Print deze pagina

Open brief - Gun wetenschappers vrijheid

Open brief - Gun wetenschappers vrijheid
12 mrt
2013
Nieuws

Op 12 maart 2013 pleitten 27 hoogleraren in een open brief voor de vrijheid van wetenschappers om hun persoonlijke opinies te verwoorden. Aanleiding voor deze oproep was de commotie die was ontstaan na uitspraken van professor Van Schayck in een persoonlijk getint filmpje op deze website. Het bericht over deze actie is elders op deze site te vinden; daar is ook brief te downloaden. Nadien kwamen er verschillende steunbetuigingen binnen van andere hoogleraren. Hieronder volgt de tekst van de brief opnieuw, gevolgd door de uitgebreidere lijst van ondertekenaars.

OPEN BRIEF – dinsdag 12 maart 2013

Bevorder goede wetenschap en gun wetenschappers hun persoonlijke vrijheid


Met verbazing hebben we de recente publiciteit gevolgd rondom prof. Onno van Schayck, hoogleraar preventieve geneeskunde bij de Universiteit van Maastricht. In deze open brief willen wij opkomen voor de vrijheid van wetenschappers om hun persoonlijke opinies te verwoorden.

Wat is er gebeurd?

In de afgelopen weken ontstond commotie over uitspraken van Van Schayck. In een persoonlijk getint filmpje werd hij geïnterviewd over zijn persoonlijke kijk op de relatie tussen geloof en wetenschap. Van Schayck is christen maar zei in het interview dat zijn geloof in zijn dagelijkse werk geen directe rol speelt. Ook stelde hij dat de Bijbel geen wetenschappelijk boek is. Toen werd doorgevraagd naar hoe hij dacht over wonderen, meldde hij dat hij moeite had zich daarover uit te spreken. Maar hij vertelde toch over een gebeurtenis – een onverklaarbare beenverlenging – die hij meer dan 25 jaar geleden had meegemaakt. In het filmpje geeft hij aan dat als een wonder te hebben ervaren.

Dit laatste schoot een aantal mensen in het verkeerde keelgat. Een maand geleden berichtte de Maastrichtse universiteitskrant Observant over deze uitspraak, wat de start was van aanzienlijke media-ophef, met verslagen en opinies in de landelijke bladen, in columns, op twitter en op weblogs. Van Schayck werd als ‘wonderhoogleraar’ en ‘kwakzalver’ weggezet en er ontstond een beeld dat hij de geneeskunde niet serieus zou nemen.

Afgelopen donderdag (7 maart) nam Van Schayck het besluit af te treden als wetenschappelijk directeur van onderzoeksinstituut CAPRHI om te voorkomen dat CAPRHI mogelijk schade zou lijden door de media-aandacht rond zijn persoon. Van Schayck meldde ook dat 'persoonlijke overwegingen' een rol hebben gespeeld bij zijn besluit. Het College van Bestuur van de Universiteit Maastricht betreurde deze beslissing en benadrukte dat de wetenschappelijke integriteit en de kwaliteit van het wetenschappelijke werk van Van Schayck nooit in het geding is geweest.
Van Schayck zal zijn werk als hoogleraar aan de Universiteit Maastricht gelukkig voortzetten. Professor Van Schayck is een zeer gerespecteerd wetenschapper: hij is hoogleraar preventieve geneeskunde, hij heeft meer dan 330 internationale publicaties op zijn naam (o.a. in toptijdschriften als The Lancet, JAMA, BMJ), hij was verschillende jaren ‘s werelds meest geciteerde onderzoeker op zijn vakgebied, en hij diende als voorzitter van internationale WHO commissies en als voorzitter of lid in landelijke commissies van NWO, ZonMw, de Gezondheidsraad en het Astmafonds. Als wetenschappelijke directeur van CAPRHI leidde hij tot vorige week een onderzoeksinstituut met ruim 400 vaste medewerkers en 350 promovendi. CAPHRI werd onder zijn leiding bij de laatste externe visitatie als excellent en mondiaal toonaangevend in het vakgebied beoordeeld.

Wat vinden wij hiervan?

Zonder ons te mengen in de discussie over een onverklaarde genezing waar Van Schayck over sprak, willen we wel onze bezorgdheid kenbaar maken.

We zijn verontrust dat het volgens sommige mensen blijkbaar niet is toegestaan dat een wetenschapper in een persoonlijk verhaal zijn opinie geeft naar aanleiding van zijn eigen ervaringen. Dit resulteert erin dat een wetenschapper in het openbaar alleen mag spreken over de huidige stand van zijn eigen vakwetenschap. Dat zou de vrijheid van meningsuiting voor wetenschappers zeer sterk beperken. Zo zou bijvoorbeeld een hersenonderzoeker geen suggesties meer mogen doen voor de implicatie van zijn onderzoek voor de psychologie en wetenschappers zouden geen politieke stellingname kunnen nemen.
Het leidt ook tot de merkwaardige constatering dat een wetenschapper bij waarneming van een wetenschappelijk onverklaarbaar fenomeen niet in het openbaar mag speculeren over mogelijke alternatieve verklaringen. Een dergelijk benadering komt de wetenschap en de samenleving niet ten goede.
Juist wetenschappers moeten de ruimte hebben om dwarse uitspraken te doen. We moeten waken voor een klimaat waar ophef een maatstaf wordt voor wat iemand in het openbaar mag zeggen. In dat geval verruilt onze samenleving het maatschappelijk debat voor een lynchcultuur. De Universiteit Maastricht heeft nu een debat over de relatie geloof/wetenschap aangekondigd. Dat is een academisch juiste manier om met dit soort zaken om te gaan.

Wetenschappers zijn gedreven, creatieve, intelligente professionals met grote expertise in hun vakgebied. Wetenschappers zijn tegelijk mensen met persoonlijke opinies – opinies die van zeer verschillende aard kunnen zijn. De diversiteit van persoonlijke ideeën en drijfveren is zelfs bevorderlijk voor de wetenschap. Deze ideeën en drijfveren, die niet per se wetenschappelijk zijn, kunnen leiden tot nieuwe hypothesen die in de wetenschap volgens een zeer strak protocol op hun waarde en houdbaarheid worden getoetst. Zo wordt wetenschappelijke kennis verworven.

Wij pleiten ervoor om goede wetenschap te bevorderen en tegelijkertijd de individuele wetenschappers hun persoonlijke vrijheid te gunnen. Goede wetenschap laat die ruimte.

Prof. dr. Jan Boersema, Universiteit Leiden/Vrije Universiteit Amsterdam
Prof. dr. Eduard J. Bomhoff, Monash University Sunway Campus, Maleisië
Prof. dr. Lans Bovenberg, Tilburg University
Prof. dr. Gijsbert van den Brink, Vrije Universiteit Amsterdam
Prof. dr. Govert Buijs, Vrije Universiteit Amsterdam
Prof. dr. Cees Dekker, TU Delft
Prof. dr. Frank van der Duyn Schouten, Tilburg University
Prof. dr. Heino Falcke, Radboud Universiteit Nijmegen
Prof. dr. ir. Hein Fleuren, Tilburg University
Prof. dr. Gerrit Glas, Vrije Universiteit Amsterdam
Prof. dr. Cees Gooijer, Vrije Universiteit Amsterdam
Prof. dr. George Harinck, Vrije Universiteit Amsterdam
Prof. dr. Dick den Hertog, Tilburg University
Prof. dr. ir. Henk Jochemsen, Wageningen UR
Prof. dr. James Kennedy, Universiteit van Amsterdam
Prof. dr. Kees van der Kooi, Vrije Universiteit Amsterdam
Prof. dr. Chris Kruse, Universiteit van Amsterdam
Prof. dr. André Lucas, Vrije Universiteit Amsterdam
Prof. dr. Ronald Meester, Vrije Universiteit Amsterdam
Prof. dr. Siebren Miedema, Vrije Universiteit Amsterdam
Prof. dr. Gerard Nienhuis, Universiteit Leiden
Prof. dr. Tjerk Oosterkamp, Universiteit Leiden
Prof. dr. Renée van Riessen, PThU Groningen
Prof. dr. Kees Roos, TU Delft
Prof. dr. Marco de Ruiter, Leids Universitair Medisch Centrum
Prof. dr. Piet Slootweg, Universitair Medisch Centrum Nijmegen
Prof. dr. I.H. Stamhuis, Vrije Universiteit Amsterdam
Prof. dr. Gert Jan Veenstra, Radboud Universiteit Nijmegen
Prof. dr. ir. Michel Verhaegen, TU Delft
Prof. dr. Pieter Wesseling, Universitair Medisch Centrum Nijmegen
Prof. dr. René van Woudenberg, Vrije Universiteit Amsterdam

Getagged onder

Reacties mogelijk gemaakt door CComment