Een pleidooi voor naturalisme

Een pleidooi voor naturalisme
24 aug
2015

Het filosofisch naturalisme – in de betekenis van het uitsluiten van het bovennatuurlijke als een bron van kennis – is in opmars. De visie dat de werkelijkheid natuurlijk is en niets bovennatuurlijks bevat, blijkt overheersend te zijn in de wereld van de wetenschap, waarbij 'natuurlijk' iets te maken heeft met wat de wetenschap ons vertelt dat er is. Is er in een wereld zonder het bovennatuurlijke nog ergens een plek over voor religie?

Het naturalisme heeft gewonnen

In zijn openingstoespraak op 'The Great Debate: Has Science refuted Religion?' (maart 2012) hield de vermaarde kosmoloog Sean Carroll een opmerkelijk sterk pleidooi voor het naturalisme:

“Het idee dat er slechts één enkele werkelijkheid is, dat er geen afzonderlijke niveaus van het natuurlijke en het bovennatuurlijke zijn, dat er slechts één enkel materieel bestaan is, en dat wij een deel van het universum zijn, dat wij er op geen enkele manier buiten staan. […] De discussie is afgelopen, het debat is voorbij, we zijn tot een besluit gekomen. Het naturalisme heeft gewonnen.”[1]


Carroll vertrekt van een eenvoudige vaststelling: aan onze universiteiten zal je in geen enkel departement voor natuurkunde, biologie, neurowetenschap enz. ook maar één enkele verwijzing naar God vinden. Bij het opstellen van verklaringen van de werkelijkheid doen we nooit een beroep op het domein van het bovennatuurlijke.[2]

God als een theorie

En daar is een heel goede reden voor. Vanuit een zuiver wetenschappelijk, verklarend standpunt is God gewoon geen goede theorie. Pogingen om beroep te doen op God als een effectieve, verklarende hypothese met betrekking tot de aard van de fysische werkelijkheid brengen heel wat moeilijkheden met zich mee. Om er maar een paar te noemen: ongelukkig genoeg maakt het toekennen van de status van een persoon en vrije wil aan God het moeilijk om exacte voorspellingen af te leiden. Ook biedt het geen uitkomst bij retrodictie (het verklaren van observaties van gebeurtenissen uit het verleden). Laten dit nu net enkele van de eigenschappen zijn waarnaar je op zoek bent in een goede wetenschappelijke theorie. Zoals Sean Carroll elders besluit: “[God] ligt op tafel als een logische mogelijkheid, maar niet als een waardige tegenstander van eenvoudig naturalisme. We hebben nu veel betere verklaringen.”[3]

Methodologisch naturalisme

Je zou kunnen tegenwerpen: houdt wetenschap zich niet uitsluitend bezig met vragen in verband met natuurlijke verschijnselen, terwijl vragen over het bovennatuurlijke gewoon buiten het eigenlijke domein van de wetenschap vallen? Anders geformuleerd, zouden we niet kunnen zeggen dat de wetenschap zich zou moeten beperken tot het hanteren van een methodologisch naturalisme, zonder dat het enig recht van spreken heeft buiten dit netjes gedefinieerde domein van onderzoek?

Genaturaliseerde metafysica

Het cruciale punt is: als wetenschap geen recht heeft op cognitieve aanspraken over vragen die buiten het bereik van het methodologisch naturalisme vallen, wie dan wel?

Precies deze eenvoudige vraag blijkt het granieten centrale vertrekpunt te zijn van een hernieuwd pleidooi voor ontologisch naturalisme door de natuurkundige en filosoof James Ladyman (professor filosofie aan de University of Bristol in Engeland) en Don Ross (professor economie aan University of Cape Town in Zuid-Afrika). In hun baanbrekende werk Every Thing Must Go. Metaphysics Naturalized (2007) [4] verdedigen zij een wetenschappelijke of wat zij noemen een “genaturaliseerde” metafysica. Hiermee bedoelen ze een radicaal naturalistische metafysica die als enige legitieme taak heeft hypothesen en theorieën te verenigen die ernstig worden genomen door “institutioneel bona fide hedendaagse wetenschap”.[5]

Het principe van naturalistische sluiting (PNC)

Every Thing Must Go is een compact en technisch werk dat enig doorzettingsvermogen vereist. De auteurs hebben zich grote inspanningen getroost om een rigoureus methodologisch model uit te bouwen dat gebaseerd is op het ‘principe van naturalistische sluiting’ (‘principle of naturalistic closure’ of PNC). Eenvoudig geherformuleerd: wanneer iets een open vraag is in de wetenschap, voeg dan geen antwoord op die vraag toe in jouw metafysica.[6]

