Jan Riemersma

J.A. Riemersma (1960) is docent filosofie. Hij promoveerde in de godsdienstwijsbegeerte aan de Universiteit van Utrecht bij prof. dr. M. Sarot. Hij verdedigt dat God voor ons onbegrijpelijk is omdat Hij onze ‘logica’ overtreft; God is werkelijk van een andere orde. Voor een nadere kennismaking, zie: http://widerutsjoch.blogspot.nl/.

De Amerikaanse filosoof Willard Van Quine [1] verdedigde het standpunt dat de kennisleer zou moeten worden vervangen door hersenonderzoek. Er is geen ‘first philosophy’: er is geen a-priori methode die je op voorhand zegt hoe de wereld geordend is. Je zult pas kunnen zeggen wat onze kennis waard is als je weet hoe het brein werkt. Volgens Quine, een aarts-naturalist, is de filosofie ondergeschikt aan empirisch onderzoek.

 

Afgelopen vrijdag 31 april troffen de filosofen John Cottingham en Herman Philipse elkaar in het statige Academiegebouw te Utrecht voor een debat onder de titel 'Religion and the meaning of life'. [1] Dit debat werd georganiseerd door het ‘Descartes Centre’. Cottingham is een Engelse wijsgeer die zich in het bijzonder heeft verdiept in de vraag wat de betekenis van religie is: waarom is het zinvol om te geloven in God? [2]

 

Pascal wees alle godsbewijzen van de hand. Hij gaf er echter een ander soort godsbewijs voor terug. Pascal schreef: ‘Als er een God is, is Hij oneindig onbegrijpelijk (…)’.

 

Pascal, Kierkegaard en James

Er bestaan ‘bewijzen’ die bedoeld zijn om de gelovige een hart onder de riem te steken- en niet zo zeer om het bestaan van God aan te tonen. Voorbeelden van deze ‘bewijzen’ zijn de ‘weddenschap’ van Blaise Pascal, de ‘omkering’ van Søren Kierkegaard en de ‘live-optie’ van William James. Deze filosofen betogen, met zoveel woorden, dat het niet nodig is om haarfijn aan te tonen dat God bestaat: de gelovige mag zich tevreden stellen met de gedachte dat het geloof in God zelf een groot goed is.

 

Atheïsten zijn bedreven in het ondermijnen van religie, maar onbeholpen in het verdedigen van hun eigen visie. Wie alle religies met een brede zwaai van tafel veegt schept een levensbeschouwelijke leegte. Deze leegte kan de atheïst slechts opvangen door zich een stoere houding aan te meten. Hij vindt het, naar eigen zeggen, geen probleem dat het bestaan vergeefs is.- De atheïst is een naturalist, iemand die gelooft dat er niets is buiten het causale weefsel van de natuur.

 

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst