In de VS zijn christenen ondervertegenwoordigd in de natuurwetenschap. Vooroordelen van collega’s lijken daarin hoogstens een kleine een rol te spelen.

Door de eeuwen heen is er uiteenlopend gedacht over wat mensen zou onderscheiden van dieren, en de filosofische en theologische betekenis daarvan. In dit opinieartikel ga ik in op de bijbelse notie dat mensen – in tegenstelling tot dieren – ‘naar het beeld van God’ geschapen zijn (zie Genesis 1:26-28). Dat is wat hen uniek maakt onder de schepselen, zo heeft de joods-christelijke traditie altijd gesteld. Maar is die notie nog zinnig in het licht van de evolutiegeschiedenis en wat we te weten zijn gekomen over dieren?

Wie schiep God?

Atheïsten voeren de volgende spreuk: ‘Niet god schiep de mens, maar de mens god.’ [1] Hebben zij gelijk en is God 'slechts' een bedenksel van de mens? Het mag duidelijk zijn dat de gelovige een antwoord schuldig is. Hoe komen we aan kennis van God als we niet in staat zijn om God (wetenschappelijk) te onderzoeken?

De biologie van de liefde

Onlangs werden verschillende universiteiten in Nederland vereerd met een bliksembezoek van Patricia Churchland, die een pleidooi hieldvoor een biologische benadering van de menselijke moraal.

Biologie versus cultuur

Is religie een puur natuurlijk gegeven, staat religie volledig los van de natuurlijke processen die de menselijke soort vorm geven, of stelt religie ons in staat de (onbewuste) kosten-baten-analyses van natuurlijke selectie te overstijgen? In dit stuk wil ik drie metaforen voorstellen om over deze mogelijkheden na te denken. Ik leerde over deze metaforen via een boek van Walter Burkert, ’Creation of the Sacred’, waarin één van deze metaforen, oorspronkelijk bedacht door Norbert Bischof, voorgesteld wordt.

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst