De Britse natuurkundige en programmamaker Brian Cox nam onlangs deel aan een conferentie van het bisdom Leeds, samen met natuurkundige en predikant David Wilkinson. Cox vindt verschillen in wereldbeeld verrijkend.

Ruim een week geleden werd bekend dat wetenschappers voor het eerst zwaartekrachtgolven hebben waargenomen.

Hoe verlicht zijn wij eigenlijk?

Londen, 1660. Een groep gentlemen komt bij elkaar en richt een vereniging op die de geschiedenis zal ingaan als de eerste wetenschappelijke sociëteit: de Royal Society of London for Improving Natural Knowledge, kortweg de Royal Society. Niet lang daarna treffen we ook elders in Europa dergelijke verenigingen aan, bijvoorbeeld de Académie des Sciences in Parijs en in Berlijn de Königlich-Preußische Akademie der Wissenschaften. Stuk voor stuk brengen ze mensen bijeen die als doel hebben de geheimen van de natuur te ontrafelen en met elkaar de nieuwe natuurfilosofische theorieën te bediscussiëren.

Bij wie ligt de bewijslast?

Vaak wordt door atheïsten beweerd dat in een argumentatief debat over de vraag of God bestaat atheïsme de uitgangspositie moet zijn. We dienen ervan uit te gaan dat God niet bestaat, totdat we goede argumenten hebben om het tegendeel aan te nemen. Want, zo is de gedachte, het is de theïst die stelling neemt, namelijk dat God bestaat. En wie stelt, dient met argumenten te komen. De bewijslast ligt volgens deze atheïsten dus volledig bij de theïsten.

Essay

In zijn monumentale werk ‘Kritiek van de zuivere rede’ stelde Immanuel Kant dat ruimte en tijd geen werkelijke entiteiten zijn in een materiële werkelijkheid buiten ons maar dat het ordeningsprincipes van de menselijke geest zijn.  Ruimte en tijd zijn (a priori) voorstellingen die onze wirwar aan indrukken die wij via de waarneming ontvangen ordenen zodat wij verschijningen kunnen opdoen. Dit was een revolutionaire gedachte omdat Kant cruciale noties als ‘ruimte’ en ‘tijd’ van de buitenwereld naar het hoofd van de waarnemer verplaatste.

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst