te luisteren naar sprekers die de moeite zéér waard zijn en wiens opvattingen bovendien dermate uiteen liepen dat de verschillen duidelijk aan het licht kwamen: dát maakte het debat betekenisvol.

Noten:
[1] De derde spreker was de historicus Prof. Wijnand Mijnhardt, die een historisch betoog hield over agnosticisme, en ook zelf geacht werd de positie van agnost in te nemen. Zoals mensen die een middenpositie bekleden echter vaak overkomt werd hij nauwelijks in de twist betrokken. In dit verslag, dat slechts van beperkte omvang mag zijn, had ik niet voldoende ruimte om iets te zeggen de opvattingen van professor Mijnhardt, terwijl deze zeer de moeite waard zijn. Ook de rol van professor Floris Cohen wordt in dit verslag ten onrechte niet genoemd: hij leidde het debat op een buitengewoon prettige wijze. Hij kapte niemand af, had een zeldzaam gevoel voor de dynamiek van de gesprekken en zíjn aandeel zou wel eens de reden kunnen zijn waarom dit debat zo goed uit de verf kwam.

[2] Voor een kennismaking met professor John Cottingham, zie



Reacties mogelijk gemaakt door CComment

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst

Laatste reacties

  • @Benedict: [Of geestelijk leven gebonden is aan hersenen, in die zin dat geestelijk leven enkel mogelijk is in nauwe samenhang met hersenmaterie, geen enkele wetenschapper kan daar iets zinnigs over zeggen.]

    Het betreft natuurlijk inderdaad de cruciale vraag wat je nu onder geestelijk leven zou moeten verstaan.

    Quote Rutten: [Verander het brein significant en de manier waarop de geest zich kan manifesteren in deze stoffelijke wereld verandert evenzo.]... 22-10-2019 23:53
  • Bert Morriën zei Naar deze reactie >>>
    Andre,

    Ter aanvulling: mijn verhaal geeft alleen redenen aan om te veronderstellen dat voor bewustzijn niet meer dan de fysieke mens nodig... 22-10-2019 23:14
  • Benedict Broere zei Naar deze reactie >>>
    Egbert 22-10-2019 14:04 -- Of geestelijk leven gebonden is aan hersenen, in die zin dat geestelijk leven enkel mogelijk is in nauwe... 22-10-2019 22:53
  • Benedict Broere zei Naar deze reactie >>>
    Egbert 22-10-2019 20:41 --- Ik wilde benadrukken dat zo'n beroerte niet slechts maakt dat de geest de beschikking heeft over een beschadigd... 22-10-2019 22:37
  • Bert Morriën zei Naar deze reactie >>>
    Excuus er ging wat fout. Zo'n smartphone schermpje is niet ideaal.
    Waar die losse 4 staat is wat weggevallen. Lees dit als volgt.... 22-10-2019 22:01
  • Bert Morriën zei Naar deze reactie >>>
    Andre,

    1. Wat Rutten vergeten lijkt te zijn is dat het brein wordt geholpen door een uitgebreid netwerk van sensomotorische organen en dan... 22-10-2019 21:51