Het moet worden gezegd, zij zijn de eersten om toe te geven dat wetenschappelijke objectiviteit niet het enige is dat telt in het leven. Ze geven ruiterlijk toe dat telkens als de wetenschappelijke objectiviteit in conflict komt met “ons verlangen om ons thuis te voelen in onze ‘Lebenswelt’”, het niet dat laatste is dat steeds moet wijken.[7] Maar wanneer je geïnteresseerd bent in objectieve waarheid, dan is de wetenschap de enige weg die je kan gaan. Zelfs al hangt naturalisme zelf af van metafysische vooronderstellingen, worden deze vooronderstellingen gerechtvaardigd door het succes van de wetenschap.

Wegens plaatsgebrek kan ik hier maar één enkel voorbeeld uit deze schat aan complexe ideeën toelichten. Op provocerende wijze beweren Ladyman en Ross dat het enige wat wetenschap van niet-wetenschap onderscheidt institutionele normen zijn.[8] Zo stellen ze:

“Omdat wetenschap precies onze verzameling van institutionele foutenfilters is voor de taak van het ontdekken van de objectieve aard van de wereld – dat en niet meer maar ook dat en niet minder – respecteert wetenschap geen domeinrestricties en zal het geen epistemologische rivalen toelaten (zoals natuurlijke theologie of zuiver speculatieve metafysica).”[9]

Is er nog een plaats voor religie?

Het gevolg is dat zij het idee van Stephen Jay Gould afwijzen dat je wetenschap en religie kan beschouwen als elkaar aanvullende benaderingen van verschillende domeinen van de werkelijkheid (het zogenaamde model van de ‘niet-overlappende magisteria’ of NOMA), tenzij je religie zodanig kan interpreteren dat zij geen feitelijke beweringen doet.[10] “Gelijk welk feit dat gelijk welke religie beweert vast te stellen, als er ook maar enig bewijs voor is, zal een doel zijn voor een wetenschappelijke verklaring.”[11]

Wat betekent deze naturalistische visie voor de plek van religie in de wereld?

Kort gezegd: religies kunnen hun tradities blijven koesteren, hun rituelen, hun manieren om hun heilige teksten te eren en uit hun symbolische en historische waarde te putten, hun manieren om tegemoet te komen aan “de nood om zich thuis te voelen in onze ‘Lebenswelt’. Maar wanneer het op feitelijke waarheidsaanspraken over de werkelijkheid aankomt, zullen ze zich tot de wetenschap moeten richten.


Noten:
[1] Zie CARROLL, S., The Case for Naturalism, kijk vanaf 1’20’’ e.v.


[4] LADYMAN, J. & ROSS, D., with SPURRETT, D. & COLLIER, J., Every Thing Must Go. Metaphysics Naturalized, Oxford, Oxford University Press, 2007.
[5] Ibid., p. 29. Zie ook p.30: “Omdat wetenschappelijke instituten de instrumenten zijn waarmee we de objectieve werkelijkheid onderzoeken, vereist het naturalisme dat hun resultaten alle aanspraken over deze werkelijkheid zouden moeten motiveren, met inbegrip van de metafysische aanspraken [mijn cursivering].” [mijn vertaling]
[6] Op basis van dit principe verdedigen zij een, wat zij noemen, ontisch structureel realisme. Dit komt neer op het adagium “Er zijn geen dingen. Structuur is het enige dat er is.” [p.130, mijn vertaling] Een visie op de werkelijkheid die zij “in principe vriendelijk voor een genaturaliseerde versie van platonisme” noemen. [p.158, mijn vertaling] Het zal niet als een verrassing komen dat James Ladyman een groot bewonderaar blijkt te zijn – zoals ikzelf – van de wiskundige visie op de werkelijkheid in The Road to Reality van de Britse wiskundige en natuurkundige Roger Penrose.
[7] Ibid., p. 5. [mijn vertaling]
[8][9][10][11] Ibid., p. 28, mijn vertaling. Zie GOULD, S., Rocks of Ages. Science and Religion in the Fullness of Life, New York, Ballantine Books, 1999.

Beeld: De Praagse astronomische klok, de oudste nog functionerende van zijn soort / Godot13/Wikimedia

Reacties mogelijk gemaakt door CComment

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst