Emanuel Rutten

Dr. ir. Emanuel Rutten (1973) is filosoof. Hij is als onderzoeker en docent verbonden aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam (zowel binnen het Abraham Kuyper Centrum voor wetenschap en de grote vragen als binnen centrum Ethos voor maatschappelijke transformatie). Het onderzoeks- en onderwijsterrein van Emanuel omvat de relatie tussen geloof en wetenschap, het evalueren van de rationaliteit van seculiere en religieuze wereldbeelden, kennisleer en speculatief realisme, logica en retorica, en esthetiek. Emanuel woont in de binnenstad van Amsterdam.

Homepage: Weblog Emanuel Rutten

Anselmus van Canterbury (1033-1109) begint zijn bekende Godsargument met de constatering dat de definitie van God – datgene waarboven niets groters gedacht kan worden – door elk mens op een consistente wijze kan worden begrepen. Welnu, dat wat door ons allemaal consistent kan worden begrepen bestaat in het verstand (in de geest) of in werkelijkheid (buiten de geest), aldus Anselmus.

Men denkt vaak dat ik negatief sta tegenover de negatieve theologie. Niets is echter minder waar. De negatieve theologie heeft haar plaats en haar recht. De negatieve theologie vraagt terecht aandacht voor de bovenredelijke en onzegbare aspecten van God. Wij kunnen het wezen van God nooit vanuit ons redevermogen volledig doorgronden. De negatieve theologie wijst er daarom steeds op dat wij ieder redelijk spreken over God voortdurend onder kritiek moeten stellen. Ieder al te naïef godsbeeld dient gewantrouwd te worden. De uiteindelijke aard van God is en blijft voor ons een groot, subliem mysterie.

Op dit forum en elders is regelmatig het modaal-epistemisch argument voor het bestaan van God ter sprake gekomen. Het betreft een van de Godsargumenten die ik enkele jaren geleden ontwikkelde in het kader van mijn wijsgerig onderzoek naar klassieke en hedendaagse redelijke argumenten voor theïsme. Sinds ik dit argument bedacht en introduceerde hebben velen geprobeerd om het inhoudelijk te weerleggen.

In de film The Theory of Everything uit 2014 droomt de fysicus Stephen Hawking van die ene formule die niet ad hoc is en de hele werkelijkheid beschrijft en verklaart. Hij zoekt er al zijn hele leven tevergeefs naar. Misschien komt dit omdat die formule, mocht hij al bestaan, van een geheel andere aard is dan Hawking vermoedt.

Onlangs besprak Alexander van Biezen op dit forum het boek Every Thing Must Go van J. Ladyman en D. Ross. Zoals Van Biezen terecht opmerkt is een kernthese uit dit boek de claim dat metafysica zich alléén nog maar mag bezighouden met het samenvoegen van de resultaten van de positieve vakwetenschappen, zonder daarbij zelfstandig inzichten over de aard van de werkelijkheid in te brengen.

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst