Onlangs kocht ik een boekje genaamd Lost in Translation, een verzameling van unieke en onvertaalbare woorden in diverse talen. Neem het prachtige Jiddische trepverter, letterlijk ‘trapwoorden’: een slimme riposte waar je pas aan denkt als je terug thuis bent en naar je slaapkamer gaat. Of het Indonesische jayus: een grap die zo slecht is, en zo belabberd verteld wordt, dat je onwillekeurig toch moet lachen. Een bekender voorbeeld is het Duitse Schadenfreude. Dergelijke woorden zijn uniek voor een bepaalde taal, maar hetgeen waarnaar ze verwijzen, is universeel herkenbaar. Dat een taal geen woord kent voor een begrip, wil niet zeggen dat die situatie of ervaring onbekend is in die taalgroep. Niet enkel Duitsers kunnen Schadenfreude voelen, en niet enkel Indonesiërs lachen met slechte grappen.

Sinds gisteren kent Nederland een hoogleraar filosofie van de neurowetenschappen: Gerrit Glas. De kersverse leerstoelhouder van de VUmc spreekt zelf liever van “filosofie in de neurowetenschappen”.

‘Hoe zou het universum er volgens jou kunnen uitzien als dit niet door God was geschapen?’ We leggen de vraag voor aan een religieus theïst. Zijn verrassende antwoord levert een zeer interessant denkspoor op.

Het is voor lezers van deze site geen nieuws dat geloof in God rationeel gezien een wat precaire status heeft. Mensen doen een beroep op godservaring om hun geloof te onderbouwen, maar de godloze verklaringen daarvoor liggen ook voor het oprapen.

Modaal-epistemisch Godsargument 2.0

Op dit forum en elders is regelmatig het modaal-epistemisch argument voor het bestaan van God ter sprake gekomen. Het betreft een van de Godsargumenten die ik enkele jaren geleden ontwikkelde in het kader van mijn wijsgerig onderzoek naar klassieke en hedendaagse redelijke argumenten voor theïsme. Sinds ik dit argument bedacht en introduceerde hebben velen geprobeerd om het inhoudelijk te weerleggen.

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst