NOOT VAN DE REDACTIE

In dit tweeluik geven atheïst Bart Klink en theïst Emanuel Rutten elk hun visie op de relatie tussen ons brein en onze geest, ons 'ik'. Zijn wij ons brein?

Volgens Klink, die zich tot de reductionisten rekent, bestaat ons geestelijk leven uit hersenactiviteit: zonder werkend brein geen geest. Dit betekent ook dat het met de dood ophoudt, de ziel niet bestaat en het bestaan van de Ultieme Geest - God - onwaarschijnlijk is.

Volgens Rutten is het een fundamentele diepgewortelde menselijke intuïtie dat wij niet identiek zijn aan onze hersenen. Die intuïtie kunnen wij alleen verantwoord opgeven als daar dwingende redenen voor zijn. Hij is van mening dat Klink dergelijke redenen niet geeft. Wij kunnen dus redelijk vasthouden aan de opvatting niet gelijk aan onze brein te zijn.

Hieronder volgt de repliek van Rutten op het artikel van Klink. Zie hier het artikel van Klink. 

 

Waarom de geest is wat het brein doet

NOOT VAN DE REDACTIE

In dit tweeluik geven atheïst Bart Klink en theïst Emanuel Rutten elk hun visie op de relatie tussen ons brein en onze geest, ons 'ik'. Zijn wij ons brein?

Volgens Klink, die zich tot de reductionisten rekent, bestaat ons geestelijk leven uit hersenactiviteit: zonder werkend brein geen geest. Dit betekent ook dat het met de dood ophoudt, de ziel niet bestaat en het bestaan van de Ultieme Geest - God - onwaarschijnlijk is.

Volgens Rutten is het een fundamentele diepgewortelde menselijke intuïtie dat wij niet identiek zijn aan onze hersenen. Die intuïtie kunnen wij alleen verantwoord opgeven als daar dwingende redenen voor zijn. Hij is van mening dat Klink dergelijke redenen niet geeft. Wij kunnen dus redelijk vasthouden aan de opvatting niet gelijk aan onze brein te zijn.

Hieronder volgt het artikel van Klink. Zie hier de repliek van Rutten, die op de stellingen van Klink reageert.

 

 

Er zijn zoals bekend al langer allerlei problemen met het postmodernisme. In deze korte bijdrage voeg ik daar een pijnlijk probleem aan toe. Dit probleem betreft het volgende beknopte dilemma voor de postmodernist. Postmodernisten menen dat wij onze wereld construeren. We bewerken dus gegeven materiaal dat ons als mensen op de een of andere wijze ter beschikking staat. Dit materiaal is als zijnde het uitgangspunt van onze constructies niet door ons geconstrueerd. Het is dus ofwel door niet-menselijke actoren geconstrueerd ofwel het is voor ons toegankelijke objectieve realiteit. Beide opties zijn fataal voor het postmodernisme. En dus moet het verworpen worden.

Alsnog Anselmus

In een eerdere bijdrage liet ik zien dat het klassieke Godsargument van Anselmus eigenlijk alleen geaccepteerd kan worden wanneer wij uitgaan van een klassieke opvatting over de relatie tussen zijn en denken welke uiteindelijk teruggaat op Plato. In deze bijdrage werk ik deze klassieke opvatting, neo-Platonisme genaamd, nader uit in de context van Anselmus’ argument. Hoewel de neo-Platonisten bepaalde cruciale ideeën van Aristoteles overgenomen hebben, laat ik zien dat genoemd argument voor Aristoteles desondanks onacceptabel zou zijn geweest.

Wat is precies de status van de rede in onze laatmoderne westerse cultuur? Is de hedendaagse mens vooral overgeleverd aan een alles eroderende irrationaliteit of speelt de rede nog altijd een belangrijke rol? En als de rede nog steeds dominant is, gaat het dan om existentieel zinvol en vruchtbaar redegebruik of is er sprake van een onthechte versmalling en ontwortelde verschraling van het menselijke denkvermogen?

Om deze vragen te kunnen beantwoorden zal ik allereerst ingaan op de voorafgaande vraag wat verstaan moet worden onder zinvol geworteld redegebruik. Wanneer is ons redegebruik vruchtbaar? Ik beantwoord deze voorafgaande vraag door terug te keren naar het begin van de geschiedenis van het gecultiveerde denken in het westen. Ik onderneem een beknopte archeologie of genealogie van de westerse rede. Waar ligt de oorsprong van het weten?

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst