De academicus als homo non ludens

In de NRC van afgelopen zaterdag stond een essay van Renë van Woudenberg, met als portee dat de wetenschappelijke bewijsgrond ruimte laat om ook op zoek te gaan naar een wetenschappelijk bewijs voor Gods bestaan. Een oud argument, dat de plank mis slaat. Een argument bovendien waar juist theologen zich verre van zouden moeten houden, al heeft ook de wetenschap boter op haar hoofd. Hier mijn weerwoord.

 

Er valt veel te zeggen over recente verklaringen van religie en wat ze impliceren voor de redelijkheid van religieus geloof. Het is onmogelijk om alles te behandelen in één stuk. Bart Klinks recente stuk wijst op enkele vragen die ik niet behandelde in eerdere stukken over dit onderwerp. Ik ga hier kort op zijn claims in en betoog dat ze niet overtuigend zijn.

In juni schreef Hans van Eyghen voor Geloof & Wetenschap een opiniestuk waarin hij betoogt dat de geloofwaardigheid van religieuze overtuigingen niet in het geding komt door de naturalistische verklaringen van religie die gegeven worden door het opkomende wetenschapsveld 'cognitive science of religion' (CSR). Daarop schreef ik ook een opiniestuk waarin ik het tegenovergestelde betoog: naturalistische CSR-verklaringen van religie werken debunkend (ondermijnend) voor de geloofwaardigheid van religieuze overtuigingen.

 

De moderne mens is niet ontstaan op één plek, maar uit verschillende groepen die lange tijd gescheiden van elkaar leefden.

Religieus geloof debunked

Rond 1990 is er een nieuw wetenschapsgebied ontstaan dat de jaren daarna een grote bloei heeft doorgemaakt: cognitive science of religion (CSR). In dit vakgebied wordt gezocht naar wetenschappelijke verklaringen voor religie, op de raakvlakken van antropologie, sociologie, psychologie, neurowetenschappen en (evolutie)biologie. Deze bloei heeft tot verschillende hypothesen en deelverklaringen geleid, ofschoon een omvattende theorie momenteel nog ontbreekt [1].

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst