Emanuel Rutten

Dr. ir. Emanuel Rutten (1973) is filosoof. Hij is als onderzoeker en docent verbonden aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam (zowel binnen het Abraham Kuyper Centrum voor wetenschap en de grote vragen als binnen centrum Ethos voor maatschappelijke transformatie). Het onderzoeks- en onderwijsterrein van Emanuel omvat de relatie tussen geloof en wetenschap, het evalueren van de rationaliteit van seculiere en religieuze wereldbeelden, kennisleer en speculatief realisme, logica en retorica, en esthetiek. Emanuel woont in de binnenstad van Amsterdam.

Homepage: Weblog Emanuel Rutten

Er zijn zoals bekend al langer allerlei problemen met het postmodernisme. In deze korte bijdrage voeg ik daar een pijnlijk probleem aan toe. Dit probleem betreft het volgende beknopte dilemma voor de postmodernist. Postmodernisten menen dat wij onze wereld construeren. We bewerken dus gegeven materiaal dat ons als mensen op de een of andere wijze ter beschikking staat. Dit materiaal is als zijnde het uitgangspunt van onze constructies niet door ons geconstrueerd. Het is dus ofwel door niet-menselijke actoren geconstrueerd ofwel het is voor ons toegankelijke objectieve realiteit. Beide opties zijn fataal voor het postmodernisme. En dus moet het verworpen worden.

In een eerdere bijdrage liet ik zien dat het klassieke Godsargument van Anselmus eigenlijk alleen geaccepteerd kan worden wanneer wij uitgaan van een klassieke opvatting over de relatie tussen zijn en denken welke uiteindelijk teruggaat op Plato. In deze bijdrage werk ik deze klassieke opvatting, neo-Platonisme genaamd, nader uit in de context van Anselmus’ argument. Hoewel de neo-Platonisten bepaalde cruciale ideeën van Aristoteles overgenomen hebben, laat ik zien dat genoemd argument voor Aristoteles desondanks onacceptabel zou zijn geweest.

Wat is precies de status van de rede in onze laatmoderne westerse cultuur? Is de hedendaagse mens vooral overgeleverd aan een alles eroderende irrationaliteit of speelt de rede nog altijd een belangrijke rol? En als de rede nog steeds dominant is, gaat het dan om existentieel zinvol en vruchtbaar redegebruik of is er sprake van een onthechte versmalling en ontwortelde verschraling van het menselijke denkvermogen?

Om deze vragen te kunnen beantwoorden zal ik allereerst ingaan op de voorafgaande vraag wat verstaan moet worden onder zinvol geworteld redegebruik. Wanneer is ons redegebruik vruchtbaar? Ik beantwoord deze voorafgaande vraag door terug te keren naar het begin van de geschiedenis van het gecultiveerde denken in het westen. Ik onderneem een beknopte archeologie of genealogie van de westerse rede. Waar ligt de oorsprong van het weten?

Beste Matthijs, het valt ons bij Nieuwlicht op dat je het de laatste weken bij De Wereld Draait Door vaak over God hebt. Bijvoorbeeld in het gesprek met zangeres Anouk over een religieus lied, het fragment met Beatrice de Graaf over haar geloof… En in het gesprek met hoogleraar theoretische sterrenkunde Vincent Icke bleek dat je niet snapt hoe de oerknaltheorie en geloven in God zich met elkaar laten rijmen. Daarom, speciaal voor jou, deze brief. Hierin geeft filosoof Emanuel Rutten antwoord op ál jouw vragen.

In zijn dialoog De Sofist behandelt Plato het probleem van negatie en tracht hij negaties zodanig te interpreteren dat de klassieke leerstellingen van Parmenides over zijn en niet-zijn niet geschonden worden. Door hierop te reflecteren kan een argument voor het bestaan van God verkregen worden. Dit argument is gebaseerd op een laagdrempelig zijnsbegrip. Iets wat niet onmogelijk is bestaat potentieel (zoals blauw gras of een eenhoorn) of actueel (zoals jij en ik). Mijn argument laat zien dat God niet potentieel kan bestaan. Maar dan bestaat God actueel.

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst