Mopperen

Natuurkundigen hebben wel eens de neiging om te mopperen op filosofen [1]. Geheel onbegrijpelijk is dat niet, want filosofen hebben weinig ontzag voor deze wetenschappers. Het past in de filosofische traditie om grondig te twijfelen aan de kracht van het menselijke verstand en aan het uiteindelijke welslagen van het fundamentele onderzoek naar de werkelijkheid.

Over de noodzaak van de rede en het nut van religie

“Wie zal de menigte van zwakke mensen tellen, van wie het gevoel voor waar en onwaar verwoest is bij het streven naar een onmogelijke harmonie –van wie het leven verknoeid is bij de poging om de overvloedige nieuwe wijn van de wetenschap in de oude kruiken van het Jodendom te persen?”

Zijn mensen alleen maar een uiterst complex chemisch mechanisme met aan de bovenkant een computer – niets anders dan atomen en moleculen? Zijn denkprocessen ‘alleen maar een bundel neuronen’? In dit paper wordt besproken hoe houdbaar deze reductionistische opvatting is.

De toekomst van ons brein

Zijn wij ons brein? Er zijn waarschijnlijk maar weinig mensen die dat echt geloven. Aan de andere kant zijn er waarschijnlijk ook niet veel mensen die denken dat onze geest helemaal losgekoppeld is van ons brein. En terecht: iets simpels als een harde klap tegen het hoofd laat duidelijk zien dat de geest direct afhankelijk is van hersenactiviteit.

 

Religie zonder God?

Hier is een manier om in één keer van alle vermeende en echte conflicten tussen geloof en wetenschap af te raken: verklaar eerst dat geloof alleen maar om een levenshouding gaat; om voelen, willen en handelen op een bepaalde manier. Verklaar daarna dat wetenschap je vertelt hoe de wereld in elkaar zit. Omdat geloof nu geen feitelijke claims meer maakt en wetenschap geen claims over hoe je in het leven hoort te staan zijn alle conflicten de wereld uit, zonder ingewikkelde redeneringen bovendien.

 

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst