De Britse journalist Matthew Reisz schreef een artikel in Times Higher Education waarin hij betoogt dat er geen 'oorlog' is tussen geloof en wetenschap. De felle reacties verbazen hem.

 

Ik werd tijdens mijn middelbareschooltijd atheïst en was aan het begin van mijn studietijd erg gecharmeerd van de meedogenloze helderheid van Dawkins’ The God Delusion – nog steeds vind ik het stiekem best een goed boek. Een van de dingen die je er als ‘New Atheist’ dan gratis bijkrijgt, is een sterke conflictthese over de relatie tussen geloof en wetenschap. Kort en goed: wetenschap is uitsluitend geloven met bewijs, religie is geloven zonder bewijs, en dus zijn ze intrinsiek tegengesteld.

In een stuk op deze website van Emanuel Rutten en een reactie op een (anonieme) blog kwam de oude vraag naar de definitie van atheïsme weer naar boven.

Atheïsme, religie en hun gevolgen

Discussies tussen gelovigen en atheïsten verlopen vaak volgens een vast patroon. Haast onvermijdelijk komt op een gegeven moment ter sprake dat religie kwalijke gevolgen heeft (kruistochten, enzovoort). Even onvermijdelijk volgt de reactie: atheïsme heeft zich ook niet van z’n beste kant laten zien (Stalin, enzovoort).

Oorlog! (of toch niet?)

In De Volkskrant van 30 december 2014 publiceerden de filosofen Jeroen de Ridder en Emanuel Rutten een opinieartikel, onder de titel ‘God is springlevend in de moderne filosofie’.  In dit artikeltje schreven zij dat zich in de academische filosofie van de laatste veertig jaar een kentering heeft voltrokken op het gebied van godsargumenten. Inmiddels is er, volgens beide heren, een reeks nieuwe argumenten ontwikkeld voor het bestaan van God, die niet vergezocht zijn, logisch in orde, en niet vatbaar voor wetenschappelijke bezwaren. Zij sluiten af met twee conclusies: (1) “De discussie over dergelijke argumenten is in de professionele filosofie springlevend”, en (2) “Er is niets irrationeel aan geloof in God”.

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst