Emanuel Rutten

Dr. ir. Emanuel Rutten (1973) is filosoof. Hij is als onderzoeker en docent verbonden aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam (zowel binnen het Abraham Kuyper Centrum voor wetenschap en de grote vragen als binnen centrum Ethos voor maatschappelijke transformatie). Het onderzoeks- en onderwijsterrein van Emanuel omvat de relatie tussen geloof en wetenschap, het evalueren van de rationaliteit van seculiere en religieuze wereldbeelden, kennisleer en speculatief realisme, logica en retorica, en esthetiek. Emanuel woont in de binnenstad van Amsterdam.

Homepage: Weblog Emanuel Rutten

“Determinatio negatio est”, stelde Spinoza in zijn brief aan Jarig Jelles van 2 juni 1674. Hij lijkt te stellen dat alles wat bestaat (positief gedetermineerd of bepaald is) voor zijn bestaan steeds ook het bestaan van zijn tegengestelde (negatie) vereist. Zo opgevat is genoemde stelling een uitdrukking van de intuïtie dat al het bestaande een contrast benodigd: geen licht zonder donker, geen lichtheid zonder zwaarte. Het is ook de voorafschaduwing van Hegels latere dialectische methode waarbij elk ding altijd al naar het bestaan van zijn tegendeel verwijst.

Als er een bewust wezen bestaat dat de oorsprong is van de wereld, dan kan dat met recht ‘God’ genoemd worden. Ook als dit wezen niet algoed, almachtig of alwetend zou zijn. En ook als dit wezen niets te maken heeft met één van de monotheïstische tradities op aarde, zoals het christendom of het brahmanisme. Nu is een atheïst ervan overtuigd dat er geen God is. Hij (het is meestal een ‘hij’) meent dus eveneens dat er geen bewust wezen bestaat dat de oorsprong is van de wereld.

Vaak wordt door atheïsten beweerd dat in een argumentatief debat over de vraag of God bestaat atheïsme de uitgangspositie moet zijn. We dienen ervan uit te gaan dat God niet bestaat, totdat we goede argumenten hebben om het tegendeel aan te nemen. Want, zo is de gedachte, het is de theïst die stelling neemt, namelijk dat God bestaat. En wie stelt, dient met argumenten te komen. De bewijslast ligt volgens deze atheïsten dus volledig bij de theïsten.

Het is mogelijk om iets te ervaren dat niet bestaat. Zo kan iemand, zeg Edith, ’s nachts een droom hebben van een eenhoorn. Of ze kan een eenhoorn ervaren tijdens een hallucinatie. Ook kunnen we ons voorstellen dat neurologen ooit in staat zullen zijn om bij iemand een ervaring van een eenhoorn op te wekken. Kortom, het ervaren van dingen die niet bestaan is helemaal niet zo vreemd. Alleen al in onze dromen komt dat vrij vaak voor.

De laatste jaren wordt er weer regelmatig gedebatteerd over de vraag of religieus geloof redelijk is.

 

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst