Eén van de argumenten die sciëntisten aanvoeren tegen het geloof in God is dat God een overbodige hypothese zou zijn. Dankzij de wetenschap kunnen we tegenwoordig alles wat gebeurt vanuit binnenwereldlijke factoren en processen verklaren;  en voorzover dat toch nog niet helemaal lukt, zal dat in de toekomst vast en zeker steeds beter lukken.

Filosofie bevindt zich in het gebied tussen meting en mening. Het zou ideaal zijn als we alle vraagstukken zouden kunnen beantwoorden door een eenvoudige meting uit te voeren. De praktijk is echter verre van ideaal. Op uitgerekend de belangrijkste vragen van het leven krijgen we géén afgemeten antwoord: hoe behoren we ons te gedragen, heeft het bestaan een diepere zin en bestaat God? Wie naar een rechtvaardige samenleving streeft en zich wil wapenen tegen nihilisme en hopeloosheid kan aankloppen bij de filosoof. Ook voor de beste wetenschapper komt er een ogenblik waarop hij het meetlint aan de kant moet leggen om al zijn kennis aaneen te rijgen tot een samenhangend beeld van de wereld.

 

Alle Wegen leiden naar Rome

De Amerikaanse filosoof Willard Van Quine [1] verdedigde het standpunt dat de kennisleer zou moeten worden vervangen door hersenonderzoek. Er is geen ‘first philosophy’: er is geen a-priori methode die je op voorhand zegt hoe de wereld geordend is. Je zult pas kunnen zeggen wat onze kennis waard is als je weet hoe het brein werkt. Volgens Quine, een aarts-naturalist, is de filosofie ondergeschikt aan empirisch onderzoek.

 

Kwaliteit vs. kwantiteit

‘Ik wil gewoon werken aan vragen waarmee je vooruitgang kunt boeken,’ aldus Patricia Churchland onlangs op het eerste Summer Seminar over wetenschap en de grote levensvragen van het Abraham Kuyper Centrum op de VU. Ze had net een fascinerend verhaal gehouden over hersenen en moreel gedrag.

 

In de filosofie bestaat al eeuwenlang onenigheid over de vraag in hoeverre dieren zijn als mensen. Zo schreef René Descartes bijvoorbeeld dat, na de fout die gemaakt wordt door hen die God verwerpen, er niets is dat ons verder van het rechte pad doet afwijken dan het idee dat dieren net als wij een ziel hebben. Voor David Hume, daarentegen, was het zonneklaar dat dieren redelijk zijn, en dus over een ziel beschikken.

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst