In zijn dialoog De Sofist behandelt Plato het probleem van negatie en tracht hij negaties zodanig te interpreteren dat de klassieke leerstellingen van Parmenides over zijn en niet-zijn niet geschonden worden. Door hierop te reflecteren kan een argument voor het bestaan van God verkregen worden. Dit argument is gebaseerd op een laagdrempelig zijnsbegrip. Iets wat niet onmogelijk is bestaat potentieel (zoals blauw gras of een eenhoorn) of actueel (zoals jij en ik). Mijn argument laat zien dat God niet potentieel kan bestaan. Maar dan bestaat God actueel.

Waarom bestaat God?

In een dansclub in Amsterdam zag ik ooit iemand die zich op de dansvloer ineens omdraaide en tegen een vrouw waarmee hij aan het begin van de avond kort gesproken had, onverschrokken zei: "Lief, je zoekt glamour, maar ik kan jou de kosmos, het leven zelf, schenken. Ik geef je God en zelfs wat daar nog aan voorafgaat.” Hier toonde de mens zich als een radicaal transgressief wezen dat de grenzen van de vanzelfsprekende alledaagse orde en regelmaat wil overschrijden om te reiken tot aan het onmogelijke. Hier toonde zich een wil tot macht waarbij zelfs die van Nietzsche verbleekt. Sindsdien bleef dit zinsdeel vaak door mijn hoofd spelen: zelfs wat daar nog aan voorafgaat... Wat gaat er aan het bestaan van God vooraf? Waarom bestaat God? In wat volgt ga ik nader op deze ultieme vraag in.

In een recente bijdrage op Patheos lezen we over twee computerwetenschappers die het ‘wiskundig bewijs’ voor het bestaan van God van de logicus Kurt Gödel succesvol zouden hebben gecontroleerd door gebruik te maken van zeer geavanceerde computerprogrammatuur. Het gaat om de informatici C. Benzmüller van de Vrije Universiteit Berlijn en B.W. Paleo van de Technische Universiteit Wenen.

De Nederlandse theoretisch natuurkundige Ard Louis is te zien in de tweede jaargang van het National Geographic programma The Story of God, gepresenteerd door Morgan Freeman.

Nogmaals Anselmus

Anselmus van Canterbury (1033-1109) begint zijn bekende Godsargument met de constatering dat de definitie van God – datgene waarboven niets groters gedacht kan worden – door elk mens op een consistente wijze kan worden begrepen. Welnu, dat wat door ons allemaal consistent kan worden begrepen bestaat in het verstand (in de geest) of in werkelijkheid (buiten de geest), aldus Anselmus.

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst