In juni schreef Hans van Eyghen voor Geloof & Wetenschap een opiniestuk waarin hij betoogt dat de geloofwaardigheid van religieuze overtuigingen niet in het geding komt door de naturalistische verklaringen van religie die gegeven worden door het opkomende wetenschapsveld 'cognitive science of religion' (CSR). Daarop schreef ik ook een opiniestuk waarin ik het tegenovergestelde betoog: naturalistische CSR-verklaringen van religie werken debunkend (ondermijnend) voor de geloofwaardigheid van religieuze overtuigingen.

 

In zijn dialoog De Sofist behandelt Plato het probleem van negatie en tracht hij negaties zodanig te interpreteren dat de klassieke leerstellingen van Parmenides over zijn en niet-zijn niet geschonden worden. Door hierop te reflecteren kan een argument voor het bestaan van God verkregen worden. Dit argument is gebaseerd op een laagdrempelig zijnsbegrip. Iets wat niet onmogelijk is bestaat potentieel (zoals blauw gras of een eenhoorn) of actueel (zoals jij en ik). Mijn argument laat zien dat God niet potentieel kan bestaan. Maar dan bestaat God actueel.

Religieus geloof zou het resultaat zijn van een naturalistisch proces en daarom zou religieus geloof onredelijk zijn. Deze claim vormt de kern van Bart Klinks stuk ‘Religieus geloof debunked’.1 De claim valt op verschillende manieren te begrijpen. In dit stuk onderscheid ik twee interpretaties en betoog ik dat de claim in geen van de interpretaties overtuigend is.

Religieus geloof debunked

Rond 1990 is er een nieuw wetenschapsgebied ontstaan dat de jaren daarna een grote bloei heeft doorgemaakt: cognitive science of religion (CSR). In dit vakgebied wordt gezocht naar wetenschappelijke verklaringen voor religie, op de raakvlakken van antropologie, sociologie, psychologie, neurowetenschappen en (evolutie)biologie. Deze bloei heeft tot verschillende hypothesen en deelverklaringen geleid, ofschoon een omvattende theorie momenteel nog ontbreekt [1].

Waarom bestaat God?

In een dansclub in Amsterdam zag ik ooit iemand die zich op de dansvloer ineens omdraaide en tegen een vrouw waarmee hij aan het begin van de avond kort gesproken had, onverschrokken zei: "Lief, je zoekt glamour, maar ik kan jou de kosmos, het leven zelf, schenken. Ik geef je God en zelfs wat daar nog aan voorafgaat.” Hier toonde de mens zich als een radicaal transgressief wezen dat de grenzen van de vanzelfsprekende alledaagse orde en regelmaat wil overschrijden om te reiken tot aan het onmogelijke. Hier toonde zich een wil tot macht waarbij zelfs die van Nietzsche verbleekt. Sindsdien bleef dit zinsdeel vaak door mijn hoofd spelen: zelfs wat daar nog aan voorafgaat... Wat gaat er aan het bestaan van God vooraf? Waarom bestaat God? In wat volgt ga ik nader op deze ultieme vraag in.

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst