Lewis en het lege universum

Een tijd geleden heb ik hier al eens iets geschreven over de vraag of de enorme omvang en leegte van het universum een argument tegen theïsme en voor atheïsme oplevert. Als er een God bestaat die zich (vooral) bekommert om mensen, zou je toch niet verwachten dat hij mensen in een minuscuul uithoekje in zo’n onvoorstelbaar groot universum stopt en dat ze bovendien pas na miljarden jaren op het toneel verschijnen.

Op het kwaliteitsblog 3 Quarks Daily schreef Maarten Boudry recent een stuk dat begint met een goedgekozen vergelijking: als je de muziek niet hoort waarop mensen dansen, lijken hun bewegingen nergens op te slaan. Pas als je de muziek hoort, begrijp je waarom ze dansen. Zo ook, wil Boudry maar zeggen (net als de joodse bron waaraan hij de parabel indirect ontleent), is het handelen van oprecht religieuze mensen niet te snappen als je niet iets van hun belevingswereld begrijpt. En ‘in deze seculiere tijd’ dreigen we het contact met zulke oprechte religie wel eens te verliezen.

‘Hoe zou het universum er volgens jou kunnen uitzien als dit niet door God was geschapen?’ We leggen de vraag voor aan een religieus theïst. Zijn verrassende antwoord levert een zeer interessant denkspoor op.

Het is voor lezers van deze site geen nieuws dat geloof in God rationeel gezien een wat precaire status heeft. Mensen doen een beroep op godservaring om hun geloof te onderbouwen, maar de godloze verklaringen daarvoor liggen ook voor het oprapen.

Wie schiep God?

Atheïsten voeren de volgende spreuk: ‘Niet god schiep de mens, maar de mens god.’ [1] Hebben zij gelijk en is God 'slechts' een bedenksel van de mens? Het mag duidelijk zijn dat de gelovige een antwoord schuldig is. Hoe komen we aan kennis van God als we niet in staat zijn om God (wetenschappelijk) te onderzoeken?

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst