Minder religieus door gebrek aan inlevingsvermogen Speciaal

Minder religieus door gebrek aan inlevingsvermogen
30 mei
2012
Nieuws

Mensen met minder inlevingsvermogen zijn veelal minder religieus. Dit verklaart deels het verschil in religiositeit tussen mannen en vrouwen.

 

Een onderzoek van Canadese en Amerikaanse wetenschappers dat is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PLoS ONE laat zien hoe belangrijk het psychologische begrip ‘mentalisatie’ is voor de mate van religiositeit.


Mentalisatie is het vermogen om over een ander na te denken als iemand met een eigen wil en verstand, ook wel de ‘theory of mind’ genoemd. Mensen met een autistische stoornis hebben hier problemen mee. Zij kunnen zich moeilijk inleven in de ander. Omdat gelovigen zich moeten kunnen inleven in een godheid die doelbewust handelt, lijkt mentalisatie een voorwaarde voor godsgeloof te zijn, betogen de onderzoekers. Zij onderzochten daarom de relatie tussen het vermogen tot mentalisatie en religiositeit.


Dat deden ze in eerste instantie met gegevens van een vergelijkend onderzoek tussen mensen met en zonder een autistische stoornis. Daarna toetsten zij hun bevindingen in datasets, gebaseerd op een dwarsdoorsnede van de bevolking, waarin onder meer bekend was of mensen in enige mate autistische kenmerken vertoonden.

Van een groot aantal mogelijke kenmerken bleek alleen mentalisatie samen te hangen met religiositeit. Opvallend genoeg was ‘systeemdenken’ (de voorkeur en het vermogen om over fysieke, op regels gebaseerde systemen na te denken) geen correlatie vertoonde. Ook belangstelling in exacte vakken (iets wat bij autisme relatief vaak voorkomt) bleek niet te correleren met de mate van religiositeit.


Mentalisatie kon niet alleen de relatie tussen autisme en religiositeit deels verklaren, maar ook het verschil in religiositeit tussen mannen en vrouwen. Dit opvallende verschil is in alle culturen terug te vinden.


De onderzoekers benadrukken dat mentalisatie maar een deel van de religiositeit verklaart: gebrek aan inlevingsvermogen is geen ‘garantie’ voor atheïsme. Ongeloof wordt door een groot aantal factoren bepaald, schrijven ze.

Norenzayan A, Gervais WM, Trzesniewski KH (2012) Mentalizing Deficits Constrain Belief in a Personal God. PLoS ONE 7(5): e36880. doi:10.1371/journal.pone.0036880

Reacties mogelijk gemaakt door CComment

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst

Laatste reacties

  • Edward Apcar zei Naar deze reactie >>>
    Heeft die ‘gelukseconoom’ ook een definitie van het begrip ‘geluk’ gegeven? En uitgelegd wat hij bedoelt met  ‘moreel... 17-02-2020 22:23
  • Persoonlijke ervaring: ik kan niet zeggen dat ik me de enkele decennia dat ik nog geloofde in god me toen gelukkiger voelde dan de decennia... 17-02-2020 14:48
  • @Lieven: Dat ben ik allang ontgroeid, wat mensen al of niet graag willen is hun eigen probleem, niet het mijne.
    Wel ben ik bereid erover te... 16-02-2020 23:45
  • Dank Egbert voor de tip.
    Je zou denken dat iemand die zo'n website opzet als G&W dit uit passie voor de filosofie/religie/wetenschap doet en... 16-02-2020 23:37
  • Hallo Edward,

    dank voor je extra toelichting en uitweiding ivm de vraagstukken rond moraal. Het zet me aan om nog verder door te gaan... 16-02-2020 23:32
  • @Lieven, als het trollen zich blijft herhalen kun je het beste een briefje naar de redactie schrijven, dat heb ik ook gedaan, dan wordt de... 16-02-2020 23:21